Stuger en Coronie

← Terug
Stuger en Coronie

 

Bij drukkerij Heyde verscheen in het jaar 1900 het werk Voorheen en Thans over Coronie’s verleden en toekomst 1808. 1900. Het werd geschreven door J.L. Stuger.
Stuger start zijn betoog over Neder-Nickerie en Opper-Nickerie (Coronie) met de ontginning in 1797 in het gebied door gouverneur Frederici en noemt de eerste posthouder en de planters uit de begintijd. Hij benoemd de eerste plantageproducten en boomsoorten in het gebied, waaronder de bolletrie en krapa.
In zijn betoog stipt hij direct aan welke ontwikkelmogelijkheden hij ziet voor de plantages en gaat in op de bedreigingen die zich manifesteerden ten aanzien van het wegwassen van de kuststrook door de zee.
In zijn betoog over Coronie wordt hij lyrisch als hij stelt dat het gebied er een is waar God alleen Maker, Bestierder, Landbouwer, Planter en Onderhouder is. Hij noemt A. Cameron als eerste planter te Burnside in 1808. Hij noemt vervolgens de Landdrosten Lauta, van der Schoor en Slengarde.
Ook benoemd hij het werk in het district door de EBG-zendelingen Jacobs en Hartmann.
De Duitse familie Stuger was een plantersfamilie in de West. We komen ze tegen als (mede-)eigenaar van plantages Klein Curaçao en Toevlugt aan de Surinamerivier, alsmede Kocqswoud aan de Perica.

Lees verder:

stuger_beschrijft coronie

 

 

 

  Auteur: Nico Eigenhuis