Ügene Richenel Henry Fitz-Jim

← Terug

Ügene Richenel Henry Fitz-Jim (1914-2004), biografie

In 1932 slaagde hij voor de hulponderwijzersakte en in 1935 voor de onderwijzersakte. In 1937 kreeg hij een benoeming als onderwijzer op de Emmaschool te Paramaribo.

Na enkele jaren werd hij als jonge ongetrouwde onderwijzer naar Bradimofo te Saramacca gedetacheerd als schoolhoofd nadat hij intussen de hoofdakte had behaald. Daar heeft hij enkele jaren gewerkt. Aangezien Bradimofo voornamelijk bevolkt werd door inwoners van Indiase afkomst leerde hij daar vloeiend Hindi spreken, zodat hij op huisbezoek ook met de ouders kon praten.

In 1949 werd hij overgeplaatst naar Nw Nickerie als schoolhoofd van de openbare lagere school.. Inmiddels getrouwd en vader. In Nickerie had hij het voordeel dat hij Hindi sprak. Nickerie is ook een district dat voor een groot deel door mensen van Indiase afkomst bewoond wordt. Na 4 jaar Nw Nickerie werd hij overgeplaatst als schoolhoofd van de openbare lagere school Leiding VIIIA( district Suriname). Ook weer een district met mensen van Indiase afkomst.

In Suriname had je toen GLO A EN GLO B scholen. De openbare school leiding VIIIA was een GLO B school, leerlingen van zulke scholen deden geen toelatingsexamen voor de muloschool. De enige opties voor hun waren de ULO, de Technische School of de Huishoudschool of werk. Dhr Fitz-Jim vond dat zeer onrechtvaardig. Alle kinderen hebben recht op dezelfde kansen vond hij ook de districtskinderen. Hij streed ervoor en won de strijd gelukkig. Ook de GLO B scholen mochten toelatingsexamen doen.

Maatschappelijk was hij altijd zeer betrokken bij zowel zijn personeel als leerlingen. Leerkrachten die verzuimden omdat ze geen oppas voor hun kinderen hadden moesten hun kinderen maar naar zijn vrouw brengen, ook studenten die hetzelfde probleem hadden kregen te horen: mijn vrouw past wel op zodat je examen kunt doen. Verschillende leerkrachten waren ook bij zijn vrouw in de kost zodat ze wat meer tijd hadden voor ze naar de avondschool gingen.

Na 4 jaar leiding VIIIA vond hij dat zijn districtsjaren erop zaten. Zijn twee oudste kinderen zaten al op de Muloschool en moesten door de week bij Oma verblijven. Ook wilde hij graag verder studeren. Hij was al begonnen aan een driejarige opleiding tot landbouwleraar. En moest daarvoor steeds naar Paramaribo gaan. Toen nog een hele onderneming.

De overplaatsing naar Paramaribo werd een feit. Hij werd in 1957 hoofd van de Julianaschool te Paramaribo. Intussen had hij zijn diploma als landbouwleraar behaald. Hij werd door LVV , afdeling van het Ministerie van Landbouw gevraagd om landbouwlessen in het district Suriname te verzorgen.De lessen moesten namelijk vnl in het Hindi gegeven worden. Vier keer in de week werd hij ‘s middags door een chauffeur van LVV opgehaald en naar verschillende locaties gereden om daar les te geven.

Na enkele jaren werd er eindelijk een school gebouwd op Ma Retraite en hij werd toen overgeplaatst als schoolhoofd naar die school. In 1962 bleek de Calorschool(Mulo) te groot geworden. Er volgde een splitsing en de MGJ Poolschool werd opgericht. Dhr Fitz-Jim werd benoemd tot directeur van deze school. De school begon aan de Jacobusrust in de leegstaande barakken. Een deel van de leerlingen kwam van de Calorschool.

Met geld afkomstig van het Tienjarenplan voor Suriname(1956-1966) werd er een school gebouwd aan de Marowijnestraat te Zorg en Hoop en in 1965 verhuisde de Poolschool daar naar toe. Intussen had Dhr.Fitz-Jim ook nog de akte Biologie en Handelsvakken behaald.

Hij bleef tot aan zijn pensioen in 1974 directeur van de Poolschool. In 1967 werd hij voor zijn vele verdiensten in het onderwijs beloond en werd ridder in de orde van Oranje Nassau.Na zijn pensionering vond hij zichzelf nog te jong om thuis te zitten. Hij werkte dus nog vijf jaar als leraar handelsvakken op het CPI(christelijk pedagogisch instituut) een opleiding tot onderwijzer. Daarna heeft hij zich tot zijn 88e met landbouw beziggehouden en reed vrijwel dagelijks naar Tijgerkreek in Saramacca waar hij een landbouwperceel had.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis