Poite -Franse gedetineerden

← Terug

Poite

De groep Franse gedetineerden die na hun ontsnapping de weg in Suriname wist te vinden was groot. Naast de echte deportées, gedeporteerde strafgevangenen, die in Suriname werd aangeduid als "poite" bestond de groep voor een groot deel uit relegues, die uit Frankrijk waren verbannen om politieke redenen of na kleine vergrijpen.

Van het idee dat aan de andere kant van de Marowijne een veilige haven te vinden was werd in de 18e eeuw ook vanuit Suriname gebruik gemaakt. Voor de Boni-strijders, die waren opgegaan in de groep Aluku, bood een verblijf in Frans-Guyana de mogelijkheid om zich te hergroeperen.

De route vanuit de strafkolonie in Frans-Guyana naar Suriname werd als een van de eerste ondernomen door de (ex-)gevangene Jean-Pierre Ramel (1768-1815) die in 1798 via Paramaribo ontsnapte en daar een boek over schreef. Nadien zou er zo frequent een ontsnappingspoging plaatsvinden dat er onder de gevangenen een route richting Moengo circuleerde. De door hen aangegeven weg vormde de basis voor de Weyne-weg, de latere Oost-Westverbinding.

Een bekende gevangene was Henri Charrière die in diverse dwangarbeiders-kampen gezeten, van Saint-Laurent tot het beruchte Duivelseiland. Hij schreef over deze periode de avonturenroman Papillon, die in 1969 uitkwam en later werd verfilmd. Op Duivelseiland verbleven in totaal slechts 31 gevangenen met als bekendste de (ten onrechte) voor spionage veroordeelde Franse kapitein Alfred Dreyfus.

In Suriname had een groep relegues de belangstelling van Theodoor van Lelyveld. In 1904-1905 schreef hij over de omstandigheden van deze vluchtelingen uit de deportatiekolonie in Frans-Guyana, die hij had ontmoet in Suriname. Eenmaal in Suriname aangekomen werden ze opgepakt en teruggestuurd naar Frans-Guyana. Zijn artikelen leidden tot een politieke discussie in Frankrijk en een Tweede Kamerdebat in Nederland.

Door Lelyveld gefotografeerde groep relegues in Fort Zeelandia

  Auteur: Nico Eigenhuis