Moord op de leprozerie

← Terug

Moord op de leprozerie

Op leprozerie Batavia waren naast pater Donders meer paters actief. Een van ze was G.J. Heinink.

Begin 19e eeuw was de angst voor de Boassie nog zodanig dat besloten werd de leprozerie van het verre Voorzorg aan de Saramacca rivier te verplaatsen naar het nog verdere Batavia aan de Coppenamerivier. Ter plekke werd met de patiënten de katholieke beschermheilige St. Roche aangeroepen in de aldaar gebouwde gelijknamige kerk.

De in Oldenzaal geboren Gerardus Johannes Heinink (1815-1850) werd in 1843 benaderd door Martinus J. Niewindt -die zelf op Curaçao actief was- om de oversteek naar de West te maken. Heinink was op dat moment kapelaan te Losser, en bleek bereid om als pater naar Suriname af te reizen.

Door de op Batavia actieve paters, waaronder Heinink en Donders, werd niet alleen een strijd gevoerd tegen de gevolgen van de lepra, maar ze gingen ook de strijd aan met het zondige leven van de patiënten ter plaatse. Niet alleen hielden die er buitenvrouwen op na, maar er waren er ook die hun heil in de drank zochten.

Op een slechte dag nuttige Heinink een drankje waarna hij direct doodziek werd, en nog dezelfde dag kwam te overlijden. Al snel bleek dat hij door vergiftiging om het leven was gekomen. Het slechte nieuws bereikte Paramaribo waar Bisschop Grooff en Peerke Donders het overlijden van de pater wereldkundig maakten.

De omstandigheden rond de dood van Heinink waren zodanig verdacht dat op de leprozerie direct een onderzoek werd gestart. De ‘mandi’ (noot vd redactie: boosheid) van een van de lepra-patiënten was kennelijk nog zodanig dat hij desgevraagd direct bekende de pater te hebben vergiftigd.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis