De Aboikoni familie

.
← Terug
Table of Contents

De familie Aboikoni speelt een centrale rol in de geschiedenis en het bestuur van de Saamaka (Saramaccaners), een van de marronvolken in Suriname. De familie behoort tot de invloedrijke Matjau-lo (clans) en heeft door de jaren heen verschillende grootopperhoofden (granmans) voortgebracht.
Belangrijke Granmans uit de Aboikoni-lijn
In de recente geschiedenis hebben meerdere leden van de familie Aboikoni de positie van granman bekleed

Jozef Daniel Aboikoni

Een legendarisch figuur in de familiegeschiedenis die als een van de vroege stamleiders wordt beschouwd.
Songo Aboikoni: Hij diende als granman tot aan zijn overlijden in 2003.

Belfon Aboikoni (2005–2014)

Hij werd in 2005 door de Surinaamse overheid beëdigd als opvolger van Songo Aboikoni. Zijn ambtsperiode was historisch belangrijk vanwege de focus op landrechten voor de Saamaka, wat leidde tot het bekende “Saramaka-vonnis” bij het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens.

Albert Aboikoni (2018–heden)

De huidige door de overheid erkende granman van de Saamaka. Hij is de broer van Belfon Aboikoni en werd op 12 augustus 2018 officieel beëdigd door toenmalig president Desi Bouterse.
Opvolging en Traditie
De geschiedenis van de familie kenmerkt zich ook door complexe discussies over traditie en opvolging.

Matrilineaire afstamming

Volgens het gewoonterecht van de Saamaka wordt de granman gekozen uit de vrouwelijke lijn (de moederlijn) binnen de lo.
Controverses: Sinds het overlijden van Belfon Aboikoni in 2014 is er sprake van interne verdeeldheid binnen de stam. Hoewel Albert Aboikoni in 2018 officieel is aangesteld, zijn er ook andere facties die aanspraak maken op de titel, zoals de groepen rondom Naze Amina en Frans Banai.

Culturele Erfenis

De Aboikoni’s worden door velen binnen de gemeenschap gezien als bewakers van de marron-normen en -waarden. Zij zetten zich in voor de ontwikkeling van het Saamaka-gebied langs de Boven-Surinamerivier en het behoud van de geschiedenis van hun voorouders, die vluchtten voor slavernij om in de jungle een eigen samenleving op te bouwen.

De stammoeder van de Aboikoni-familie, die behoort tot de invloedrijke Matjau-lo (de “Axe” of “Bijl” clan) van de Saamaka, wordt in de orale traditie vaak geïdentificeerd als Ma Ayako (ook gespeld als Ma Ayakoo).
Binnen de matrilineaire structuur van de Marronsamenleving is zij de centrale figuur van wie de bloedlijn en daarmee het recht op de titel van granman (grootopperhoofd) binnen deze tak afstamt.

Kernpunten over de afstamming

Matrilineaire lijn: Het leiderschap wordt overgedragen via de vrouwelijke lijn. Dit verklaart waarom recente granmans zoals Songo, Belfon en de huidige Albert Aboikoni als broers of naaste verwanten binnen dezelfde moederlijn de troon konden bestijgen.

Matjau-lo

De Aboikoni’s zijn de belangrijkste vertegenwoordigers van de Matjau-lo. Deze clan speelde een cruciale rol bij de ontsnapping uit de slavernij en de vorming van de Saamaka-gemeenschap in het binnenland van Suriname.

Andere historische vrouwen:

Hoewel Ma Ayako als de genealogische stammoeder wordt gezien, is Jaja Dandé (18e eeuw) een andere zeer gerespecteerde vrouwelijke voorouder binnen de stam. Zij was een gaanmuye (wijze vrouw) die bekend stond om haar diplomatieke rol en openheid naar de buitenwereld.

De naam Aboikoni vindt zijn oorsprong in de taal en cultuur van de Saamaka (Saramaccaners) en is onlosmakelijk verbonden met hun geschiedenis als gevluchte Marrons.
De herkomst van de naam kan vanuit verschillende invalshoeken worden verklaard.

1. Betekenis in het Saamakaans

De naam is een samenstelling van woorden uit het Saamakaans (een Creoolse taal met sterke Afrikaanse, Engelse en Portugese invloeden). Volgens historische bronnen en lokale overlevering betekent de naam letterlijk: “Die jongen is knap” of “Die jongen is slim”.
A boi: De jongen / Hij (als jongen).
Koni: Slim, wijs of knap (verwant aan het Nederlandse ‘kondig’ of het Engelse ‘cunning’).

2. De legende van de stamvader

De naam werd een officiële familienaam via een legendarisch figuur: Aboikoni (ook wel Jozef Daniel Aboikoni genoemd). Hij was een van de vroege leiders die in de 18e eeuw meevocht voor de vrijheid van zijn volk.
Hij vluchtte van de plantages en vestigde zich diep in het oerwoud langs de Boven-Surinamerivier.
Zijn verhalen over moed, kracht en trots werden mondeling overgedragen aan zijn kinderen, waardoor de naam uitgroeide tot een symbool van verzet en onafhankelijkheid.

De naam Aboikoni is specifiek verbonden aan de Matjau-lo (de Bijl-clan). In de Marroncultuur is je lo (clan) vaak belangrijker dan je achternaam, maar de Aboikoni’s zijn de leidende familie binnen deze clan geworden. Sinds de 20e eeuw is de naam synoniem geworden met het grootopperhoofdschap (granmanschap), beginnend bij Agbago Aboikoni (granman van 1951-1989).
De naam herinnert dus zowel aan een individuele voorouder die vocht voor vrijheid als aan de gewaardeerde eigenschappen (slimheid en wijsheid) die van een leider binnen de stam worden verwacht.