De Vera

← Terug

De Vera en de geest van De Las Casas

Toen de Spaanse conquistador De Vera Suriname in bezit nam had hij in zijn bagage de geest van De Las Casas, die was mede bepalend voor zijn handelen.

Bartholome de las Casas (1484-1566) kreeg als jongen van 15 jaar van zijn vader –na terugkeer van diens reis met Columbus- “een indiaan cadeau”. Hij kwam hierna tot de conclusie dat de indianen over een ziel beschikten en meende dat de overwonnen indianen gekerstend zouden moeten. In 1542 schreef hij zijn Brevisma relacion de la destruction de las Indias, en in datzelfde jaar werd een verbod ingesteld op het inzetten van indianen als slaven in kolonies.

Het beeld van de inheemse Cariben, die leefden met de Galibi, werd bepaald door de legende rond hun vestiging op de Antillen waar de Igneri woonden. Volgens deze legende zouden de Cariben alle Igneri-mannen hebben gedood en opgegeten en namen ze de Igneri-vrouwen tot hun eigen vrouwen. Hierdoor gingen ze door het leven als canibal, kannibalen.

De eerste Spaanse kolonisten in de 16e en 17e eeuw hanteerden de encomienda, een systeem waarbij rijke, Spaanse mannen grote stukken land kregen toegekend, waarbij plaatselijk slavernij werd toegepast. Onder meer door de druk van De las Casas kwam men in Spanje tot een reeks wetten die uiteindelijk de dwangarbeid van de inheemse bevolking verboden..

Domingo de Vera e Llargoyen (1550-1629) was een Spaanse veroveraar die van het Spaanse hof de opdracht om mythische goudstad El Dorado te zoeken. In 1593 landde De Vera op de kust van de Guyana’s en nam deze officieel in bezit voor de Spaanse koning Filips II.

De Vera kwam tot de conclusie dat de teelt van tabak en katoen en de verkoop ervan aan de Engelsen en Hollanders lucratiever was dan de zoektocht naar El Dorado. Hij staat als gouverneur van Suriname te boek van 1593 tot zijn overlijden in 1629.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis