Katholieke Illustratie 1

← Terug
Uit: Katholieke Illustratie, 27-01-1949
VRIJHEID IN DE WILDERNIS
Het katholieke Indanendorp “Paradijs” in Suriname
Mannen, die van alle markten thuis zijn
Op de kaart van Zuid-Amerika lijkt Suriname slechts een klein gebied. Toch is het ruim viermaal zo groot als Nederland. Het is echter uiterst dun bevolkt: er wonen nog geen tweehonderdduizend mensen. En dezen behoren tot allerlei rassen. Bosnegers treft men er aan en Brits-Indiërs, Javanen en Chinezen, Syriërs en Israëlieten; en natuurlijk ook Nederlandse emigranten.
De oorspronkelijke bewoners van Suriname, de Indianen, vormen slechts een gering percentage van de totale bevolking. Men onderscheidt twee groepen: de Benedenlandse Indianen (ook Kust-Indianen genoemd) en de Bovenlandse Indianen. De laatsten wonen ver in het binnenland aan de grens van Brazilië; hun leefwijze is zeer primitief. Niet lang geleden ontdekte een missionaris een geheel onbekende stam, die nog verkeert in het stenen tijdperk!
Van de Benedenlandse Indianen is de stam der Caraïben het talrijkst. Het zijn krachtige en welgebouwde mensen. Hun ogen zijn donkerbruin tot zwart en het wit ervan gelijkt op parelmoer. Het gitzwarte, zeer dichte en gladde hoofdhaar behouden zij onvergrijsd tot de hoge ouderdom. Tegenwoordig vindt men veel Caraïben van gemengd ras, afkomstig van weggelopen negerslaven, die zich weleer met Indianen vermengd hebben. Ze heten Karboeger-Indianen. De meesten van hen wonen in het midden van Suriname, terwijl de zuivere, onvermengde Indianen zich meer nabij de oostgrens ophouden.
Van de Benedenlandse Indianen is de stam der Caraiben het talrijkst. Het zijn krachtige en welgebouwde mensen. Hun ogen zijn donkerbruin tot zwart en het wit ervan gelijkt op parelmoer. Het gitzwarte, zeer dichte en gladde hoofdhaar behouden zij onvergrijsd tot de hoge ouderdom. Tegenwoordig vindt men veel Caraïben van gemengd ras, afkomstig van weggelopen negerslaven, die zich weleer met Indianen vermengd hebben. Ze heten Karboeger-Indianen. De meesten van hen wonen in het midden van Suriname, terwijl de zuivere, onvermengde Indianen zich meer nabij de oostgrens ophouden. De Indiaan heeft een gezond denkende, religieuze geest. Hij heeft goede noties over goed en kwaad; hij verwacht een vergelding na de dood. Hij gelooft in het bestaan van een Opperwezen, de Grote Geest. Dank zij hun godsdienstige aard was het niet moeilijk een groot gedeelte van de Surinaamse Indianen tot het katholiek geloof te brengen.
[…]





 

  Auteur: Nico Eigenhuis