Chardavoine

← Terug

Chardavoine

De naam van jurist Chardavoine duikt regelmatig op in het dossier van de zaak die Salomon DuPlessis namens de Cabale aanhangig maakte tegen gouverneur Mauricius. Hij was met zijn gezin begin achttiende eeuw woonachtig aan de Watermolenstraat.

De Hugenoot Louis Chardavoine kwam uit de Franse regio Saintonge in Noord-Frankrijk. In 1717 kwam hij in Paramaribo te wonen waar hij actief werd als planter en raadsheer van Politie en Criminele Justitie. In 1723 trouwde hij er met Marianne Balcet uit Amsterdam met wie hij aan de Watermolenstraat 35 kwam te wonen.

De vader van Marianne – Claude Balcet- was geboren in Turijn en trouwde in 1687 in Zwitserland. Hij kwam hierna als refuge arts in Amsterdam te werken. Niet alleen zijn dochter kwam naar Suriname, maar ook haar broer Jean Aimee die op plantage Overtoom in dienst van de familie Juran kwam te werken. Hij zou samen met Louis Chardavoire in 1733 een kavel aan Paramaricakreek aankopen, die in gebruik werd genomen als plantage onder de naam La Perseverance.

Uit het huwelijk van Louis Chardavoine en Marianne Balcet werden 5 kinderen geboren. Hun dochter Marie Marthe ‘Maria’ (1727-1793), was in 1747 getrouwd met Jean Planteau (1723-1765) en zou na diens overlijden trouwen met de rijke planter Gideon Adriaan Diderik (Diederick) de Graaff met wie ze aan de Gravenstraat 2-4 woonde.

Louis Chardavoine zou in 1744 nogmaals in het huwelijk treden, en wel met Johanna Cornelia Parriso(n). Hij was ten tijde van zijn overlijden in 1748 in het bezit van 4 huizen, diverse onroerende goederen, en plantage La Perseverance.

  Auteur: Nico Eigenhuis