Voorkomende talen

← Terug

 In Suriname voorkomende talen

       Vorige pagina

Suriname is veeltalig. De officiële taal is het Nederlands. Bijna alle hoger geschoolden spreken en verstaan vloeiend Engels.
Het Sranan, dat zich al vroeg tijdens het begin van de slavernij als Afro-Surinaamse taal ontwikkelde, is te onderscheiden van de Afro-Surinaamse talen zoals die in het binnenland worden gesproken, bijvoorbeeld het Saramaccaans, Aucaans en Kromanti.*(zie video)

Op Surinaams grondgebied worden door de Indianen vijf Indiaanse talen gesproken. De sedert de 19de eeuw gearriveerde contractarbeiders brachten het Hindi, Javaans en Chinees, uiteraard in verschillende dialecten, die in Suriname integreerden. Zo ontstond bijv. het Sarnami Hindustani. De meest gesproken taal tussen de groepen is het Sranan.

TAALSITUATIE

In 1877 werd vastgesteld dat het basisonderwijs in het Nederlands dient te geschieden. Hiervóór was het Sranan dikwijls onderwijsmedium. In 1939 werd een experiment toegestaan met het Javaans als onderwijsmedium op één bepaalde school. Voor het overige werd een politiek
van assimilatie doorgevoerd, die in toenemende mate de culturele integratie van de verschillende bevolkingsgroepen via het Nederlands beoogde.

In Suriname worden zeer verschillende talen gesproken:

Indiaanse talen, Afro-Surinaams talen, Aziatische talen en andere talen. De Indiaanse talen behoren tot drie taalfamilies:

1. Karaïbisch talen (Kalina met 3200 sprekers in het kustgebied, Wajana met 1000 sprekers in Zuidoost-Suriname, Trio en Wama met 1600 sprekers in Zuidoost-Suriname);

2. Arowakse talen (alleen het Lokono, met ca. 1200 sprekers in het kustgebied);

3. Warause talen (alleen het Warau, met vermoedelijk geen moedertaalsprekers meer op Surinaams grondgebied).

De Afro-Surinaams talen talen zijn onder te verdelen in twee groepen:

1. de talen met zeer geringe Portugese invloed (het Sranan met ca. 100000 moedertaalsprekers in het kustgebied) en het Ndjuka (Aucaans),
Paramaccaans en Boni (met ca. 34000 sprekers in Oost Suriname);

2. de talen met sterke Portugese invloed (het Saramaccaans, met ca. 17000 sprekers langs de Surinamerivier, en het Matawai met ca. 2000 sprekers langs de Saramaccarivier).

De Aziatische talen zijn:

1.het Hindi in een Surinaamse variant, die ook wel Sarnami Hindustani wordt genoemd (ca. 140000 sprekers in het kustgebied);

2. het Javaans (ca. 90000 sprekers in het kustgebied);

3. het Chinees, vooral het Hakka van Zuid-China (ca. 8000 sprekers in het kustgebied).

Verder vindt men in Suriname nog:

1. het Nederlands of een Surinaamse variant daarvan, het Surinaams-Nederlands (met een gering aantal, meest Afro-Surinaamse moedertaalsprekers);

2. het Libanees, een Arabisch dialect (met een zeer gering aantal moedertaalsprekers).

De gegevens over moedertaalsprekers zijn ruwe schattingen op basis van de volkstelling van 1971. Het is bijv. bij de Afro-Surinamers moeilijk uit te maken welke taal (Nederlands of Sranan ) de moedertaal is. De kinderen groeien in gezinnen waar thuis voornamelijk
Nederlands gesproken wordt, toch tweetalig op.

Belangrijker zijn dan ook de resultaten van de volkstellingen, die voor achttienjarigen en ouder opgeeft dat – 98% – Sranan gebruikt, 50-55% Nederlands, 30-35% Sarnami Hindustani en 15-20% Javaans. De andere talen vertonen belangrijk lagere percentages.

SRANAN

Sranan ( of Surinaams ) functioneert als contacttaal tussen alle bevolkingsgroepen. De taal is duidelijk in hoofdzaak gebaseerd op het Engels. Men onderscheidt diverse ontleningslagen. In de oudste herkenbare laag vindt men woorden van Afrikaanse, Portugese en Engelse herkomst. Afrikaanse herkomst vindt men bijvoorbeeld in fom (slaan), njam (eten) en doro (arriveren). Portugese herkomst in woorden die veelal de klemtoon op de laatste lettergreep dragen: pina (gebrek lijden), kaba (eindigen), bari (ton), maar ook in woorden die op het
oog Engels aandoen, maar door onregelmatigheden in de klankovereenkomsten toch op Portugees moeten worden teruggevoerd: djari (tuin), fini (fijn), kibri (verbergen).

De Nederlandse invloed is duidelijk van later tijd, uitgezonderd enkele vroegere leenwoorden als figi  (vegen), triki (strijken), kweki (kweken, opvoeden). De klankstructuur is betrekkelijk eenvoudig. Men kan aantonen dat het oudere Sranan aan een regelmatige afwisseling van consonanten en vocalen de voorkeur gaf.

Engelse woorden als ‘make’, ‘want’ en ‘laugh’ werden dan ook ge-afro-Surinamiseerd tot meki, wani en lafu met een toegevoegde eindklinker. Consonantcombinaties werden ofwel vereenvoudigd (zo werd bijv. ‘stop’ tot tapu) ofwel de combinatie werd opgesplitst door er een klinker tussen te plaatsen (zo werd ‘stone’ aanvankelijk gecreoliseerd tot sifon, en ‘ground’ tot goron).

Een latere ontwikkeling, die overigens tot Sranan beperkt bleef en vooral in de hoofdstad invloed uitoefende, deed opnieuw consonantcombinaties ontstaan, door namelijk de onbeklemtoonde klinkers niet uit te spreken. Zo werd sifon weer tot ston, goron tot gron en het in oude geschriften nog voorkomende woord tara tot tra (ander).

Deze ontwikkeling deed zeer on-Europese consonantcombinaties ontstaan, zoals tnapu of zelfs knapu (staan), bakanna (middag), ppa (vader), wwojo (markt). Deze worden meestal voluit geschreven.

Sranan kent weinig affixen. De meeste woorden bestaan uit één enkel ondeelbaar morfeem. Wel is opvallend dat dezelfde woordvorm heel verschillende functies kan hebben. Een woord als hebi (van Engels heavy) treedt onveranderd op als bijvoeglijk naamwoord (wan hebi lai, een zware last), zelfstandig naamwoord (puru a hebi disi a mi tapu, neem deze lastvan mij af), intransitief werkwoord (a man hebi, de man is
zwaar) en transitief werkwoord (a sani e hebi mi, het bezwaart me, het maakt me zwaar).

De taal wordt hierdoor zeer plooibaar en in staat om met een kleine woordenschat veel uit te drukken. Als affixen zou men kunnen beschouwen de partikels ben, sa en e die alleen of in combinatie met elkaar acht werkwoordstijden kunnen vormen: mi waka (ik heb
gelopen), mi e waka (ik ben aan het lopen), mi ben waka (ik liep), mi ben e waka (ik was aan het lopen), mi sa waka (ik zal lopen), mi sa e waka (ik zal geregeld lopen), mi ben sa waka (ik zou lopen), mi ben sa e waka (ik zou geregeld lopen).

De woordvolgorde van het Sranan is zeer streng. Inversie komt niet voor. Een uitdrukking als san du ju betekent dan ook niet ‘wat doe je’, maar ‘wat scheelt je’, omdat het vraagwoord san door zijn positie voor het werkwoord alleen het onderwerp van de zin kan zijn.

De meest opvallende afwijking van de Europese zinsleer is de mogelijkheid om werkwoorden in serie te schakelen. Complexe werkwoorden als ‘brengen’ worden uitgedrukt door drie geschakelde werkwoorden teki tjari kon (nemen dragen komen).

Veel wat in Europese talen in een voorzetsel wordt uitgedrukt of op enige andere wijze, wordt in het Sranan door een werkwoord uitgedrukt: mi teki nefi koti a brede (ik nam mes sneed het brood, ik sneed het brood met een mes), mi seni kari wan datra (ik zond riep een dokter, ik liet een dokter roepen), mi Ion go a wowojo (ik rende ging bij markt, ik rende naar de markt), a bigi moro asaw (hij is groot overtreft olifant, hij is groter dan een olifant), mi njan en kaba (ik at het eindigde, ik heb het al gegeten), mi sabi taki a tru (ik weet zeg ’t is waar, ik weet dat het waar is), mi Ion gowe meki a no kisi mi (ik rende ging weg maakte hij niet kreeg mij, ik rende weg opdat hij mij niet te pakken kreeg).

Het algemene voorzetsel a of na wordt in vele functies gebruikt en is daarom moeilijk te vertalen. Het kan worden gespecificeerd door
woordjes als ini (in), tapu (op) baka (achter), enz. Een richting kan er niet in uitgedrukt worden. Zie het volgende voorbeeld: mi puru a linga na ini mi saka (ik trok de ring bij in mijn zak, ik haalde de ring uit mijn zak).

Men kan hieruit concluderen dat het Sranan een taal is met een geheel eigen grammatica, die niet zonder meer van enige Europese taal afgeleid kan worden, ondanks de voor het grootste deel Europese woordenschat. Voor wat betreft idioom en grammatische constructies vindt men eerder aanknopingspunten bij Westafrikaanse talen.

Men vindt in het Sranan een grote schat aan orale letterkunde (liederen, volksverhalen, spreekwoorden). Sinds 1945 wordt de taal ook literair gebruikt, waarbijvooral de grote produktie van poëzie opvalt.

 

*Kromanti