Barnet Lyon

Barnet Lyon

← Terug

 

Wie was Barnet Lyon?

 

Barnet Leon was op de plantage de gruwelijke toenmalige agent-generaal die de moorden heeft laten doen plaats vinden tegen de opstandelingen ( contractarbeiders)

 

– In 1874 initieerde Lyon samen met de procureur-generaal de herinvoering van lijfstraffen (zoals bekend uit de slavernij). Verschil: de contractarbeiders mochten ‘slechts’ 30 rottingslagen per keer worden toegebracht. Dat werd toegepast op zowel mannen als vrouwen (Hindustanen, Creoolse vrije arbeiders en Chinezen). Bron: Ministerie van Koloniën: 1850 – 1900; Resolutiën: 11 – 14 februari 1876; Inv. nr 2860;

 

– Lyon gaf toe een voorstander te zijn van het ‘oude plantagestelsel’: duidelijke hiërarchie tussen meester en slaaf. Bron: Ministerie van Koloniën: 1850 – 1900; Resolutiën: 12 – 15 jan. 1877; Inv. 2952.;

 

– Sadistische karakteristieken van Barnet Lyon: hij liet 15 gevangene gedurende 15 dagen zonder bescherming aan de handen en voeten brántimáká kappen op zijn plantage. Bron: Handelingen van de Koloniale Staten: 1880 -1881 p. 95;

 

– Lyon was waarschijnlijk de meest gehate persoon/ambtenaar onder de plantagearbeiders: Hindustanen, Creolen, Chinezen en Barbadianen. Hij liet deze arbeiders om de minste en geringste arbeidsovertreding zwaar straffen: martelen met kromsluiting en rottingslagen. Dat gebeurde gedurende de gehele migratieperiode (Indentured Laboursysteem).

 

Lyon was op de hoogte van de martelingen: hij ontving uit alle districtsgevangenissen geregeld rapporten van gestrafte arbeiders: de strafmaat en de duur van de straffen. Bron: Ministerie van Koloniën: 1850 -1900; Geheime Resolutiën A8-G9 1884; Inv. 6152;

 

– De Britse consul vond Lyon de meest ‘onoordeelkundige ambtenaar’. Dit naar aanleiding van het laten neerschieten van 7 contractarbeiders, waaronder 3 vrouwen door de marechaussee. Bron: Verbaal van de Gouverneur van Suriname. Afdeling Kabinet Geheim; Eerste afdeling: 1885 – 1938

 

– Barnet Lyon was hoofdverantwoordelijk voor de moord op de Hindustaanse contractarbeiders op plantage Mariënburg. Volgens hem waren de Hindustanen bezig met een machtsgreep. Zij hadden contact met Bhárat Mitra: een tijdschrift van de vrijheidsstrijders in India. Daarom moest de opstand op plantage Mariënburg heel hard worden aangepakt. Bron: Ministerie van Koloniën 1850 – 1900; Resolutiën: 13 – 19 september 1902; Doosnr. 142;

 

Ook de Creoolse- en de Chinese arbeiders bleven niet bespaard: de specifieke informatie over Lyon met betrekking tot de behandeling van de Chinezen en Creoolse vrije arbeiders. Bron: Resolutiën Ministerie van Koloniën: 850 -1900; Geheim Resolutiën P4 – Q9 Inv. nr. 6152;

Janey Tetary (contractant I-491), was erg moedig en dapper. Zij was tewerkgesteld op de plantage Zorg en Hoop. Zij kon de onderdrukking, de uitbuiting, het onrecht wat de contractanten en de andere arbeiders ondergingen, niet meer aan.

 

Naast de onmenselijke handelingen van Lyon, lagen er ook aantal andere redenen ten grondslag aan de strijd die JaneyTetary voerde tegen het koloniaal bestuur en de koloniale planters.

 

Enkele voorbeelden, die geleid hadden tot deze actie van Tetary:

 

1. vanwege het feit dat de contractanten minder werden betaald voor de verrichte arbeid, welke contractueel was overeen gekomen: in Calcutta hadden de contractanten een overeenkomst getekend waarin stond dat een volwassen gezonde arbeider een minimumloon zou genieten van 60 centen en voor vrouwen en zwakke mannen was het 40 centen per dag. Bron: Brief van N. van den Brandhof aan de Gouverneur van Suriname, 15 april 1881 in Ministerie van Koloniniën 1850-1900, Resolutiën 14-17 februarie 1885, inv. Nr. 3827;

 

2. contractanten die niet volgens het contract, loon naar prestatie ontvingen, konden zich niet goed voeden. Hierdoor konden zij ook niet optimaal werken. Het gevolg hiervan was dat zij fysiek achteruit gingen en bezweken aan ziekten enz. Bron: Rapport van de districtcommissaris aan de Gouverneur van Suriname, 2 oktober 1884 in Ministerie van Koloniën 1850-1900, Resolutiën 1-3 december 1884, inv. Nr. 3813;

 

3. Op 29 mei 1883 diende de gezagvoerder van de plantage Zorg en Hoop samen met 27 andere planters een petitie in, om de strafverordening te herzien (Dr. R. Bhagwanbali, pag. 81. Men strafte de Hindustaanse contractarbeider onophoudelijk. Bron: Brief van de vereniging voor Suriname aan de Gouverneur van Suriname, 29 mei 1883 in Ministerie van Koloniën 1850-1900, Resolutiën 15-19 september 1883, inv. Nr. 3675.

 

Behalve dat zij een strijder was, was Tetary een persoon die openstond om te luisteren naar problemen van haar mede lotgenoten. Een sociaal figuur was zij. Wat haar in die tijd ook bijzonder maakte, was dat zij als Moslima een Hindu kind adopteerde. Het kind van haar vriendin Radhiya, die overleed door uithongering en ziekte. Zelf had ze ook een kind.

 

Tetary probeerde de verschillende culturen dichter bij elkaar te brengen. Zij maakte geen onderscheid op basis van ras, geloof of cultuur. Ook onder de Chinezen en Creolen was zij geliefd.

 

Barnet Lyon was van 1891-1902 agent-generaal, de vertegenwoordiger van de kolonisator die in de geschiedvervalsing wordt aangeduid als de belangenbehartiger van de Hindostaanse contractarbeiders.
De opstand die begon op 24 september 1884 had zij, tezamen met Ramjanee op touw gezet. Ze wilden waar ze recht op hadden! Onder andere betaling zoals afgesproken bij het contract en een menswaardig bestaan. Mocht dat niet? Niet volgens het koloniaal bestuur, die handelde via de agent-generaal toen, Lyon. Op 26 september 1884 werd Tetary geliquideerd in opdracht van Lyon. Samen met haar nog zeven anderen.

Sranan Fosten Taki