Dit artikel komt voort uit de gemeenschap zelf, voornamelijk opgetekend uit mondelinge overleveringen. Praktische feiten, waarbij eigen optiek en ervaring een grote rol spelen.
De eerste groepen Marrons die officieel en in vrijheid Paramaribo bezochten
In de koloniale geschiedenis van Suriname was de aanwezigheid van Marrons in Paramaribo strikt gereguleerd en vaak gebonden aan politieke delegaties na de vredesverdragen van de 18e eeuw.
De eerste groepen Marrons die officieel en in vrijheid Paramaribo bezochten, waren:
Leiders en gezanten na de Vredesverdragen (1760-1762).
Na het sluiten van de vredesverdragen met de Ndyuka (1760) en de Saramaccaners (1762) kwamen hun leiders en afgezanten naar Paramaribo. Deze leiders, herkenbaar aan hun door de overheid geschonken zilveren draagstokken (honorary canes), bezochten de stad voor diplomatiek overleg en om goederen in ontvangst te nemen.
Adoe en zijn delegatie:
Een van de vroegste gedocumenteerde leiders die betrokken was bij onderhandelingen was het opperhoofd Adoe van de Saramaccaners (rond 1749-1762). Hoewel de vroege contacten soms in gevangenschap plaatsvonden, markeerden de verdragen het begin van legale bezoeken aan de hoofdstad.
Handelaren en arbeiders (19e eeuw): Vanaf de late 19e eeuw, en met name na de afschaffing van de slavernij in 1863, kwamen grotere groepen Marrons naar Paramaribo voor de handel in hout en andere bosproducten, of om als arbeider te werken.
Historische achtergrond
Marrons waren oorspronkelijk tot slaaf gemaakte Afrikanen die de plantages ontvluchtten naar het binnenland. Voor de vredesverdragen was hun aanwezigheid in Paramaribo uitsluitend als gevangene of tijdens incidentele overvallen op plantages in de buurt van de stad. De verdragen gaven hen het recht om legaal te reizen voor handel en politiek contact.
Na de vredesverdragen in de 18e eeuw (zoals het verdrag met de Ndyuka in 1760 en de Saramaccaners in 1762) namen de Marrons diverse goederen mee terug naar het binnenland. Deze goederen werden door het koloniale bestuur verstrekt als onderdeel van de overeengekomen schattingen of “presenten.
De meegebrachte goederen waren essentieel voor hun overleving en autonomie in het bos en bestonden onder andere uit:
Gereedschappen en gebruiksartikelen: Bijlen, messen, houwers (machetes), scharen, naalden en kookgerei.
Wapens en munitie
Geweren en kruit, die noodzakelijk waren voor de jacht en zelfverdediging.
Textiel: Verschillende soorten stoffen (waaronder linnen en katoen) voor kleding, die later een belangrijke rol zouden spelen in de Marron-kledingcultuur.
Consumptiegoederen: Zout, tabak en sterke drank.
Symbolische goederen
Zilveren draagstokken met het wapen van de Sociëteit van Suriname, die aan de opperhoofden (Granmans) werden geschonken als teken van hun officiële erkenning en autoriteit.
Deze goederen werden vaak stapsgewijs geleverd; een deel werd direct in Paramaribo overhandigd, terwijl grotere hoeveelheden soms op afgesproken locaties langs de rivieren werden afgezet. In ruil hiervoor leverden de Marrons vaak bosproducten zoals hout of hielpen zij bij het opsporen van nieuwe weglopers.



Dit artikel komt voort uit de gemeenschap zelf, voornamelijk opgetekend uit mondelinge overleveringen. Praktische feiten, waarbij eigen optiek en ervaring een grote rol spelen.