Herdenking ramp slavenschip Leusden

← Terug

 

Herdenking ramp slavenschip Leusden

De Afrikaanse slaven die in 1738 verdronken voor de kust van Suriname, moeten een behoorlijk graf krijgen. Dit zegt Leo Atoman, voorzitter van de stichting 10 Oktober. Behalve voor de zielerust van de zevenhonderd overledenen, is het ook goed voor de gemoedsrust van de nakomelingen van tot slaaf gemaakte Afrikanen. Atoman begrijpt dat het een grote operatie betreft. De regering moet maar bij Nederland aankloppen voor financiering.

Het is immers onder Nederlands koloniaal gezag geweest dat het slavenschip Leusden toen Suriname aandeed. “Het mag nooit worden vergeten dat de Leusden bij de Marowijne zonk met uit Afrika gehaalde mensen aan boord. Hun beenderen moeten uit het water worden gehaald. Het is nodig, zodat ook wij ontlast kunnen raken. De regering moet Nederland om hulp vragen”, zei Atoman bij de herdenking van ‘Marrondag’.

De overblijfselen zouden in een massagraf kunnen worden bijgezet. Atoman vindt het niet meer dan logisch dat Nederland bijspringt. De Leusden was bezit van de West Indische Compagnie, WIC. Het behoorde tot de WIC-vloot die werd ingezet voor de slavenhandel. Het vaartuig maakte water bij de monding van de Marowijne. Slechts zestien van de zevenhonderd en zestien Afrikanen overleefden de ramp.

  Cheryll van Leewaarde