Burgemeesters

← Terug

 

De burgemeesters

Eind 18e eeuw was het een kleine stap van planter in Suriname naar burgemeester in Nederland en vice versa. De burgemeesters die de stap naar de tropen niet wilden nemen deden een beroep op de Groninger Reyziger.

Mr George Reyziger was eind 18e eeuw in Suriname actief als Raad van Politie en Justitie. Na het overlijden van zijn vrouw zou hij voor hun trouwe huisbediende Nelly een manumissieverzoek indienen. Na zijn overlijden in 1784 werd zijn werk voortgezet door de in 1842 overleden Francois Nicolaas Reyziger. In 1811 kwam het tot de manumissies van Mella van Reyziger en haar dochter. De Reyzigers droegen o.a. zorg voor de plantages Reizigerzorg, Vriezenburg Nova en Dwingelo.

Het was de tijd dat een andere Groninger, Jan Gerhard Wichers (1745-1808) als jurist naar Suriname ging en daar eigenaar werd van de plantages Standvastigheid aan de Tapoeripakreek en Stolkwijk en Zeewijk aan de Motkreek. In 1775 werd zijn zoon Jan Wicherides geboren als kind uit zijn relatie met de vrije negerin Adjuba van Hesterslust. Al in 1783 reisde zoon Jan Wicherides op zevenjarige leeftijd met zijn vader naar Nederland. Als ‘mulat’ was hij in Nederland een bijzondere verschijning. In 1798 huwde hij er met Hendrika Maria van Lutsenburg en ging in Mijdrecht wonen. Het echtpaar kreeg twee zonen en een dochter. Hij werd hierna Burgemeester van Uithoorn.

De in Suriname actieve planter Johan Bavius de Vries (1717-1798), Raad van Politie en Criminele Jusititie te Paramaribo, was de zoon van de commandeur van Suriname en eigenaar van plantage Vriesenburg. In 1762 kwam hij in Harderwijk te wonen waar Johan Bavius burgemeester werd. Ook hun zoon François zou er later burgemeester worden. Johan Bavius de Vries had in Suriname meerdere plantages die in beheer waren van de Reyzigers en hij was voor zijn plantages persoonlijk actief in de handel in tot slaaf gemaakten vanuit Afrika.

Pieter Adam van Holte (1783-1823) was in 1811 burgemeester van Dwingeloo, als lid van een familie die rijk was geworden door de houthandel. Zijn oudere broer Aalt kwam in het bezif van aandelen in o.a. de Surinaamse plantage Peperpot. Van Holthe studeerde rechten en trouwde in 1814 te Groningen met Edzardina Jacoba de Drews. Kennelijk zocht hij met zijn gezin hierna het geluk in Guiana. Pieter Adam Van Holthe overleed op 40-jarige leeftijd in Demerary.

Dit medaillon met de beeltenis van Wicherides maakt begin 2020 deel uit van de Grote Suriname tentoonstelling

 

  Auteur: Nico Eigenhuis