Ndyuka granman Gazon Matodja zou bij zijn geplande installatie premier Pengel tot Broko-de laten wachten. Pengel bleek hiervoor het geduld niet te hebben en reisde onverrichter zake af.
Granman Gazon Matodja werd rond 1904 geboren in het dorp Moitaki. In zijn jeugd ging hij vaak mee met zijn vader om vracht te vervoeren naar het binnenland van Frans-Guyana. Later werkte hij in de houtkap en als losse arbeider.
Da Gazon verliet rond 1936 zijn geboortedorp en vestigde zich definitief op Drietabbetje, de residentie van de granman van de Ndyuka. Hij zat ook in de delegatie die zijn oom Pai Amatodya in 1937 begeleidde naar Paramaribo om door de gouverneur erkend te worden als gaanman, die hierbij de installatie door het tradiotioneel gezag oversloeg.
In 1966 werd Gazon als opvolger van Akontoe Velanti geïnstalleerd tot als granman, hierna bezocht hij met een uitgebreide delegatie Paramaribo voor de bevestiging van de installatie. Hierna moest hij keuzes maken tussen handhaving van de oude tradities of meegaan met de veranderingen van zijn tijd.
Gaanman Gazon Matodja is de eerste gaanman van de Ndyuka die buiten Suriname verschillende reizen maakte, waaronder in de jaren ’70 naar Nederland, Ghana, Togo, Dahomey , Nigeria en de Nederlandse Antillen.
Een moeilijke periode voor Gazon Matodja was de binnenlandse oorlog 1986-1992, waarvan zijn volk het slachtoffer werd. In de binnenlandse oorlogsjaren reisde hij verschillende keren naar Frans-Guyana om met de autoriteiten en de toenmalige gaanman Tolinga van de Aluku-marrons te praten over de vluchtelingen die in de vluchtelingenkampen verbleven.
De gaanman vond dat hij boven de partijen moest staan en geen mensen mocht aanzetten tot oorlog en moord. Dit standpunt huldigde hij tot op de dag van zijn dood in 2011. Voor zijn verdiensten ontving gaanman Gazon Matodja in de loop der jaren de nodige hoge onderscheidingen. In 1996 riep het Marroninstituut Stichting Sabanapeti, met toestemming van gaanman Gazon Matodja, de Gaanman Gazon Matodja Award in het leven.