DE VEERDIENST VAN LEONSBERG NAAR COMMEWIJNE.
Enkele weken geleden stond er in de Surinaamse pers een verontrustend bericht over de steiger in Leonsberg, van waaruit vele mensen de oversteek naar Commewijne maken. De steiger is in zeer slechte staat, door de stroom onlangs voor 40 procent weggespoeld en nauwelijks bruikbaar. Hierdoor komen niet alleen de belangen van eventuele passagiers in de knel, maar is het ook een aanslag op de broodwinning van de boothouders die de dienst onderhouden met hun particuliere bootjes.
De steiger kent een lange historie.
Wie rond 1900 vanuit Paramaribo de rivier over wilde steken naar het huidige Commewijne kon niet gebruikmaken van een geregelde veerdienst tussen twee plaatsen. Zo’n veerdienst was wel noodzakelijk, want vervoer over land, bijvoorbeeld tussen Paramaribo en plantages in Commewijne, was bijna niet mogelijk vanwege het ontbreken van een behoorlijk wegennet.
In 1913 kwam hierin verandering. Op 30 augustus van dat jaar startte Gerardus Brokmeier, gezagvoerder van de plantages Waterland en Leonsberg een veerdienst tussen Leonsberg en de plantage Voorburg. Aan beide zijden liet hij hiertoe eenvoudige steigers bouwen. Blijkens een advertentie uit die tijd was zijn motorboot geschikt voor vervoer van personen, rijwielen, automobielen, ezelkarren en diverse soorten vee. Vanuit Leonsberg onderhield hij ook een autoverbinding met Paramaribo. Zonder problemen verliepen de eerste jaren niet. Geregeld was er pech en moest de dienst met kleinere boten worden waargenomen, zodat geen automobielen of rijtuigen overgezet konden worden. De overtocht duurde 10 minuten en kostte voor een persoon 25 cent, na afloop te voldoen!
Een merkwaardig en droevig voorval op de boot vond plaats in december 1924.
Een krant berichtte hierover:
“LEVENSMOEDE. Zaterdag nam een oude Javaan een kaartje voor de veerdienst Voorburg-Leonsberg. Toen de boot midden in de rivier was, sprong hij overboord. Hij werd meegesleurd door den val, doch bleef aan de oppervlakte. De boot zette onmiddellijk koers naar den drenkeling, doch toen men in zijn nabijheid kwam, dook hij weg. Hoewel men ongeveer tien minuten in den omtrek bleef kruisen, kwam hij niet meer boven. Zijn lijk is tot heden niet opgevischt. Voor hij overboord sprong had de Javaan het kwartje voor den veerdienst (men betaalt eerst aan de overzijde) met het kaartje op de bank gelegd. De oorzaak van zijn handelswijze is niet bekend.” Inmiddels was er in 1920 een tweede verbinding tot stand gebracht: Een veerdienst tussen Paramaribo en Meerzorg. Volgens de krant De Surinamer voorzag deze dienst duidelijk in een behoefte. Wel werd gesignaleerd dat aan de overkant het wegennet nog zeer beperkt was.
Beide veerdiensten hadden herhaaldelijk te maken met storingen en uitval, voornamelijk veroorzaakt door gebreken aan de boten.
Ondertussen breidde het wegennet zich aan de overkant geleidelijk uit en kon men vanuit Meerzorg een groot gedeelte van Commewijne bereiken.
De noodzaak van een veer vanuit Leonsberg nam geleidelijk af en in 1952 werd de officiële veerdienst opgeheven.
Wie op die plek nog over wilde, moest gebruikmaken van particuliere bootjes. De veerdienst Paramaribo Meerzorg werd bij het gereedkomen van de Wijdenbosch brug in 2000 opgeheven.
Voor vervoer vanuit Leonsberg naar Commewijne is de laatste tientallen jaren de vraag gestegen o.a. door het opgang komen van een bescheiden toeristische activiteit rond museum Fort Nieuw Amsterdam, Mariënburg en Noord Commewijne (o.a.Frederiksdorp en Bakkie).
Reden temeer dus om serieus bezig te gaan met herstel/aanleg van een steviger steiger.

Auteur: Jacob van der Burg