Professor Dr. Paul C. Flu

← Terug

Flu en de filaria

Een van de ziektes die de bijzondere aandacht had van Professor Flu was filaria . Gedurende zijn gehele carrière hield hij zich ermee bezig, en zijn bevindingen zouden van groot belang zijn voor de bestrijding van deze ziekte in Suriname.

In 1909 werd door Paul Christiaan Flu (1884-1945) in het laboratorium van Paramaribo de draadworm bestudeerd die de ziekte filariasis bij de mens veroorzaakt, met als herkenbaar verschijnsel elephantiasis (dikke benen). Flu gebruikte hierbij een stukje long dat hij uit Hamburg had meegebracht van een aldaar overleden Chinees met deze ziekte. In het laboratorium kon Flu de ontwikkelgeschiedenis van de larve volgen.

In 1911 zou Flu in Suriname de eerste zijn die er de Schistosoma mansoni ontdekte. Hij legde zijn bevindingen vast in het werk “De filaria-ziekte in Suriname” en zijn rapportage zou hierna veel geciteerd worden.

Nadat hij op Java kwam ter werken stelde hij daar in 1921 als eerste vast dat filaria in Batavia voorkwam onder de autochtone bewoners. In verband met de bestrijding van de filaria vector Culex fatigans stimuleerde hij de aanleg van waterleiding in Batavia, zodat de regenbakken konden worden weggedaan.

In 1923 verschijnt in het blad de West een artikel waarin Flu uiteenzet dat in Suriname meer dan 50% van de armere bevolkingsklasse geïnfecteerd is. Hij geeft aan dat kleine parasieten zich in de lymphevaten van de patiënten vestigen en dat reeds in 1876 is bewezen dat de ziekte door muskieten wordt overgebracht. Ter bestrijding van deze muskieten doet hij een oproep om een centrale drinkwatervoorziening aan te leggen. Flu zou zijn oproep in 1927 nog eens krachtig herhalen bij een bezoek aan Suriname. Ter plekke loofde hij het werk van Grace Schneiders-Howard op het gebied van de filaria-bestrijding in het land.

Uiteindelijk werd de centrale drinkwatervoorziening door de Surinaamse Waterleiding Maatschappij in 1933 gerealiseerd. Direct na de oorlog maakte de BOG grote vorderingen met de verdere uitbanning van de ziekte in het land.

 

Het Medisch Wetenschappelijk Instituut is vernoemd naar Prof. Dr. Paul C. Flu.

Wie was Prof. Dr. Paul C. Flu?

Paul Christiaan Flu werd geboren op 11 februari 1884 te Paramaribo. Hij begon zijn medische opleiding aan de Geneeskundige School alhier en studeerde op 31 maart 1905 af als geneesheer. Hij vertrok naar Nederland en in 1906 behaalde hij het arts diploma te Utrecht. Hierna werd hij opgeleid tot oogarts. Na voltooiing van deze opleiding deed hij bacteriologie o.l.v. Prof. Spronck te Utrecht. Hij werd luitenant in het Medisch Korps van het leger van Nederlands Oost-Indië en om dit werk goed te kunnen doen ging hij tropische ziekten bestuderen te Hamburg in Duitsland, alwaar zijn liefde voor de Parasitologie begon.

In 1908 keerde hij terug naar Suriname en werkte tijdelijk in het Militair Hospitaal als oogheelkundige. Hij werkte tevens in het Pathologie Laboratorium en was docent aan de Geneeskundige School. Flu, die kan worden beschouwd als de pionier van de Parasitologie in Suriname, heeft in Suriname en het toenmalige Nederlands Oost-Indië belangrijk wetenschappelijk werk gedaan. Hij wordt ook beschouwd als de grondlegger voor het Surinaamse waterleidingnet. Hij heeft veel werk verzet tijdens de laatste epidemie van urbane gele koorts in Suriname, die duurde van december 1908 tot februari 1909.

Op 16 april 1910 werd Flu per overheidsbeschikking belast met wetenschappelijk onderzoek naar het voorkomen van malaria in het binnenland van Suriname en met de studie van deze ziekte. Hij was één van de artsen die in 1911 Framboesia tropica genas bij 700 patiënten middels injecties met Salversan. Voor dit werk werd hij onderscheiden tot ridder in de orde van Oranje Nassau.

In juli 1911 werd Flu bij besluit van de Nederlandse regering gemuteerd naar Nederlands Oost-Indië, waar hij in Batavia onderzoek deed tijdens een ernstige cholera epidemie. Het lukte hem om cholera vibrio’s te isoleren uit vliegen. In 1912 bestudeerde hij de pest in Malang en de mogelijke rol van muskieten bij overbrenging van pest. In Priok bestudeerde hij rattenvlooien in verband met pest. Het feit dat kippen geen pest kregen inspireerde hem om een studie te maken van de immuniteit van kippen tegen pest (1919).

In 1920 slaagde hij erin om een vaccin te maken tegen pest en hiermee zette hij het werk voort van Dr. Borger die ermee begon, maar helaas in 1915 overleed. Hij stelde in 1921 als eerste vast dat filaria in Batavia voorkwam onder de autochtone bewoners. In verband met de bestrijding van de filaria vector Culex fatigans stimuleerde hij de aanleg van waterleiding in Batavia, zodat de regenbakken konden worden weggedaan.

In 1921 werd hij benoemd tot hoogleraar in de tropische hygiëne aan de Rijksuniversiteit te Leiden. Toen het Instituut voor Tropische Geneeskunde te Leiden gereed was, werd hij benoemd tot Directeur. In 1925 verleende de Universiteit van Utrecht hem het Eredoctoraat in de Geneeskunde. Van 1938 – 1939 was hij Rector Magnificus van de Rijksuniversiteit te Leiden.

De laatste jaren van Prof. Flu (1942 – 1945)

Tijdens de bezetting door de Duitsers, kwam Flu op voor de vrijheid van de Universiteit. In augustus 1942 werd hij gevangen genomen door de Duitse bezetters en in januari 1944 volgde zijn internering in een concentratiekamp op het moment dat zijn oudste zoon Hans door de Duitse bezetters werd vermoord. Hij heeft zowel lichamelijk als geestelijk geleden onder de Duitse bezetting. Zijn gezondheid ging hoe langer hoe meer achteruit en op 19 december 1945 overleed hij op 61-jarige leeftijd te Leiden.

 

1908: Flu diagnostiseert voor het eerst microscopisch in Suriname P. falciparum, P. vivax en P. malariae.

1911: Flu ontdekt voor het eerst Schistosoma mansoni in Suriname.

1911: Flu rapporteert voor het eerst de savanna filaria Mansonella ozzardi in Suriname.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis