De strijd op Palmeneribo

← Terug

De strijd op Palmeneribo

Na het overlijden van Jan Scharphuizen kwamen zijn plantages in handen van Johan Witsen. Er volgde al snel een beleidswijziging die leidde tot een opstand.

Johan van Scharphuizen werd in 1677 in Suriname benoemd in de Raad van Politie. In 1689 werd hij de opvolger van gouverneur Van Aerssen van Sommelsdijck. Een belangrijke maatregel die Scharphuizen nam was het intrekken van de toestemming die Joodse planters sinds de Engelse tijd hadden om op zaterdag hun slaven vrijaf te geven in plaats van op de zondag.

Van Scharphuizen verschafte in 1691 aan de Jodensavanne de wettelijke status van nederzetting, maar de joodse planters mochten hun slaven niet langer op zondag laten werken. Wellicht als tegenprestatie voerde hij zelf op zijn plantages in dat zijn slaven en slavinnen maar vijf dagen behoefden te werken. Ze konden op de vrije zaterdag en zondag groente verbouwen en op de markt verkopen voor hun eigen profijt.

Na Van Scharphuizen's overlijden kwam zijn erfenis in Amsterdam terecht bij Jonas Witsen. Die stuurde schilder Dirk Valkenburg (1675-1721) naar Suriname om — naast zijn administratieve plichten — zijn nieuwe bezit, zeldzame vogels en planten te schilderen.

Jonas Witsen liet hem ter plaatse de vrijheden van de slaven inperken; waarbij het recht van de vrije zaterdag. Ook mochten de slaven niet meer samenwonen met de partner van hun keuze of naar andere plantages lopen.

De opstand van 1707 werd snel neergeslagen door een detachement van 25 soldaten

  Auteur: Nico Eigenhuis