Bereikbaarheid Moengo

← Terug

 

Te land, ter zee en in de lucht

Tot de aanleg van de Oost-West verbinding was de Surinaamse bauxietstad Moengo lastig te bereiken. Er werden daarom diverse pogingen ondernomen om hier verandering in te brengen.

 

De eersten die de weg richting Moengo zochten waren ontsnapte Franse déportés, die in Suriname hun weg naar de vrijheid zochten. De door hen gekozen route werd later gebruikt door Struycken de Roysancour, die in 1914 het plan opvatte om op het traject Albina-Moengo een trambaan aan te leggen, die nimmer werd gerealiseerd. Zijn opvolger Weyne (1891-1927) zette op hetzelfde traject gestraften en militairen in om een weg te realiseren, die de voorloper werd van de latere Oost-West verbinding. Vanuit Albina startte Chin A Loi nadien een autodienst op de Weyneweg.

 

Moengo was ook via de zee en de rivier de Cottica te bereiken, maar de kwetsbaarheid van deze route bleek toen tijdens de tweede wereldoorlog Duitse onderzeeërs voor de kust van Suriname postvatten. Hiernaast was er in die tijd Een apart de dreiging vanuit Frans Guyana, dat het Vichy regime in Frankrijk steunde, en dus op de hand was van de nazi’s. De bauxietfabriek te Moengo was op vliegafstand, en de bauxietschepen ware aldaar zeer kwetsbaar omdat de rivier lastig te bevaren was, en er ter plekke een lastige draai moest worden gemaakt.

 

In 1953 nam de luchtvaartpionier Ronald Kappel het initiatief om Moengo via de lucht te bereiken. Hiertoe werd de Moengo airstrip aangelegd, een van de oudste luchthavens in Suriname, waar in augustus 1953 de “Colibri” landde, van de Piper Cub (PZ-NAC) van Kappel-van Eyck, vanuit luchthaven Zorg en Hoop in Paramaribo. Op 1 januari was de oprichting van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij een feit en direct hierna begon de SLM een binnenlandse lijndienst tussen Paramaribo en Moengo met twee toestellen van het type Cessna 170B die kort daarvoor waren aangeschaft.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis