Vakbondsman Polanen

← Terug

Vakbondsman Polanen

Anno 1969 werd in de Surinaamse pers een lans gebroken voor het vakbondswerk dat George Humphrey Nelson Polanen eind jaren vijftig verrichtte. Diens pleidooi voor een onafhankelijke vakbeweging werd vergeleken met het werk van Pater Weidmann.

De in 1922 geboren Polanen kwam uit een goed nest, zijn vader Johannes Hendrik Nelson Polanen (1882-1939) was de eerste zwarte hoofdonderwijzer in Suriname. Zijn broer Desi Polanen studeerde in New York en Hamburg, en werd in Suriname voorzitter van de tandartsvereniging.

George Humphrey Nelson Polanen was een Korea-ganger, hij behoorde tot de troepen die na de tweede wereldoorlog in 1952 werden ingezet in Korea. Als oud-strijder werkte hij bij de douane en als ambtenaar bij het minister van Algemene Zaken.

Nadat hij zich had aangesloten bij Wie Eegie Sanie werd hij wegens gezagsondermijning ontslagen als ambtenaar. Door het ontbreken van een onafhankelijke vakbeweging zouden zijn belangen hierna niet goed werden behartigd. Hij zou hierna in de jaren 1958 en 1959 een vurig pleidooi houden voor het oprichten van een onafhankelijke vakbeweging maar vond hiervoor geen gehoor.

Het zou er toe leiden dat hij met enkele anderen een geïmproviseerde projectiel bestaande uit “bombels” (vuurwerk) voor het huis van Pengel liet ontploffen, die weinig schade aanrichtte. Pengel nam de zaak hoog op en de affaire werd als aanslag behandeld. De verantwoordelijken, waaronder ‘Pieter’ Polanen kregen gevangenisstraffen van 2 tot 4 jaar opgelegd.

Zijn broer Desi zou hierna gewag maken van de corruptie in de Surinaamse politiek. Hij zou er in 1962 een eigen politieke partij genaamd WIN, “waarom iets nieuws”. Hij gooide met zijn partij geen hoge ogen, maar

zou in 1970 wel door Sedney worden aangesteld als gevolmachtigd minister van Suriname in Nederland.

Pieter Polanen zelf, pseudoniem Kwame Dandillo, zou net veel meekregen van zijn rehabilitatie, hij kwam in 1970 door een auto-ongeluk om het leven.

Paramaribo in vroeger tijden

 

  Auteur: Nico Eigenhuis