Seiffert / Wossink

← Terug

Seiffert / Wossink

Voordat plantage ‘s Gravenhage aan de Perica die naam kreeg stond het bekend als Rozendael. Het was in die tijd eigendom van Andries Seiffert, en zijn echtgenote zou er begraven worden met op haar grafzerk de tekst ‘zij leefde en stierf tot Heil van Bedloo’s drie paar Erve’, verwijzend naar de zes kinderen die haar kleindochter Anna Maria kreeg met Willem Bedloo.

De naam Seiffert wordt in 1677 in Leyden genoemd als sergeant majoor van de Prins van Oranje . De naar Suriname afgereisde Andries Seiffert (1703-1746) ging in 1730 maar Paramaribo en nam daar de naam Wossink aan. Hij was gereformeerd officier, raad van politie en criminele justitie en raad van civiele justitie..

Hij trouwde in Suriname met Maria Anna Lemmers (1705-1789), Zij bezaten de plantage Rozendael, oftewel s’Gravenhage, aan de Perica, en later de plantage “de Alida” aan de Cottica, genoemd naar hun dochter Alida Maria.

Alida Maria Wossink (1733-1785) kreeg als 13 jarige in 1746 plantage Katwijk toegewezen. In 1748 trouwde ze met Christiaan de Nijs, die al eigenaar van de plantages Imotapi en Nieuw Ribanika aan de boven-Commewijne was. Met hem kreeg ze dochter Anna Maria.

Na de dood van Christiaan hertrouwde Alida in 1762 met de Raad-Fiscaal Jan Willem van Meel. (1741-1771). Ze waren woonachtig in de Secretarie aan het gouvernementsplein (thans bekend als huis DuPlessis). In 1771 stierf Jan Willem van Meel en in 1772 gaf zijn weduwe Alida Wossink aan hun huisslavin Princes de vrijheid.

Princes – ook wel geschreven als Prinses- (1714-1792) was het eigendom van het echtpaar Van Meel-Wossink. Ze was in 1759 nog als wasvrouw werkzaam op Katwijk en stond na haar vrijlating bekend als Princes van Van Meel. Bij haar vrijlating verkreeg ze een pand met erf buiten de stad, maar ze verkoos om in de Secretarie te blijven wonen. Princes zou na haar manumissie in 1791 haar in slavernij geboren dochters Coba en Gratia vrijkopen.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis