Brokopondo t verdronken land
[fb_vid id=”photo_id”:”527108214381047″”][fb_vid id=”527108214381047″]
Wiki sranan
Brokopondo t verdronken land
[fb_vid id=”photo_id”:”527108214381047″”][fb_vid id=”527108214381047″]
Op Koninkrijksdag betogen ongeveer 1000 mensen in Paramaribo voor onafhankelijkheid. Op initiatief van de Surinaamse Socialisten Unie lopen ze in een optocht, de mars naar de vrijheid, met spandoeken door de straten, oa leraar Chin a Foeng, secretaris van de SSU, en journalist Rudi Kross.
[fb_vid id=”photo_id”:”10220527448111556″”][fb_vid id=”10220527448111556″]
WAT EEN GELUK MOET JE HEBBEN WANNEER JE TOEGANG KRIJGT TOT HET ARCHIEF VAN DE LEGENDARISCHE GUITARIST Harold Biervliet. BEDANKT HAROLD VOOR DE MOOIE FOTO’S. THE HAPPY BOYS ORIGINAL.
VERGANE GLORIE
Impressie van de gang van zaken op de suikerrietplantage Mariënburg in Suriname.
Een veld met wuivende rietstengels;
– arbeiders lopen door het veld, hakken de rietstengels af met kapmessen en maken er bundels van;
– de bundels worden met een smalspoor-stoomtreintje naar de suikerfabriek gebracht;
– in de fabriek worden de stengels verwerkt tot suiker.
[fb_vid id=”photo_id”:”10220099070682388″”][fb_vid id=”10220099070682388″]
Leuk artikel over de oprichter van het orkest Suara Istana e.a. Hij heeft ook gespeeld met mijn oom Paul Rodrigues in de Trekkers. Jammergenoeg is mijn oom te vroeg overleden. Hij was de oudere broer van wijlen René Rodrigues (Rodrigues Combo).
Surianto
Surianto, geboren als Désa Lasmborek (Plantage Johannesburg, 23 december 1937 — Paramaribo, 17 maart 2006), was een Surinaams-Javaans dichter en musicus. Surianto was het pseudoniem van Ramin Jozef Hardjoprajitno.
Hij werd geboren op de Désa Lasmborek, oftewel de Plantage Johannesburg aan de rechteroever van de Commewijnerivier. Surianto’s vader was geboren in Pekalongan op Midden-Java en behoorde tot de voorlaatste groep Javaanse immigranten. Surianto’s grootouders van moederszijde waren al eerder naar Suriname gekomen. Op vierjarige leeftijd ging Ramin naar Paramaribo. Hij volgde het MULO, later een Middelbare Ambtenarenopleiding aan de Universiteit van Suriname en een Correspondence Course van de New Yorkse United States School of Music met als hoofdvak viool. Vijftien jaar leidde hij de dansorkesten Suara Istana en Irama Asli, aan huis gaf hij muzieklessen en hij speelde eerste klarinet in harmonieorkest De Trekkers. Hij was werkzaam in verschillende administratieve banen, vervulde verschillende functies in het verenigingsleven en verzorgde radioprogramma’s.
Zijn eerste gedicht verscheen in maart 1984 in het tijdschrift Cikal; het heette `Penriman’, Dankbaarheid. Hardjoprajitno koos als pseudoniem Surianto, een samentrekking van de woorden surya, dat in het Javaans `zon’ betekent, en ianto, dat komt van ontong, bloem en vruchtbeginsel van de pisangboom. Later verscheen zijn werk in de bladen Riwayat en AZ Nieuws, in het Indonesische blad Mekar sari, de Suriname-nummers van Deus ex Machina (1987), Preludium (1988) en De Gids (1990), en in De Ware Tijd Literair.
In zijn poëzie schreef Surianto over alles wat het leven van de Surinaams Javanen aangaat, om te beginnen de historische wortels in Indonesië en het bestaan als contractmigrant in Suriname. Met zijn poëzie wilde Surianto zich teweerstellen tegen de teloorgang van de Javaanse cultuur in Suriname. Zijn debuutbundel Aruming melathi (De geur van melatie) (1986) was de eerste Surinaamse bundel met niet-orale poëzie in het Javaans, voorzien van Nederlandse vertalingen van de hand van de dichter zelf, naast veertien geheel Nederlandstalige gedichten.
De taal die Surianto hanteert is een vermenging van Surinaams-Javaans met het Javaans dat gesproken wordt in Midden- en Oost-Java. In zijn eerste bundel betoonde hij zich sterk schatplichtig aan Shrinivási. Zijn tweede bundel, Tetesing bun adi (Edele dauwdruppels), verscheen bij het eeuwfeest van de Javaanse immigratie in 1990. Zijn derde bundel, Reruntungan/Hand in hand, bevatte slechts negen gedichten en werd door het Erasmus Taalcentrum in Jakarta uitgebracht als eindejaarsgeschenk 2000/2001. Zijn vierde bundel Wis mbalik ombak (Het roer omgegooid) (2002) was veel sterker dan voorheen politiek gekleurd, met strijdgedichten; hij was opgedragen aan Paul Somohardjo, politiek leider van de partij Pertjaja Luhur. In 2002 bracht Surianto een cd uit met zijn gedichten onder de titel Sabar/Geduld.
Hij overleed na een ziekte op 17 maart 2006.
Effendi Rawi Kamaludin Ketwaru (28 november 1933 – 22 maart 2005) was een Surinaams muziekpedagoog, mandolinist en sitarist. Ketwaru was de grondlegger van het muziekonderwijs in Suriname.
Effendi Rawi Kamaludin Ketwaru werd op 28 november 1933 te Visserszorg (Commewijne, Suriname) geboren. Zijn vader bespeelde de banjo, mandoline en sitar. Ketwaru begon zijn loopbaan op 14-jarige leeftijd als mandolinist in het orkest Kala Kausar Sabha en vervolgens in zijn eigen orkest Sha Noor Sabha. In 1949 begon hij Europese klassieke muziek op de radio te bespreken en hij breidde de besprekingen later uit met muziek- en toneelrecensies.
In 1956 startte Ketwaru als muziekleerkracht, een loopbaan die uiteindelijk vijftig jaar zou omvatten. In 1964 emigreerde Ketwaru met zijn gezin naar Nederland. Hier rondde hij zijn muziekpedagogiestudie af en werd hij staflid van het Dr. Gehrels Instituut. In dezelfde periode gaf Ketwaru sitarconcerten in Nederland, België, Engeland en Duitsland. Met de violist Evert Derks (ook een zeer gerespecteerd violist die samen met Harry de La Fuente, mijn broer Dennis van Leeuwaarde e.a. de recepties in het Paleis en Hotel Torarica mocht opluisteren o.a. bij het bezoek van toen Koning Juliana en Prins Bernhard) richtte hij in 1972 het Ketwaru-ensemble op.
Dit ensemble maakte in 1974 een bijzondere langspeelplaat met arrangementen en improvisaties van Surinaamse volksliedjes in klassieke stijl. Hij was voorzitter van de Bond van Surinaamse Musici en zijn huis in Amsterdam werd een centrum voor Surinaamse kunstenaars en bij gelegenheid ook voor Indiase muzikanten zoals Mohammed Rafi en Vilayat Khan.
In 1976 keerde Ketwaru op verzoek van de Surinaamse regering terug om de leiding van de Volksmuziekschool op zich te nemen. Onder zijn 20-jarige directeurschap groeide de school uit tot een van de grootste van de regio met een bestand van 27 docenten en meer dan 400 leerlingen. Ketwaru schreef een Surinaamse muziekmethode (Muziekfundament I en II) dat gebaseerd was op de methode van Willem Gehrels. Hij introduceerde de muziekvormen Kawina, Gamelan en Baithak Gáná en ontwikkelde een muziekleerplan en leergang voor alle instrumenten.
Na zijn pensionering in 1996 zette hij zijn muzieklessen thuis voort, richtte hij het gemengd koor Sargam op en verzorgde hij de muziek bij enkele televisiedocumentaires.
Ketwaru werd tweemaal onderscheiden door de Surinaamse regering en in 2005 ontving hij de GOPIO Award voor zijn verdiensten voor de gemeenschap. In 2006 en 2007 werden respectievelijk de straat naar de Volksmuziekschool (Effendi Ketwarustraat) evenals de school (Effendi Ketwaru Volksmuziekschool) naar hem vernoemd.
Een anekdote over deze respectabele man. Er was ingebroken bij de Volksmuziekschool. De heer Ketwaru was er kapot van. Veel instrumenten waren gestolen. Op een dag kwam er een man bij mij in de zaak, Casa El Sol E.J.N. van Leeuwaarde a/d Zwartenhovenbrugstraat, die een viool wilde verkopen. Ik bekeek het instrument en zag tot mijn verbazing de naam van de eigenaar in staan verwijzend naar de Volksmuziekschool. Ik zei tegen de man dat ik overleg moest plegen met mijn broer. Hij hield de man aan de praat terwijl ik de heer Ketwaru belde om langs te komen en het instrument te bekijken. Ook belde ik de politie. Inderdaad was de viool één van de gestolen instrumenten van de Volksmuziekschool. De man werd door de politie meegenomen en de heer Ketwaru was reuzeblij met de teruggevonden viool.
De Zoektocht eigen identiteit van de Surinaamse literatuur
Lezing gehouden voor de Henri Frans de Zielstichting op 27 oktober 2017, in Tori Oso, Paramaribo, door drs Ismene Krishnadath
Prijzen
Voor mijn boek Nieuwe streken van Koniman Anansi kreeg ik de Surinaamse Staatsprijs voor Jeugdliteratuur over de periode 1989 – 1991. De prijs zelf werd uitgereikt in 1993. Ik ben tot nu toe de enige persoon aan wie deze prijs ooit is uitgereikt.
Van de culturele pagina van het Surinaamse ochtendblad De Ware Tijd kreeg ik in 1997 de TROKI GRANI. De prijs is toegekend voor buitengewone prestaties als schrijfster en uitgeefster.
Buitenlandse presentaties
Als schrijfster heb ik vaak Suriname en mezelf vertegenwoordigd op buitenlandse fora. Dit is een leuke kant van het kunstenaarschap. Zo bezocht ik o.a.:
1990 – Women’s Writers Conference (Trinidad).
1992 – Women’s Writers Conference (Curaçao).
1994 – Frankfürter Buchmesse, Duitsland.
1995 – Carifesta VI – Trinidad en Tobago.
1999 – gastspreekster Centre for Gender and Development Studies of the UWI (Trinidad).
2000 – Carifesta VII – St. Kitts and Nevis.
2001 – Suriname Art Exhibition (Trinidad) als storyteller.
2001 – First International Conference on Publishing in the Caribbean. (Jamaica).
2002 – Eregast op het Boekenfeest 2002 dat jaarlijks in Amsterdam wordt georganiseerd door de Vereniging Ons Suriname ter gelegenheid van de afsluiting van de Nederlandse Boekenweek.
2003 – Eregast van de Stichting BOEKIDS, die de Nederlandse kinderboekenweek in Den Haag, Nederland, organiseert.
Verdere informatiebronnen
Ismene Krishnadath
Ismene Krishnadath woonde van haar zesde tot haar twaalfde in Utrecht. In Paramaribo volgde ze het MULO en de Algemene Middelbare School, vervolgens studeerde ze aan de Utrechtse universiteit onderwijskunde. In 1979 keerde ze naar Suriname terug. Tien jaar lang was ze als pedagogiekdocent verbonden aan verschillende leerkrachtopleidingen; vanaf 1990 koos ze als consultant voor een vrijere invulling van haar beroep. Ze maakte deel uit van de beweging voor progressief onderwijs Kenki Skoro en schreef met Dayenne Angel een onderwijshandleiding. In 1989 startte Krishnadath een uitgeverij en bureau voor grafische opdrachten: Publishing Services Suriname, en een uitgeverij voor boeken voor kleine kinderen: Lees mee. Vanaf dat jaar verscheen er een stroom aan kinder- en jeugdboeken die merendeels waren geïllustreerd door Gerold Slijngard. Zij ontving de Staatsprijs voor Jeugdliteratuur over de periode 1989-1991. Krishnadath schreef overigens ook voor volwassenen. Zij is de huidige voorzitter van de Surinaamse Schrijversgroep ’77.
Begin 2011 werd haar de Henri Frans de Ziel Cultuurprijs toegekend voor haar inzet voor het literaire leven in Suriname.
Werk
Ismene Krishnadath schrijft in verzorgd en soepel Surinaams-Nederlands met een fantasie die met groot gemak Surinaamse elementen verbindt met zaken van buiten de grenzen, tot en met fantasy toe. Krishnadath creëert identificatiefiguren voor het Surinaamse kind, de verhaalfiguren leven volgens bepaalde principes, maar nadrukkelijk moralisme is haar vreemd: zij beseft dat een kind ook in fantasiefiguren als Batman of Donald Duck kan kruipen omdat die rechtvaardig of simpelweg grappig zijn. In de Surinaamse context is Anansi zo voor haar een ideale verhaalfiguur die op humoristische wijze een vorm van vooruitgangsoptimisme kan uitdragen.
Wie was Barnet Lyon?
Barnet Leon was op de plantage de gruwelijke toenmalige agent-generaal die de moorden heeft laten doen plaats vinden tegen de opstandelingen ( contractarbeiders)
– In 1874 initieerde Lyon samen met de procureur-generaal de herinvoering van lijfstraffen (zoals bekend uit de slavernij). Verschil: de contractarbeiders mochten ‘slechts’ 30 rottingslagen per keer worden toegebracht. Dat werd toegepast op zowel mannen als vrouwen (Hindustanen, Creoolse vrije arbeiders en Chinezen). Bron: Ministerie van Koloniën: 1850 – 1900; Resolutiën: 11 – 14 februari 1876; Inv. nr 2860;
– Lyon gaf toe een voorstander te zijn van het ‘oude plantagestelsel’: duidelijke hiërarchie tussen meester en slaaf. Bron: Ministerie van Koloniën: 1850 – 1900; Resolutiën: 12 – 15 jan. 1877; Inv. 2952.;
– Sadistische karakteristieken van Barnet Lyon: hij liet 15 gevangene gedurende 15 dagen zonder bescherming aan de handen en voeten brántimáká kappen op zijn plantage. Bron: Handelingen van de Koloniale Staten: 1880 -1881 p. 95;
– Lyon was waarschijnlijk de meest gehate persoon/ambtenaar onder de plantagearbeiders: Hindustanen, Creolen, Chinezen en Barbadianen. Hij liet deze arbeiders om de minste en geringste arbeidsovertreding zwaar straffen: martelen met kromsluiting en rottingslagen. Dat gebeurde gedurende de gehele migratieperiode (Indentured Laboursysteem).
Lyon was op de hoogte van de martelingen: hij ontving uit alle districtsgevangenissen geregeld rapporten van gestrafte arbeiders: de strafmaat en de duur van de straffen. Bron: Ministerie van Koloniën: 1850 -1900; Geheime Resolutiën A8-G9 1884; Inv. 6152;
– De Britse consul vond Lyon de meest ‘onoordeelkundige ambtenaar’. Dit naar aanleiding van het laten neerschieten van 7 contractarbeiders, waaronder 3 vrouwen door de marechaussee. Bron: Verbaal van de Gouverneur van Suriname. Afdeling Kabinet Geheim; Eerste afdeling: 1885 – 1938
– Barnet Lyon was hoofdverantwoordelijk voor de moord op de Hindustaanse contractarbeiders op plantage Mariënburg. Volgens hem waren de Hindustanen bezig met een machtsgreep. Zij hadden contact met Bhárat Mitra: een tijdschrift van de vrijheidsstrijders in India. Daarom moest de opstand op plantage Mariënburg heel hard worden aangepakt. Bron: Ministerie van Koloniën 1850 – 1900; Resolutiën: 13 – 19 september 1902; Doosnr. 142;
Ook de Creoolse- en de Chinese arbeiders bleven niet bespaard: de specifieke informatie over Lyon met betrekking tot de behandeling van de Chinezen en Creoolse vrije arbeiders. Bron: Resolutiën Ministerie van Koloniën: 850 -1900; Geheim Resolutiën P4 – Q9 Inv. nr. 6152;
Janey Tetary (contractant I-491), was erg moedig en dapper. Zij was tewerkgesteld op de plantage Zorg en Hoop. Zij kon de onderdrukking, de uitbuiting, het onrecht wat de contractanten en de andere arbeiders ondergingen, niet meer aan.
Naast de onmenselijke handelingen van Lyon, lagen er ook aantal andere redenen ten grondslag aan de strijd die JaneyTetary voerde tegen het koloniaal bestuur en de koloniale planters.
Enkele voorbeelden, die geleid hadden tot deze actie van Tetary:
1. vanwege het feit dat de contractanten minder werden betaald voor de verrichte arbeid, welke contractueel was overeen gekomen: in Calcutta hadden de contractanten een overeenkomst getekend waarin stond dat een volwassen gezonde arbeider een minimumloon zou genieten van 60 centen en voor vrouwen en zwakke mannen was het 40 centen per dag. Bron: Brief van N. van den Brandhof aan de Gouverneur van Suriname, 15 april 1881 in Ministerie van Koloniniën 1850-1900, Resolutiën 14-17 februarie 1885, inv. Nr. 3827;
2. contractanten die niet volgens het contract, loon naar prestatie ontvingen, konden zich niet goed voeden. Hierdoor konden zij ook niet optimaal werken. Het gevolg hiervan was dat zij fysiek achteruit gingen en bezweken aan ziekten enz. Bron: Rapport van de districtcommissaris aan de Gouverneur van Suriname, 2 oktober 1884 in Ministerie van Koloniën 1850-1900, Resolutiën 1-3 december 1884, inv. Nr. 3813;
3. Op 29 mei 1883 diende de gezagvoerder van de plantage Zorg en Hoop samen met 27 andere planters een petitie in, om de strafverordening te herzien (Dr. R. Bhagwanbali, pag. 81. Men strafte de Hindustaanse contractarbeider onophoudelijk. Bron: Brief van de vereniging voor Suriname aan de Gouverneur van Suriname, 29 mei 1883 in Ministerie van Koloniën 1850-1900, Resolutiën 15-19 september 1883, inv. Nr. 3675.
Behalve dat zij een strijder was, was Tetary een persoon die openstond om te luisteren naar problemen van haar mede lotgenoten. Een sociaal figuur was zij. Wat haar in die tijd ook bijzonder maakte, was dat zij als Moslima een Hindu kind adopteerde. Het kind van haar vriendin Radhiya, die overleed door uithongering en ziekte. Zelf had ze ook een kind.
Tetary probeerde de verschillende culturen dichter bij elkaar te brengen. Zij maakte geen onderscheid op basis van ras, geloof of cultuur. Ook onder de Chinezen en Creolen was zij geliefd.
Barnet Lyon was van 1891-1902 agent-generaal, de vertegenwoordiger van de kolonisator die in de geschiedvervalsing wordt aangeduid als de belangenbehartiger van de Hindostaanse contractarbeiders.
De opstand die begon op 24 september 1884 had zij, tezamen met Ramjanee op touw gezet. Ze wilden waar ze recht op hadden! Onder andere betaling zoals afgesproken bij het contract en een menswaardig bestaan. Mocht dat niet? Niet volgens het koloniaal bestuur, die handelde via de agent-generaal toen, Lyon. Op 26 september 1884 werd Tetary geliquideerd in opdracht van Lyon. Samen met haar nog zeven anderen.
Sranan Fosten Taki