LABADISTEN OP PLANTAGE LA PROVIDENCE, MUMMIES IN EEN FRIES KERKJE.
Overal in Nederland vindt men herinneringen aan het koloniale verleden van Suriname. Ook in de provincie Friesland is dat het geval. Een bijzonder voorbeeld hiervan is te vinden in het bijna achthonderd jaar oude kerkje van het dorpje Wiuwert, met slechts driehonderd inwoners. Hier bevindt zich een uitgebreide documentatie over de geschiedenis van de gemeenschap van de Labadisten, die in Suriname de plantage La Providence stichtten.
Maar vooral is Wiuwert bekend omdat in de grafkelder van het kerkje de gemummificeerde lichamen nog te zien zijn van vier personen die zo’n vierhonderd jaar geleden overleden. Ze maakten deel uit van een grotere groep gemummificeerde lichamen die in 1765 in de kelder werden gevonden. Het bijzondere was dat de lichamen niet waren vergaan, maar zonder enige kunstmatige behandeling in mummies waren overgegaan. Iets wat nergens elders op de wereld is waargenomen.
Naar de oorzaak van dit fenomeen is uitgebreid onderzoek gedaan. Het bleek namelijk dat de lichamen alsnog vergingen wanneer ze buiten de kelder werden verplaatst. De oorzaak moest dus in de bijzondere omstandigheden ter plekke liggen. In de kelder staan twee kleine raampjes tegenover elkaar altijd open, zodat er een constante luchtstroom waait. Op verschillende plekken in de wereld heeft men de kelder exact nagebouwd, maar het fenomeen van mummificering trad niet op. Ook aan de aanwezigheid van aardstralen is wel een rol toegekend, maar die is nooit bewezen.
Meest waarschijnlijk is dat de samenstelling van de grond ter plekke een rol speelt.
De kerk staat op een oude terp en daar zijn in het verre verleden veel leden van de zogenaamde Labadisten gemeenschap begraven. Dit was een sekte-achtige beweging, gesticht in Frankrijk door de ex-priester Jean de Labadie.
Na veel omzwervingen door Europa was men hier neergestreken. De familie Van Aerssen, waartoe ook gouverneur Cornelis van Aerssen van Suriname behoorde, bezat hier in de buurt een groot landgoed. Dit hadden ze de beweging als verblijfplaats aangeboden. Een lid van die familie, zus van de gouverneur, had zich namelijk al in een vroeg stadium bij de beweging aangesloten.
De Labadisten waren zeer strenge Protestanten, die niet geaccepteerd werden door de reguliere kerk. Ook in Friesland hadden ze weinig aansluiting bij de bevolking.
Dit maakte dat ze het plan opvatten om in Suriname, waar Van Aerssen toen gouverneur was, een plantage te stichten. Dit deden ze rond 1684. Op de overblijfselen van een oude Engelse plantage stichtten ze La Providence.
Een echt succes werd het niet. Een eerste groep werd bijna geveld door ontbering en ziektes. Ook een tweede groep verging het niet voorspoedig. In het begin waren de contacten met de rode en zwarte slaafgemaakten redelijk, maar later namen de wreedheden toe en van het plan ze te bekeren kwam weinig terecht. Ook het in cultuur brengen van de grond lukte niet echt goed. De meeste Labadisten verlieten dan ook berooid en teleurgesteld na enige tijd de plantage.
In 1719 werd La Providence verkocht en door de laatste Labadisten verlaten.
In het kerkje van Wiuwert is over deze geschiedenis nog veel authentiek materiaal te vinden, o.a. een lijvig boek met tekeningen van inheemse insecten, gemaakt door Labadiste Maria Sybille Merian.
En één van de nog aanwezige mummies heeft ook nog een duidelijke connectie met de Labadisten gemeenschap. Het is de in 1705 overleden goudsmid Stellingwerf. die ook tot die gemeenschap behoorde.
Na het vertrek van de Labadisten heeft plantage La Providence nog tot 1821 bestaan.
O
Jacob van der Burg