De malaria-lijn Ten tijde van de aanleg van de goudlijn was het niet alleen las…

De malaria-lijn

← Terug

De malaria-lijn

Ten tijde van de aanleg van de goudlijn was het niet alleen lastig om geschikte arbeiders te rekruteren, maar er was nog een uitdaging, de route liep namelijk dwars door malaria-gebieden.

Dat malaria eind 19e eeuw nog een dodelijke ziekte was blijkt uit het feit in 1896 de vrouw van gouverneur Tonckens aan deze ziekte overleed. Het graf van deze predikantsdochter, Siekea Anna de Haas, is te vinden in de Palmentuin van Paramaribo.

Er werden bij het aanleggen van het traject naar Lawa niet alleen Javaanse contractanten ingezet maar er werd ook besloten om honderden Antillianen te contracteren. De contractanten werden door Lely in 1903 op Kofidjompo gehuisvest, de plek die later bekend zou worden als Lelydorp.

In het Treinlied (“Suriname land der landen”) wordt het zware werk aan de goudlijn bezongen met de tekst:

Als de trein maar eens zal rollen
dan zijn wij al hele bollen.
’t werk is dan voor goed gedaan,
schuif het op de lange baan
Republiek en Kadjoe, Lawa Tapanahony

In 1900 kwam met de Javaanse contractanten ook de ervaren arts Dr Eduard Adriaan Koch naar Suriname, die er 12 jaar werkzaam zijn en van veel betekenis zou zijn voor de carrière van Suriname’s prominentste arts Paul Christiaan Flu.

In 1911 zou Flu concluderen dat het gevaar van malaria in de gebieden waar goud werd gewonnen alleen te bestrijden zou zijn door het aanleggen van uitgebreide drainagesystemen ter plaatse.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis