De schoolstrijd

← Terug

De schoolstrijd

Het al dan niet toestaan en financieren van onderwijs met een religieuze inslag vormde in Nederland in de 19e eeuw de inzet van de schoolstrijd. De strijd kende een tegenhanger in Suriname ten tijde van de vorming van de Hendrikschool.

Gezichtsbepalend voor het onderwijs in Suriname was tot laat in de 19e eeuw het onderwijs van de EBG, waarbij tot 1891 ook lesmateriaal in het Sranan werd gebruikt. Hiernaast was ook de Katholieke kerk actief in het onderwijs en kreeg het openbaar onderwijs een impuls nadat in 1887 de Gecombineerde School was gestart, de latere Hendrikschool.

In 1916 werd door de aan de Hendrikschool verbonden landbouwdocent Leys een debatavond georganiseerd met de titel Schoolstrijd of Schoolvrede?

Hij schets daarin de moeite die zowel de scholen van de EBG als de Katholieken in die tijd hebben om te concurreren met het openbaar onderwijs in Suriname. Leys geeft hierbij aan dat hij voor de financiering van de bijzondere scholen in Suriname hulp heeft gezocht in Nederland, waar de bijzondere scholen collectebusfondsen hadden gevormd.

Hiernaast schetst Leys dat sind de particuliere scholen van Heilbron en Thomson in 1887 zijn opgegaan in de Gecombineerde school, de latere Hendrikschool, er een soortgelijke strijd is ontstaan als in Nederland. Hij spreekt de hoop uit dat de strijd in Nederland op korte termijn zal worden beëindigd.

Op uitnodiging van voorzitter Nelson geeft Kraan tijdens de bijeenkomst te kennen een overtuigd voorstander van neutraal onderwijs te zijn. De namen Nelson en Kraan komen hierbij bekend voor; Louis Emilius Nelson was in die tijd jarenlang chief ranger van de Foresters in Suriname en William Kraan was in 1909 de oprichter van de krant de West en bekend als criticaster van het koloniale bewind.

In 1917 kwam het in Nederland tot de pacificatie, een maatschappelijk compromis waarmee een einde kwam aan de jarenlange schoolstrijd. Na een grondwetswijziging had het bijzonder onderwijs voortaan evenveel recht op financiële steun van de overheid als het openbaar onderwijs. Daarnaast werd voor mannen ouder dan 23 jaar het algemeen kiesrecht ingevoerd, twee jaar later gevolgd door het vrouwenkiesrecht. In Suriname zou het nog jaren duren voordat het laatste volledig was doorgevoerd.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis