Rijper jeugd (rijpie)

← Terug

Rijpere jeugd

 

Tijdens de crisisjaren kwam het gouvernement tot de conclusie dat er een project moest worden gestart om de rijpere jeugd van Suriname van de straat te houden. De leiding hiervan had Ir J.J. van Wouw, die van 1926 tot 1945 directeur Openbare werken was in Suriname.

 

De werklozenstakingen in Suriname kenden begin jaren dertig een aantal jonge leiders. Als sanctie werd een aantal van ze geïnterneerd in het gesticht, zoals Weyt, Revoet en Van Vliet, maar gouverneur Rutgers wenste meer maatregelen om de orde te handhaven en de werklozen van de straat te houden.

 

Hij gaf zijn tweede man, de militair A.F.J. Brummer de opdracht om een burgerwacht te vormen, en richtte een commissie in om naar Europees voorbeeld de werkloze jeugd werk te verschaffen. De aanpak van de jeugd in Suriname kende een voorgeschiedenis met de Kino-bendes die tijdens de eerste wereldoorlog de orde in Paramaribo verstoorden. Bij de aanpak begin jaren dertig werden in een door Rutgers ingesteld Comite verschillende vertegenwoordigers van maatschappelijke instellingen betrokken, waarbij ook de vertegenwoordigers van de kerken zich niet onbetuigd lieten. Een van de speerpunten van de inzet van de ingestelde ‘tucht-instellingen’ was het werk in de landbouw. Door citrus-deskundige J.A. Bange werd gepropageerd dat ze hierin het nodige konden leren, en de rijpere jeugd werd dan ook ingezet op de Cultuurtuin en in diverse landbouwprojecten, zoals bijvoorbeeld op Saramacca.

 

Van Wouw zou van de werkkrachten gebruik maken om in en rond Paramaribo een aantal infrastructurele voorzieningen op orde te brengen, zoals het wegennet en het waterstelsel. In 1939 zou van Wouw zijn taak inzake het jeugdwerk neerleggen. De orde bleek met het werk niet volledig hersteld, tijdens de tweede wereldoorlog kreeg Paramaribo te maken met nieuwe jeugdbendes, zoals de Zorro Gang en the Black Out Gang.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis