Schultz
In Suriname waren in de 18e eeuw verschillende personen met de naam Schultz actief. Een aantal van ze had een bedenkelijke reputatie, en mogelijk is de naam ook verbonden aan latere gemanumitteerden zoals Scholtzborg.
Aan de Surinamerivier lag in vroeger tijden plantage Roode Bank resp. Roodebank. Het moet vlak bij de plantage gelegen zijn geweest die bekend werd als Roorak (Roode Rak) waarbij het rode verwijst naar de aluinaarde en een rak staat voor een recht stuk van de rivier.
De plantage Roodebank stond lange tijd op naam van Is. Carilho. Het betreft waarschijnlijk voorganger Isaac Carilho, die ten tijde van gouverneur Mauricius in de periode 1742-1751 tot ontstentenis van de Portugees Joodsche Natie het land uit werd gezet, omdat ze meenden dat door de uitzetting de scheiding tussen kerk en staat niet werd gerespecteerd.
Het was op Roode Bank dat volgens Wolbers de latere marronleider Joli-Coeur geboren werd, ten tijde van de joodse directeur Schultz, die berucht was door ‘de mishandelingen zijnen slaven aangedaan en de ruwe zedeloosheden met zijne slavinnen’. Op het moment dat Schultz zich opdrong bij een slavin snelde haar partner haar te hulp. Schultz liet een geseling van de partner volgen, de vader van de nog jonge Joli-Coeur, die hiervan getuige was.
Jolicoeur zou hierna elders te werk worden gesteld en in 1772 vluchtten van plantage Fauquemberg naar Fort Boekoe van de Boni-Marrons. Hij zou nadien met Boni en Baron als marronleider fungeren. Schultz zou op plantage Rosenbeek komen te werken, en bij een overval door de marrons in 1773 op Rosenbeek zou Joli-Coeur Schultz herkennen als de verkrachter van zijn moeder en hem hierna inrekenen.
Schultz zou hierna wegens gebrek aan medewerking door Boni om het leven zijn gebracht.

Auteur: Nico Eigenhuis