Esseline Polanen, de eerste zwarte apothekeres

Esseline Polanen, de eerste zwarte apothekeres

Esseline Polanen, de eerste zwarte apothekeres

← Terug

„Ik hield erg veel van koningin Juliana”

Als eerste zwarte vrouw in het Koninkrijk der Nederlanden werd Esseline Polanen apothekeres. „U mag wel met me komen praten, maar u moet in uw artikel mijn leven niet mooier voorstellen dan het was, zegt ze door de telefoon. Ze waarschuwt in vloeiend Nederlands: „Ik ben 92 jaar oud en mijn geheugen laat me in de steek. U komt op eigen risico, is dat afgesproken?

Esseline Polanen zit in een rolstoel. Op haar schoot ligt een belletje, waarmee ze haar personeel kan roepen. Haar zachte stem komt bijna niet uit boven het verkeerslawaai van de Burenstraat. Door ernstige reuma kan ze niet meer lopen, maar haar humeur lijdt er niet onder. Met twinkelende ogen deelt ze de ene kwinkslag na de andere uit. „Of ik in Paramaribo geboren ben? Ik kan het me niet meer herinneren, want het is al zo lang geleden! En dan weer: „Het was in de Zwartenhovenbrugstraat, kijk maar naar buiten, dan kun je het huis wel zien, er zit nu een Libanese zakenman in.

Met respect vervolgt ze: „Mijn moeder heette Albertine Johanna Chan-a-Hung. Haar vader was een Chinees, haar moeder een negerin. Kun je nog wat Chinees aan me zien? Nee hè, maar ik ben dol op Chinees eten! Vader Polanen heette Johannes Hendrik Nelson. „Hij was de eerste negeronderwijzer met een hoofdakte.

 

Esseline bezocht als kind de Bewaarschool aan de Gravenstraat, vervolgens ging ze naar de Van Sijpesteijnschool en aan de Hendrikschool rondde ze de mulo af. „Of ik goed was? Ik geloof het wel. Ik deed mijn best, ik wilde niet blijven zitten. Ik zou thuis geen leven hebben gehad als ik het op school minder deed dan mijn jongere broers. Ik was goed in natuurkundige vakken. Dat gaf me de mogelijkheid om voor arts of apotheker te gaan studeren. Voor arts vond ik mezelf ongeschikt: ik was bang dat, als de patiënten zouden gaan huilen, ik ook zou gaan huilen.

 

Esseline werd eerst apothekersassistente. Daarna ging ze naar de Geneeskundige School aan de Gravenstraat, waar nu het Landshospitaal is. „Toen ik mijn bevoegdheid had, trad ik in dienst bij apotheek Engelbrecht & Essed, want die apotheek draaide zonder bevoegde mensen. Niet zonder trots laat Esseline haar ingelijste Acte van Bevoegdheid zien: De Geneeskundige Commissie van de Kolonie Suriname verklaart dat Esseline Juliëtte Polanen, geboren te Paramaribo op 12 september 1909, heeft voldaan aan het examen tot uitoefening der bevoegdheid van Apotheker, voorgeschreven bij artikel 15 der Verordening van 8 mei 1896, regelende de voorwaarden tot het verkrijgen der bevoegdheid van genees-, heel- en verloskunde, tandheelkunde, apotheker, leerling-apotheker en vroedvrouw in de Kolonie Suriname. Getekend: A.S. Fernandes, secretaris, en P. Cool, voorzitter.

 

Esseline liet het niet bij deze acte. Ze volgde als eerste Surinamer met succes een cursus voor het slijpen van brillenglazen en haalde in 1944 in Brooklyn (New York) haar Acte van bevoegdheid tot Opticien. Tot die tijd moesten alle Surinaamse brillenrecepten in het buitenland worden uitgevoerd. Nu kwam er naast de apotheek aan de Burenstraat ook een optiek.

 

Organiste

 

Mevrouw Polanen is nooit getrouwd. „Ik had genoeg kinderen over de vloer uit de familie en ik heb mijn beste krachten gegeven aan het SOS-Kinderdorp hier in Paramaribo. Verder heb ik peetkinderen, waarop ik zo trots ben als een pauw.
Al meer dan zestig jaar heeft Esseline dezelfde hulp, Dina Christiena Vreugd. „Ze is van hulp huisgenote geworden, bijna een zuster. Omdat ze niet zo goed kon koken, nam ik er altijd een aparte kokkin bij!
Ze mist de kerkgang. „Mijn hele leven ben ik naar de kerk gegaan, maar nu moet de kerk naar mij komen. „Ik bezocht de diensten van de Evangelische Broedergemeente, zeg maar de Herrnhutters. Jaren heb ik orgel gespeeld tijdens de diensten in de kapel van het Diaconessenhuis.

 

Mevrouw Polanen is heel veel in Nederland geweest. „Voor mij was een reis naar Nederland net zon tocht als van hier naar Plantage Meerburg. Ze klingelt met het belletje op haar schoot en Dina Vreugd komt aangedraafd. „Dina, wanneer ging ik voor het eerst naar Holland? O ja, de eerste keer was in 1937, met een schip van de Compagnie Général Transatlantique. De laatste keer dat Dina en ik naar Nederland zijn geweest, is tien jaar geleden.

 

Ik was een echte wereldreiziger. Ik reisde door Indonesië, China en Japan. Na die reis maakte ik hier nog buigingen als ik ergens voor wilde bedanken. Ik bezocht Duitsland, Rome en Rusland. Ik kon mijn reizen betalen met wat ik verdiende in de zaak. Ik kon de zaak aan mijn personeel overlaten als ik weg was. Ik had een goede relatie met mijn personeel, ze zoeken me nog steeds op.

 

Koningin Juliana

 

Aan de muur in haar koloniaal ingerichte grote woonkamer hangt een Golden Badge of Honour van SOS-Kinderdorpen International. „Het werk voor deze opvang van weeskinderen is de grootste vreugde in mijn leven geweest.
Over de economische situatie van haar land heeft mevrouw Polanen geen mening. „Ik ben geen econoom. Kijk, bij de onafhankelijkheid in 1975 waren we allemaal blij, ik ook. Dat neemt niet weg dat ik erg veel hield van koningin Juliana. Ze is twee of drie keer hier in Suriname geweest. Ik ben familie van het Koninklijk Huis, want de Koningin is bij al haar andere titels ook Vrouwe van Polanen. Kijk thuis maar na!

 

[ad_2]

Auteur Sonny Tai Tin Woei