Creola

← Terug

Nadat rond 1830 de vestiging van ‘vrije’ creolen bij het Surinaamse Groningen was tegengewerkt door de planters volgde ruim na de emancipatie in 1934 bij Uitkijk een hernieuwde poging.

Landbouwnederzetting Creola bood in 1934 de mogelijkheid aan creolen om zich als klein-landbouwer te vestigen, een ontwikkeling die begin 20ste eeuw in Suriname reeds werd gepropageerd door George Rustwijk en Julius Johannes Halfhide als alternatief voor de investering in de Lawa-spoorlijn.

Het moment van aanleggen viel vlak na de crisis die begin jaren dertig ook Suriname had getroffen en die ten tijde van de komst van Anton de Kom had geleid tot een oproer. In de regio werd begin jaren dertig te Dirkshoop geïnvesteerd in de teelt van citrus. Op initiatief van citrus-deskundige J.A. Bange werd hierbij ook de Rijpere jeugd te werk werd gesteld, en met name de sinaasappels uit de regio genoten direct grote populariteit.

In 1935 zou gouverneur Kielstra zijn ideeën over het creëren van een Nieuw Holland in Suriname in Nederland voor het voetlicht brengen. Hierbij gaf hij aan Creola als geslaagd voorbeeld van een nieuwe aanpak te zien. Knelpunten om het gebied tot ontwikkeling te brengen waren de slechte bereikbaarheid en de gebrekkige waterhuishouding. Om hier verandering in te brengen werd en weg aangelegd en werd er in 1953 werd door mw Langguth Oliveira, echtgenote van de minister van Landbouw en Visserij, op Creola een nieuw gemaal in gebruik genomen.

In 1974 werd het 40-jarig bestaan van Creola gevierd in aanwezigheid van minister-president Arron, die de eerste steen zou leggen voor de bouw van een nieuw gemeenschapshuis dat een jaar later in gebruik zou worden genomen. Hierbij was een van de oprichters, secretaris W.A. Leeuwin, een van de sprekers, en werd de kerkdienst geleid door R. Doth.

  Auteur: Nico Eigenhuis