Baljaren

← Terug
Baljaren
Op een ‘baljaarpartij’ werd in de stad Paramaribo rond 1760 een verbod ingesteld. Kennelijk ging er een bepaalde dreiging uit van de feesten van de tot slaaf gemaakten, want ook voor het baljaren buiten de stad moest in het vervolg eerst vergunning worden aangevraagd.
Het Baljaren, of rumoer maken, is als woord afkomstig van het Spaanse baylar of Portugese bailar ‘dansen’. Het woord is vergelijkbaar het Italiaanse ballare, waarvan de woorden bal, ballet en ballade zijn afgeleid. Een baljaarpartij stond in Suriname ten tijde van de slavernij gelijk aan een ‘negerbal’, waarbij de dans werd begeleid door het slaan op de trom.
Ten tijde van de invoering van het verbod was de conclusie getrokken dat de overmacht aan marrons in het land alleen gebroken kon worden door met de diverse groepen aparte vredesovereenkomsten te sluiten. Om deze te kunnen handhaven werden gijzelaars van de marrongroepen naar de stad gebracht, de zogenoemde ostagiers of pantiman. Kennelijk werd men zich in die tijd ook bewust van de kracht van de drums als onderling communicatiemiddel.
Bijna twintig jaar na dato werd de conclusie getrokken dat het verbod op baljaren niet volledig te handhaven was omdat het traditionele baljaren deel uitmaakte van noodzakelijke rituelen rond dood en religie. In de jaren daarna zouden er steeds opnieuw regels worden bedacht om de overlast van het baljaren, zangpartijen en doe-spelen in de stad te beperken. Een uitzondering werd hierbij gemaakt voor de meerdaagse baljaarpartijen rond de jaarwisseling waarbij de slavinnen zich zo fraai mogelijk uitdosten.
De afbeelding is van Benoit

 

  Auteur: Nico Eigenhuis