100-jarig bestaan Hendrikschool

← Terug

Naar aanleiding van het 100-jarig bestaan (in 1987) van de Hendrikschool verscheen een boekwerkje met herinneringen enz. Daarin schreef de leraar J.A. Samson een artikel over bijnamen van onderwijzers.
Ik vind het zo'n leuk artikel dat ik een stukje eruit citeer:
"Toen ik in 1924 op de Hendrikschool kwam, zaten klassen 1 tot en met 3 vooraan, vlak bij de straat. Last van lawaai hadden we niet, want het aantal auto's in Paramaribo kon je toen nog op de vingers van twee handen natellen. Mijn eerste juf was een Hollandse dame die Oosterbaan heette, een naam die prompt werd omgezet in Okrobana. Directeur Klaas van der Meulen was een goed uit de kluiten gewassen Hollander die -letterlijk- op grote voet leefde en daarom Boetoe werd genoemd. Zijn opvolger, de eerste Surinaamse Directeur, was de wiskundeleraar Jessurun, bijgenaamd Jong Doifie. Een andere Jessurun was bekend als Baas Napie. Latere directeuren waren Kaatje (Calor), Arapa of William Desmond (Pool), Skoentjie, Skoena of Boris Karloff (Schoonhoven). Elke afwijking was een gerede aanleiding tot een bijnaam: de schele juffrouw Estelle Bueno de Mesquita werd Kana genoemd en een rondborstige dame stond bekend als BBB (Bigi-Bobi-Bender). Net zo werd juffrouw Lefèvre BVBA (Borst Vooruit, Bil Achteruit) of Marietje-komtji-go. En van Skoena is nog een vierde naam bekend: Blomsaka-koning. De heer Chateau herinner ik mij als No-weri-ondrobroekoe, maar anderen geven de naam Sondro-go op; in beide gevallen slaat dat op afzakkende broeken, denk ik.
Veel namen werden afgekort of gesurinamieerd: Naast Kaatje en Skoena noem ik: Baffé (Bänffer), Ba Joessoe (Just van Kanten) Kèkè (Kessler), Sorro (Sordam), Tommy (Thomson), misschien ook tante Pollie (Polsbroek) en zeker oom Pol (Polanen); hij werd echter ook Sneeuwwitje en Djaka genoemd. Die laatste naam lijkt mij afkomstig van zijn voorliefde voor het milde scheldwoord Jack-ass, dat op zijn West-Indisch werd uitgesproken.
Dan waren er nog Bille (Resida), Goejaba-basi (Stuger), Pipo (Vrielink), Doedel of Djindo (Dennert). Moesjoe (Terheggen), Poes-poes-miauw (Mej. Prijs), Pombal (Marinus de Konng) en Roodborstje (Julie Fernandes).

  Auteur: Nico Eigenhuis