Jonas Witsen

← Terug

Jonas Witsen

De invloed van de Amsterdamse stadssecretaris Jonas Witsen op de gang van zaken in Suriname was begin 18e eeuw groot. Hij kwam zelf in het bezit van een aantal belangrijke plantages en in zijn biografie komen we een aantal bekende namen tegen.

Jonas Witsen (1676-1715) was de zoon van Jonas Witsen senior(1647-1675), die de eerste steen legde van het stadhuis op de Dam, en de kleinzoon van Cornelis Jan Witsen, burgemeester van Amsterdam. Jonas Witsen staat bekend als een bevorderaar van kunsten en wetenschappen en een muziekliefhebber. Hij was in het bezit van een kunstkamer met een rariteitenkabinet.

Tussen 1693 en 1712 was hij stadssecretaris van Amsterdam. In 1701 trouwde hij met de domineesdochter Elisabeth Basseliers (1680-1702) wiens vader in Suriname actief was op plantage Surimombo en gehuwd was met de zus van gouverneur Johan van Scharphuizen.


Met Elisabeth Basseliers woonde hij aan de Keizersgracht 674 en nadat ze een jaar later overleed in het kraambed kwam hij in het bezit van Surinaamse plantages Surimombo, Palmeniribo en Waterland. Hij zou hierna in 1704 hertrouwen met Isabella Maria Hooft.

Jonas Witsen stuurde Dirk Valkenburg (1675-1721) naar Suriname om — naast zijn administratieve plichten — zijn nieuwe bezit, zeldzame vogels en planten te schilderen.

Witsen moet hebben ingezien dat Suriname ongekende mogelijkheden kende voor het verwerven van medicijnen en het inzetten van nieuwe plantageproducten. Hij stimuleerde Maria Sibylla Merian om in 1669 met haar dochter in Suriname haar studie naar Surinaamse planten en insecten te verrichten. Deze zou ze uitwerken met de directeur van de Amsterdamse Hortus Medicus C(r)ommelin; zijn Hortus vormde in die jaren een belangrijke inkomstenbron voor de stad

Zijn oom Nicolaas zou in 1712 de Duitse zilversmid Hansbach vanuit de Hortus Medicus koffieplantjes meegeven naar Suriname. Ze vormden het begin van een groot aantal koffieplantages in Suriname die de planters grote rijkdommen zouden brengen.

Suikerplantage Waterlant

  Auteur: Nico Eigenhuis