Aalden

.
← Terug
Table of Contents

In de 19e eeuw kwam het in Suriname tot menig manumissie die allen het natrekken waard zijn. Zo ook die waarbij de familienaam Aalden werd verstrekt, een vernoeming naar de gelijknamige plaats.

In 1845 werd op naam van C.F.W. Daser de als ´te jong´ -om te werken- aangemerkte ‘Mina’ vrijgekocht, die van de naam Mina Aalden (1827-1909) werd voorzien. Genoemde Mina zou jaren later onder de naam M. Le Fevre “geboren Aalden” in 1860 haar zus, ‘Jacquelina’ -dochter van ‘Sophia’- manumitteren onder de naam Frederika Jacquelina Aalden (1839-1907) , die als huisbediende werkte op gouvernementsplantage Catharina Sophia.

Eerder manumitteerde ze al in 1856 onder haar naam Mina Aalden genoemde moeder, de voor het gouvernement werkende huisbediende ‘Sophia’ -dochter van ‘Jaba’- , die vrijkwam onder de naam Anna Sophia Aalden (1801-1889). We mogen op basis van deze gegevens aannemen dat deze moeder, evenals haar beide dochters anno 1845 te vinden waren op gouvernementsplantage Catharina Sophia.

De in 1845 ingezette kettingmanumissie werd ingezet door C.F.W. Daser , die rond 1830 eigenaar was van Catharina Sophia en rond 1843 tevens van de buiten gebruik gestelde plantage Domburg aan de Surinamerivier, die als kweekgrond werd gebruikt. Na zijn overlijden en het aflopen van het staatstoezicht werd het na 1873 een gouvernements-vestigingsplaats.

Carl Friedrich Wilhelm Daser (1802-1866) was een lid van de in Suriname actieve familie Daser, van wie de naam o.a. anno 1830 genoteerd stond op Catharina Sophia bij de geprojecteerde stad Colombia te Groningen Suriname. Hij stond nadien te beneden Cottica genoteerd als ouderling van de Lutherse gemeente. Hij werkte als directeur van de Zonnebloem aan de Cabbeskreek en was anno 1848 werkzaam als directeur van plantage Merveille aan de Surnauskreek.

Carl Friedrich Wilhelm Daser trouwde in Suriname met Dorothea Sophia van Weigle, die was vernoemd naar Johan George Weigle (1770-1841) directeur van Halle in Saxen. Hij was in Suriname -deels met zijn echtgenote- verantwoordelijk voor een viertal manumissies, waarvan in 1856 die van de in 1834 geboren waschvrouw ‘Theresia’ onder de naam Jacoba Paulina Resad , een spiegelnaam van Daser. Ze was de dochter van Gracia, ofwel Jacoba Gratia Resad.

De motivatie voor de vrijlating ‘Mina’ in 1845 laat zich raden. Een van de mogelijkheden is dat C.F.W. Daser zelf de vader was en hij om die reden haar manumissie regelde. Mina Aalden (1827-1909) trouwde in 1857 met de in Den Haag geboren Etienne Thomas Le Fevre (1816-1872) . Hij moet gerelateerd zijn geweest aan Marie Dorothea Le Fevre , die in 1883 moeder werd van de naar hem vernoemde Etienne Thomas Louis Le Fevre, die na het huwelijk van Marie Dorothea met diens vader Charles Henrij Waller de naam Etienne Thomas Louis Waller (1883-1966) droeg en als ‘boer Thomas’ een bekend planter werd.

Het Drentse Aalden, bij Coevorden kent de nodige Saksische boerderijen en kent een deels beschermd dorpsgezicht. Een duidelijke reden voor het toekennen van Aalden als familienaam is er niet, maar frappant is dat de schoonvader van Daser verantwoordelijk was voor de plantage met de naam Halle in Saxen.

Onderstaand detail van het Maasdamme diorama te Frederiksdorp geeft een indruk van het veldwerk op een suikerplantage

  Auteur: Nico Eigenhuis