Mettray

← Terug
  Auteur: Nico Eigenhuis

Mettray

In 1857 werd op de voormalige koffieplantage Lustrijk in Commewijne een landbouwkolonie opgericht voor protestantse weesjongens. De naam van de inrichting verwees naar soortgelijke initiatieven in Europa.

Bij de Codjo branti van 1832 ging in Paramaribo ook het weeshuis van de Lutherse gemeente verloren. Bijna 25 jaar later werd het plan ontwikkeld om in Suriname specifiek voor protestantse weesjongens ter vervanging een landbouwschool op te zetten. Het plan werd goedgekeurd door Charles Pierre Schimpf (1812-1886,) die van 1855 tot 1859 gouverneur van Suriname was.

Als voorbeeld voor de opzet gold het Nederlandse Mettray, een protestants opvoedingstehuis voor niet-criminele jongeren met gedragsproblemen, die in 1851 werd opgericht door Willem Hendrik Suringar. Het werd als landbouwkolonie opgebouwd op het landgoed Rijsselt bij Zutphen, naar het voorbeeld van een gelijksoortige inrichting in het Franse Mettray en werd later een jeugdzorginstelling.

De voormalige koffieplantage Lustrijk dateert uit de tijd van De Rayneval, en lag aan de overzijde van zijn plantage Schoonoord. In de periode 1821 tot 1843 was de plantage in het bezit van de familie Wilkens, de planter aan wie de Surinaamse familienaam Kenswil is ontleend. Niet veel later raakte de plantage in onbruik.

De initiatiefnemers Conradi, Van Schaik, Nielson en Ellis zouden in 1956 enthousiast hun initiatief propageren en vanaf 1858 gold voor alle arme protestantse wezen zelfs de verplichting om zich op Mettray op te laten nemen. Gezien de gebrekkige voorzieningen werd het echter geen succes en werd slechts een gering aantal kinderen opgenomen. Het bleef desondanks een aantal jaren in gebruik, en zou pas na het vertrek van Schimpf worden ontmanteld.

Hierna kwam er op de gouvernements-rubberplantage Slootwijk een opvang voor jongens en inmiddels had ook de Katholieke kerk rond 1858 een soortgelijk initiatief ontwikkeld voor de opvang van weeskinderen, in het gebouw van de Oude Bank aan de Gravenstraat.

  Auteur: Nico Eigenhuis