Hugo van Vliet

← Terug
Hugo van Vliet
Als aanvoerder van de hongeroproer in 1931 zou in Suriname Hugo van Vliet twee jaar worden geïnterneerd in het krankzinnigengesticht Wolffenbuttel. Deze straf had hij vast mede te danken aan het pseudoniem “Modeka” waaronder hij bekend stond, een verhaspeling van A. de Kom.
Reeds in 1921 was er sprake van een opsluiting te Wolffenbuttel. Het betrof de straatpredikant Johannis Rijts, die in navolging van eerder Bromet geluiden liet horen die als ‘anti-semitisch’ werden uitgelegd. De opsluiting van Rijts leidde weliswaar tot kritische vragen, maar desalniettemin werd hiermee de weg geopend om criticasters zonder verder proces te interneren.
Hugo Emert Wilhelmus van Vliet werd in 1911 in Paramaribo geboren als zoon van de in het Nederlandse Montfoort geboren metselaar Hendrikus Antonius van Vliet (1874-1937) die in 1910 in Paramaribo in het huwelijk trad met de Surinaamse Anna Louisa van Wilgen. Hij werd al op jonge leeftijd actief als vakbondslid, en nadat in de crisisjaren in 1931 de hongeroproer plaats vond werd hij in oktober 1931 gearresteerd en geïnterneerd te Wolffenbuttel.
In 1933 zou het socialistische kamerlid Wijnkoop hierover vragen stellen aan de Nederlandse minister van Koloniën, maar de voorzitter van de 2e Kamer weigert deze vragen aan de minister. David Wijnkoop was de man die in 1929 De Kom een podium bood in de Communistische Gids van de CPH. Hij zou niet alleen vragen naar Van Vliet, maar ook naar Weyt/White die in 1932 net als Max Revoet in het gesticht werd opgenomen wegens leuzen tegen Van Haaren.
De interneringen te Wolffenbuttel droegen de goedkeuring van Maarten de Niet (1893-1973), die in 1926 werd benoemd tot advocaat-generaal bij het Hof van Justitie in Paramaribo. Begin juli 1935 werd De Niet benoemd tot procureur-generaal en in mei 1939 werd hij lid van de Raad van Bestuur van Suriname. De Niet was in 1937 mede verantwoordelijk voor de opsluiting van Louis Doedel, en zou in 1947 na de coup van Simon Sanches adviseren hem op te nemen in het gesticht.
Na de oorlog zou Hugo Emert Wilhelmus van Vliet in 1958 in dienst treden van het Amsterdamse stadsvervoersbedrijf.