taal, language


De grote staking van de Marron vrachtvaarders

.
← Terug
Table of Contents

De grote staking van de Marron vrachtvaarders van 1921, die werd gedragen door de Ndyuka, Pamaka en Aluku Marrons, en gesteund door de Saamaka Marrons. Feze werkstaking met zijn drie maanden was de langste in de Surinaamse geschiedenis, met grote economische en politieke consequenties.

De Marrons verdienden hun geld in de negentiende eeuw vooral met houtkap. Rond 1880 brak een periode van nieuwe economische bedrijvigheid aan met de ontdekking van goudvelden in Frans Guyana. Door omstandigheden waren alleen Marrons in staat de duizenden goudzoekers met proviand en uitrusting naar afgelegen gebieden in het binnenland te brengen. De Marrons beschikten ook over het vervoermiddel (de korjaal) en de kennis om hun weg te vinden door ondiepe en verraderlijke stroomversnellingen.

De Marrons veroverden zo een monopolie over het riviervervoer, zowel voor Suriname als Frans Guyana. Deze positie gebruikten zij om hoge lonen en vrachttarieven af te dwingen.

De staking in 1921 kwam als een donderslag bij heldere hemel.

Ndyuka vrachtvaarders keerden met lege boten terug uit Albina naar hun dorpen, en het vrachtverkeer op de Marowijne en Lawa was in één keer stilgelegd.Een stelling van dit onderzoek is, dat het verloop van de gebeurtenissen in sterke mate bepaald is door drie personen: Willem Frederik van Lier, gaanman Amaketi en Yensa Kanape. Vooral de rol van Van Lier is omstreden.

De schrijver heeft gebruik gemaakt van archiefmateriaal, en heeft eerdere publicaties vergeleken; veel aandacht gaat naar Nederlandse overheidsdocumenten.

H.U.E. Thoden van Velzen