De Franse Hugenoten

← Terug

Drouillet

De Franse Hugenoten die eind 17e eeuw in het kielzog van gouverneur Van Aerssen van Sommelsdijck naar Suriname kwamen lieten er hun sporen na. Niet alleen werd na hun komst de zondagsrust doorgevoerd, maar de door hen bezochte protestantse kerk kreeg ook de titel ‘de Franse Kerk’. Drouillet was er actief als ouderling (voorganger).

Het stempel van de Franse Hugenoten in Suriname is onder andere terug te zien in de namen van straten en wijken. Deze zijn vernoemd naar destijds vooraanstaande Hugenoten zoals Crepy, Tourton, Combe, Nepveu, Rayneville en De Mahony.

Jean Andre Drouillet (ook wel Jean Droulhet of Johan Drouillet) was afkomstig uit het Franse Chaumont en zoals de meeste Hugenoten als refugié naar Nederland gekomen. Kort na zijn huwelijk met Anna de Grange in 1698 kwam zij te overlijden.

In 1699 hertrouwde hij met Benigne Walraven met wij hij vijf kinderen kreeg. De familie Drouillet woonde in Paramaribo op de hoek van de Keizerstraat en de Watermolenstraat. De familie is door huwelijken o.a. gerelateerd aan in Suriname bekende namen als DuPeyrou en Sandick.

In 1708 was Jean Andre Drouillet als ouderling aanwezig bij de doop van Sara Lemmers, die later schatrijk zou worden. Naast zijn werk voor de kerk was hij in Suriname Lid van het College van Commissarissen van Kleyne Zaaken en planter.

Zijn plantage aan de Cotticarivier noemde hij Va Comme Je Te Pousse, hetgeen zich laat vertalen als ‘waarheen mijn bootje ook vaart’. Andere plantages in zijn bezit waren suikerplantage l’Esperance en Prosperité.

De afbeelding betreft een gezicht op Paramaribo (naar Berranger)


  Auteur: Nico Eigenhuis