Jaap en Ischa Meijer

← Terug

Jaap en Ischa Meijer

Na de tweede wereldoorlog vertrok rabbijn Jaap Meijer met zijn gezin naar Suriname. Hij verdiepte zich er in het leven en werk van opperrabbijn Lewenstein die er de 19e eeuw aldaar de beide Joodse gemeenschappen leidde.

Jaap Meijer (1912-1993) kwam vanuit Winschoten naar Amsterdam om voor rabbijn te leren aan het Joods Seminarium. Hij werkte in 1941-1943 als leraar aan het Joods Lyceum in de hoofdstad en had onder anderen Anne Frank in de klas.

Meijer overleefde met zijn vrouw en zoon Ischa tijdens de Tweede Wereldoorlog het concentratiekamp Bergen-Belsen. Jaap Meijer en zijn vrouw waren beiden zwaar getraumatiseerd door hun oorlogservaringen. Van enige psychologische opvang van oorlogsgetroffenen was destijds in Nederland geen sprake.

In 1953 vertrekt Jaap met zijn gezin naar Suriname waar hij leraar geschiedenis en waarnemend rabbijn wordt, en maakt Ischa zijn eerste krant. De Meijers konden er niet aarden en keerden na enkele jaren terug naar Amsterdam.

Ischa Meijer (1943-1995) werd op zijn achttiende, in zijn woorden, ‘het huis uitgezet’. Hij werd journalist en bracht vooral uitgebreide, vaak onthullende interviews. Die gingen vaak meer over hemzelf dan over de door hem geïnterviewden. Naast interviewer was Meijer auteur en toneelschrijver, en vervolgens acteur. In 1974 verscheen van zijn hand Brief aan mijn moeder, in 1977 gevolgd door Een rabbijn in de tropen.

Over de relatie tussen vader en zoon verschenen twee portretten in boekvorm.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis