De Kwinti Stam

.
← Terug
Table of Contents

De Kwinti Stam ( of Kofiemakka )

Het ontstaan van de Kwinti-stam in Suriname is een verhaal van verzet en overleving dat teruggaat tot de vroege 18e eeuw. Als kleinste van de zes Marronstammen hebben zij een unieke geschiedenis die hen onderscheidt van groepen als de Saramaccaners of de Ndyuka.
De belangrijkste feiten over hun ontstaan zijn:

Vroege vlucht uit slavernij:

De eerste vermeldingen van Kwinti-gemeenschappen dateren uit maart 1743. Zij vestigden zich oorspronkelijk in de moerassige, moeilijk toegankelijke gebieden ten westen van Paramaribo, zoals de Duivelsbroekzwamp.

Betwiste oorsprong

Er zijn twee belangrijke lezingen over hun exacte herkomst:
Volgens mondelinge overlevering zouden zij afkomstig zijn van de grote Berbice slavenopstand van 1763 in het huidige Guyana.
Andere bronnen wijzen op vluchtelingen van plantages in het Para-district in Suriname zelf.

Vroege leiders:

De stam werd aanvankelijk geleid door Boku (overleden in 1765), die werd opgevolgd door Kofi. Van Kofi wordt wel beweerd dat hij de broer was van de beroemde verzetsleider Boni.

Strijd en isolatie

In tegenstelling tot andere Marronstammen sloten de Kwinti in de 18e eeuw geen vredesverdrag met het koloniale bestuur. Hierdoor bleven zij lange tijd doelwit van zowel koloniale expedities als andere Marron en inheemse groepen.

Vorming van nederzettingen

Pas rond 1850 vonden zij enige rust door een verdrag met de Matawai stam, waarna zij zich vestigden aan de Boven Saramacca en later aan de Coppename-rivier.

De cultuur

De cultuur van de Kwinti is geworteld in hun geschiedenis als Marrons: een mengeling van West-Afrikaanse tradities en aanpassingen aan het overleven in het Surinaamse regenwoud.
Hun specifieke tradities omvatten:

Taal:

De Kwinti spreken een eigen taal, het Kwinti, een op het Engels gebaseerde creooltaal die nauw verwant is aan het Sranantongo en de talen van de Aluku en Paramaccaners.

Religie en Spiritualiteit

Net als andere Marrongroepen belijden zij de Winti-religie, waarbij de verering van voorouders en natuurgeesten centraal staat. Rituelen zoals de Wintiprei (rituele dansavonden) worden gebruikt om in contact te komen met godheden en geesten.

Klederdracht

Vrouwen dragen traditioneel de pangi, een felgekleurde, vaak geruite omslagdoek Wikipedia. Mannen dragen de kamisa, een doek die tussen de benen door over een koord hangt.

Muziek en Dans

De cultuur is rijk aan traditionele muziekstijlen die dienen voor zowel vermaak als spirituele doeleinden. Specifieke dansen worden uitgevoerd tijdens ceremonies om de band met de voorouders te bevestigen Kunstbus.

Sociale Structuur

De stam heeft een eigen bestuurlijk systeem onder leiding van een Granman. Belangrijke beslissingen worden vaak genomen tijdens een Krutu (een ceremoniële vergadering).

Levensonderhoud

Tradities zoals de aanleg van kostgronden (kleinschalige akkers in het bos) en het gebruik van traditionele geneesmiddelen en kruiden zijn nog steeds essentieel voor hun manier van leven.

De eerste formeel door de Surinaamse overheid geïnstalleerde en erkende Granman van de Kwinti was André Mathias. Hij werd in 2002 officieel beëdigd als het opperhoofd van de stam en bleef in functie tot zijn overlijden in 2018.

Hoewel André Mathias de eerste officieel erkende Granman was, kende de stam in de eeuwen daarvoor al belangrijke leiders en opperkapiteins.

Boku (Bokkoe)

Hij wordt beschouwd als een van de vroegste leiders van de Kwinti in de 18e eeuw (rond 1750).

Kofi

Hij volgde Boku op en leidde de stam gedurende een lange periode van strijd tegen de koloniale machten tot aan zijn dood in 1827.

Alamoe

Rond 1887, toen de Kwinti officieel als vrije Marrons werden erkend, was Alamoe de belangrijkste leider (Opperkapitein).
De huidige Granman van de Kwinti is Remon Clemens, die in 2020 werd aangesteld als opvolger van André Mathias.

Ma Agosto

In de orale traditie van de Kwinti-stam wordt vaak verwezen naar Ma-Agosto (of Moeder Agosto) als een centrale vrouwelijke figuur bij het ontstaan van de gemeenschap.
Hoewel de historische documentatie over de Kwinti minder uitgebreid is dan die van grotere stammen, spelen stammoeders een cruciale rol in de Marroncultuur. Hier zijn enkele belangrijke aspecten van hun rol:

Matrilineaire structuur

Zoals bij alle Marronstammen is de sociale structuur van de Kwinti matrilineair Refworld. Dit betekent dat afstamming, familieclans (lo’s) en erfrecht via de vrouwelijke lijn lopen.

Voedselzekerheid en rijst

In bredere Marron-legenden worden stammoeders vaak geëerd omdat zij zaden (zoals rijst) in hun haar meesmokkelden tijdens hun vlucht van de plantages naar het oerwou.

Hoewel specifieke namen zoals Sapali of Paánza vaker met andere stammen worden geassocieerd, is dit motief ook bij de Kwinti van fundamenteel belang voor hun overleving.

Spirituele bewakers:

Stammoeders worden na hun overlijden vaak vereerd als belangrijke voorouderlijke geesten die de stam beschermen en wijsheid doorgeven aan de huidige generaties.

In tegenstelling tot de grotere Marronstammen zoals de Ndyuka (1760) en de Saramaka (1762), hebben de Kwinti in de 18e eeuw geen vredesverdrag gesloten met het koloniale bestuur. Dit had grote gevolgen voor hun geschiedenis:

Voortdurende strijd

Omdat er geen officieel verdrag was, werden de Kwinti tot ver in de 19e eeuw beschouwd als “weglopers” en bleven zij het doelwit van koloniale strafexpedities en aanvallen door andere stammen die wél verdragen hadden.

Late erkenning

Pas in 1887 erkende het koloniale bestuur de Kwinti officieel als een vrije Marronstam.

Vrede met de Matawai:

Bij gebrek aan een verdrag met de overheid zochten de Kwinti rond 1850 toenadering tot de Matawai-stam. Zij sloten een onderling vredesverdrag met de Matawai-granman, wat hen de nodige veiligheid bood om zich definitief te vestigen aan de Boven-Saramacca en de Coppename-rivier.

Binnen de Kwinti-stam zijn de familieclans, ook wel lo’s genoemd, de bouwstenen van de sociale en politieke structuur. Hoewel het systeem vergelijkbaar is met dat van andere Marrongroepen, heeft de Kwinti-stam enkele unieke kenmerken door hun specifieke geschiedenis en kleinere omvang.

De belangrijkste aspecten van hun clanstructuur zijn:

Matrilineaire Afstamming

De lo is een groep mensen die via de vrouwelijke lijn afstamt van één gemeenschappelijke stammoeder. Dit betekent dat je tot de clan van je moeder behoort, niet die van je vader.

De “Bee”

Binnen een lo bestaan kleinere eenheden genaamd bee (buik). Dit zijn directe familieleden die letterlijk uit dezelfde ‘buik’ (moeder of grootmoeder) voortkomen .

Vervaging van Kennis

Uniek voor de Kwinti is dat de specifieke namen en grenzen van hun lo’s minder scherp gedefinieerd zijn dan bij grotere stammen zoals de Ndyuka. Onderzoek uit de late 20e eeuw wees uit dat jongere generaties Kwinti vaak niet meer precies wisten tot welke lo zij behoorden, mede door de sterke invloed van de Evangelische Broedergemeente en migratie Semantic.

Politieke Macht

De opvolging van leiders, zoals een kapitein of de Granman, gebeurt idealiter binnen de lo. De waardigheid en functies blijven binnen de familieclan van de voorganger, waarbij vaak een neef (zoon van een zus) de logische opvolger is.

Verbinding met Dorpen

Oorspronkelijk waren bepaalde lo’s verbonden aan specifieke dorpen of nederzettingen langs de Coppename-rivier, zoals Bitagron of Kaaimanston.

Late Erkenning:

Pas in 1887, ruim 24 jaar na de afschaffing van de slavernij, werden de Kwinti officieel door de koloniale overheid erkend als vrije Marrons.