Lijnslager

← Terug

Lijnslager

François van Aerssen van Sommelsdijck werd door de planters gezien als de gedroomde opvolger voor vader Cornelis als gouverneur van Suriname. Hij was in die tijd echter druk om met behulp van Hendrik Lijnslager ‘blanke slaven en slavinnen’ in Noord-Afrika te bevrijden.

François van Aerssen van Sommelsdijk (1669 –1740) zou in 1687 vanuit Suriname "in staatsopdracht" naar Holland varen, met in zijn gevolg drie vrije indianen en vier indiaanse slaven. Mogelijk was er sprake van een kleine onderhandelingsdelegatie namens de inheemsen en een viertal inheemse gijzelaars.

Na de dood van zijn vader reisde François met Johan van Scharphuizen opnieuw naar Suriname om de erfenis van zijn vader af te handelen. In 1689, bij een aanval van Jean Baptiste du Casse op fort Zeelandia, verloor François enige vingers, toen hij eigenhandig het kanon laadde.

In 1690 werd hij bevorderd tot eerste luitenant, in 1692 tot kapitein-luitenant en in 1696 tot kapitein ter zee. In 1702 was hij betrokken in de Spaanse Successieoorlog en vocht in de Zeeslag bij Vigo. Vanaf 1713 was hij vice-admiraal en fungeerde hij als bevelhebber van verschillende expedities tegen de Barbarijse zeerovers van Algiers en Marokko.

Hendrik Lijnslager (1698-1768) werd in 1725 als kapitein door vice-admiraal François van Aerssen van Sommelsdijck naar Algiers gezonden. In de oorlog met Marokko zou hij in 1735 met de Engelsen een Saletijns roofschip op de klippen doen varen.

In 1736 werd Lijnslager verkozen om vrede met de Marokkanen te sluiten om de handel te herstellen en tot slaaf gemaakte Nederlanders te bevrijden. Lijnslager zou uiteindelijk onverrichter zaak moeten terugkeren, maar slaagde er wel in om vrede met Algiers en Tripoli te bewerkstelligen.

Op de prent een "Kristen"-slavenmarkt te Algiers anno 1684 van Jan Luyken

  Auteur: Nico Eigenhuis