Elisabeth Moeite

← Terug

Moeite

In het Suriname van voor de emancipatie was het voor de 'buiten'-vrouwen en kinderen van de planters niet eenvoudig om hun rechten te doen gelden. Laat staan als de desbetreffende planter kwam te overlijden.

Everardus Marcus Schelkes (1767-1819) was als Raadsheer aan het Hof van Politie kennelijk goed ingevoerd. Hij schafte in de tijd van Friderici in 1799 houtplantage La Ressource aan, gelegen aan de Saramaccarivier, en tevens bij het naast Groningen gelegen Columbia een perceel.

Het was ruim twintig jaar voordat Koning Willem I er op diezelfde plek in het kader van zijn Nicaragua-plan een nieuwe stad onder de naam Columbia wilde laten vestigen door zijn gezant Johannes van den Bosch.

Na het overlijden van Everardus Marcus Schelkes zou zijn concubine, de vrije Anna Maria van Gelderland (1765-1821) zijn bedrijf voortzetten, maar zij zou slechts twee jaar nadien komen te overlijden. Hierna zou Jason Everardus van Schelkes, kennelijk de zoon die hij had met Anna Maria, zich inspannen om een manumissie te regelen voor een tweetal personen die hem na stonden.

Het kwam uiteindelijk na jaren tot een tweetal manumissies, te weten in 1835 van Hendrik, die hierna door het leven zou gaan als Hendrik Everardus Moestuin, en nadat Jason Everardus Schelkes in 1842 zelf was overleden ook van Princes -kennelijk de moeder van Hendrik- , die hierna een bijzondere naam zou krijgen, te weten Elisabeth Moeite.

  Auteur: Nico Eigenhuis