Google
 
Web Suriname.NU
U kunt nu ook alleen binnen  ANDA Suriname  zoeken
      ·       Suriname Gastenboek       ·       Geef u hier op voor SuriMagazine   
   





   
ONDERDELEN DOUANE
 suriname.nu  Algemeen
 suriname.nu  De Douane
 suriname.nu  Telefoonnummers
 suriname.nu  In- & uitvoer
 suriname.nu  Smokkelen
 suriname.nu  Lijfsvisitatie
 suriname.nu  Verbruiksbelasting
 suriname.nu  Transito
 suriname.nu  Douaneloodsen
 suriname.nu  Rekenvoorbeelden invoer
 suriname.nu  Overzicht geldboetes

 suriname.nu  APC-codering
 suriname.nu  Enig Document
 suriname.nu  Inhoud Enig Document
 suriname.nu  Gebruik formulier
 suriname.nu  Invulling vakken
 suriname.nu  Vakken A,B,C en D
 suriname.nu  Additionele informatie
 suriname.nu  Vragen
 suriname.nu  Routing aangifte (ASYCUDA)
 suriname.nu  Bijlagen: Incoterm/Landen

 suriname.nu  Grondstoffenbesluit 1997
 suriname.nu  Scheepvaartwet
 suriname.nu  Deviezenwet
 suriname.nu  Smokkeldecreet
 suriname.nu  Wet op statistiekrecht
 suriname.nu  Wet Tarief van Invoerrechten
 suriname.nu  Vuurwapenwet
 suriname.nu  Wet verdovende middelen
 suriname.nu  Wet wegen van goederen
 suriname.nu  Kosten inzake in- en uitvoer

 suriname.nu  Klantnummers (ASYCUDA)
 suriname.nu  Invoer verhuisboedel
 suriname.nu  Houtexport
 suriname.nu  Afdeling OAP
 suriname.nu  Suralco onth. omzetbelasting
 suriname.nu  ROSEBEL GOLDMINES
 suriname.nu  Onbeheerde Opslag NH

 suriname.nu  Vergoeding teruggaaf
 suriname.nu  Hoogte der geldboete
 suriname.nu  Wijziging Kostenwet 1940
 suriname.nu  Tarief Invoerrechten 1996
 suriname.nu  Origineel Inkoopfactuur
 suriname.nu  Importverbod

 suriname.nu  Heffing accijnzen 2004
 suriname.nu  Vrijstelling omzetbelasting
 suriname.nu  Vrijstelling Statistiekrecht
 suriname.nu  Geschenkzendingen
 suriname.nu  In- en uitvoer veboden
 suriname.nu  Wat is CITES
 suriname.nu  ZOOGDIEREN
 suriname.nu  SCHILPADDEN EN AMFIBIEN
 suriname.nu  VOGELS

ONDERWERPEN DOUANE
 suriname.nu  De Douane

AFDELINGEN
   Algemeen
  De Douane
   Telefoonboek
   Bevolking
   Distrikten
   Reis info
   Cultureel erfgoed
   Geschiedenis
   Foto's
   Natuur
   Personen
   Koken / recepten
   Vragen over NIBA
   Wat is ANDA

     
 
SURINAME  AFDELINGEN -  DOUANE

 suriname . NU terug
 
Wetten    : Deviezenwet




GOUVERNEMENSTBLAD VAN SURINAME


LANDSVERORDENING van 8 September 1947 tot vaststelling van ene hernieuwde regeling van het deviezenverkeer in Suriname

IN NAAM DER KONINGIN
DE GOUVERNEUR VAN SURINAME

In overweging genomen hebbende dat ene hernieuwde regeling van het deviezenverkeer in Suriname noodzakelijk is,
Heeft, de Raad van Bestuur gehoord, na verkregen goedkeuring der Staten, vastgesteld onderstaande landsverordening:

HOOFDSTUK 1


ALGEMENE VOORSCHRIFTEN

§ 1. DEVIEZENINSTANTIES EN DEVIEZENBANKEN

Artikel 1


1.   Het algemeen deviezenbeleid berust bij de Gouverneur.

2.   De deviezencommissie is belast met de uitvoering voor rekening en risico van het gebiedsdeel Suriname van de in deze landsverordening neergelegde regeling van het deviezenverkeer, met inachtneming van de door de Gouverneur gegeven voorschriften.

3.   Benoeming en samenstelling der Deviezencommissie geschiedt door de Gouverneur, die ook hare werkwijze regelt.

4.   De deviezencommissie is een rechtspersoon.

5.   De ter beschikking der Deviezencommissie komende waarden vormen het Surinaams-deviezenfonds, bovendien worden in dit fonds gestort, om daarvan deel uit te maken, de onder de werking van de Deviezenmaatregel 1941 (G.B. No.11) in het bezit van het in art. 16 daarvan bedoeld Deviezenfonds gekomen waarden.

6.   Ter voorziening in de behoeften van dit fonds kunnen zo nodig door den Gouverneur uit 'slandskas, onder door hem te stellen voorwaarden, mede betreffende de verantwoording daarvan, gelden in voorschot worden verstrekt aan de Deviezencommissie.

7.   De waarden van het Deviezenfonds berusten onder de Centrale Bank n.v., die van het beheer een afzonderlijke boekhouding voert en ook de administratie, die overigens ten behoeve van het fonds wordt gevoerd, afgescheiden houdt van haar eigen administratie. Te dien einde worden boekhouding en administratie van het in art. 16 van de Deviezenmaatregel 1941 (GB. No. 11) bedoelde Deviezenfonds in stand gehouden, en voortgezet als de hier voorgeschreven boekhouding en administratie.

8.   Het beheer van het Deviezenfonds geschiedt door de Deviezencommissie en omvat behalve het overnemen en ter beschikking stellen van waarden, als bedoeld in art. 29, het aangaan van alle financiële transacties, welke naar het oordeel van genoemde commissie gewenst zijn om het fonds zoveel mogelijk dienstbaar te maken aan het doel van deze landsverordening

9.   De Deviezencommissie brengt na afloop van elk kalenderkwartaal en telkenmale wanneer zulks tussentijds door de Gouverneur nodig wordt geoordeeld, aan deze verslag uit voer de stand van het Deviezenfonds.

10.   De wijze van verantwoording in de afwikkeling van het Deviezenfonds zullen nader worden geregeld door de Gouverneur.

11.   De Deviezencommissie kan aan de Surinaamse Bank n.v., en aan andere daartoe aan te wijzen instellingen nader te omschrijven bevoegdheden met betrekking tot het onderwerp van deze landsverordening verlenen.

12.   De in lid 11 bedoelde instellingen zijn verplicht dienovereenkomstig hare medewerking te verlenen en de in verband daarmede door de Deviezencommissie noodzakelijk geachte controle maatregelen te gedogen.

13.   De Deviezencommissie en de in lid 11 bedoelde instellingen kunnen voor hun bemoeiingen ingevolge deze landsverordening kosten in rekening brengen volgens door de Gouverneur vast te stellen en G.B. 1947 no. 187.

14.   De Deviezencommissie kan bepalen, dat de haren genoegen voor degene, voor wie uit, bij of krachtens deze landsverordening gestelde bepalingen, verplichtingen voortvloeien, zekerheid moet worden gesteld voor de richtige nakoming van die verplichtingen.

§ 2. KOERSEN

Artikel 2


Voor de toepassing van de bij of krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften worden door de Gouverneur voor buitenlandse geldsoorten koersen vastgesteld welke wordt bekend gemaakt.

§ 3. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN


Artikel 3


Voor de toepassing van de bij of krachtens deze Landsverordening gegeven voorschriften wordt verstaan onder:

1.   Ingezetenen:

a.   de binnen Suriname wonende of kantoorhoudende natuurlijke personen zomede personen die in ene periode van 12 opeenvolgende maanden te rekenen van de dag van hun aankomst in Suriname, gedurende meer dan 90 dagen in Suriname hebben vertoefd, tenzij door de Deviezencommissie in bijzondere gevallen anders wordt beslist;

b.   de binnen Suriname gevestigde of kantoorhoudende rechtspersonen en vennootschappen;

c.   filialen, bijkantoren en bedrijven binnen Suriname van een niet-ingezetene, ongeacht of zij al dan niet rechtspersoonlijkheid bezitten;

2.   Niet - ingezetenen:

a.   de natuurlijke en rechtspersonen en Vennootschappen niet vallende onder de omschrijving van "ingezetenen";

b.   filialen, bijkantoren en bedrijven buiten Suriname, aan een ingezetene, ongeacht of zij al dan niet rechtspersoonlijkheid bezitten, tenzij zij binnen Suriname worden bestuurd of aldaar kantoor houden;

3.   Eigenaar:

De eigenaar zomede hij, die krachtens algemene verordening of krachtens rechterlijke beslissing is aangewezen als wettige vertegenwoordiger van de eigenaar;

4.   Waarden:

Alle hierna onder 5t/m 11 omschreven metalen, betaalmiddelen en geldswaardige papieren, effecten en vorderingen;

5.   Goud:

Goud munten, gouden muntmateriaal, fijn goud en alliages van goud (onbewerkt of halffabrikaat);

6.   Edele metalen:

Zilver, platina en platinametalen (onbewerkt of halffabrikaat);

7.   Betaalmiddelen:

Metalengeld, (met uitzondering van gouden munten), bankbiljetten, muntbiljetten en soortgelijke betaalmiddelen;

8.   Geldswaardige papieren:

cheques, wisselbrieven, promessen en soortgelijke geldswaardige papieren, zomede reiskredietbrieven, met uitzondering van effecten;

9.   Vorderingen:

Dadelijk en niet dadelijk opeisbare deposito's, saldi in rekening-courant en andere in geld uitgedrukte inschulden, voorzover niet in geldswaardige papieren of effecten belichaamd;

10.   Effecten:

Inschrijvingen in schuld- en aandelenregisters, obligatiën, aandelen, certificaten van zodanige waarden, schatkistbiljetten, pandbrieven, depôtfractiebewijzen, recepissen, winstbewijzen en soortgelijke waardepapieren, zomede afzonderlijke mantels, coupons, dividendbewijzen en talons;

11.   Goederen:

Roerende goederen, met uitzondering van goud, edele metalen, betaalmiddelen, geldswaardige papieren, effecten en documenten, waarin vorderingen zijn belichaamd;

12.   Beschikking:

Het verrichten van een handeling, welke een rechtsverhouding in verband met of ten aanzien van een vermogensbestanddeel doet ontstaan, vaststelt, wijzigt of doet eindigen;

13.   Overeenkomsten:

Overeenkomsten en handelingen ten gunste van een niet-ingezetene overeenkomsten en handelingen welke voor rekening van een niet-ingezetene, dan wel onmiddellijk of middellijk te diens gunste worden aangegaan of verricht;

14.   Invoer:

Het brengen in het vrije verkeer, zowel rechtstreeks uit het buitenland als na voorafgaande opslag in entrepot, met dien verstaande dat onder invoer wordt begrepen het aanwezig hebben van roerende goederen in, aan of op enig vervoermiddel, hetwelk uit het buitenland is gekomen, tenzij blijkt dat de roerende goederen na de binnenkomst in Suriname in, aan of op het vervoermiddel zijn opgenomen of aangebracht.
Onder accijnscontrole staande goederen worden voor de toepassing van het in de vorige alinea bepaalde aangemerkt als goederen in het vrije verkeer;

15.   Uitvoer:

Uitvoer uit het vrije verkeer.
Onder accijnscontrole staande goederen worden aangemerkt als goederen in het vrije verkeer:

Voorts wordt onder uitvoer mede begrepen:

a.   het ten uitvoer aangegeven aan ambtenaren der belastingen;

b.   het ten uitvoer naar het buitenland aan een ondernemer van vervoer aanbieden van roerende goederen; c.   het medevoeren van roerend goederen, indien in redelijkheid moet worden aangenomen, dat deze goederen bestemd zijn voor uitvoer in strijd met de bestaande voorschriften;
d.   het opnemen, aanbrengen of aanwezig hebben van roerende goederen, waarvan niet aannemelijk is, dat zij bestemd zijn om binnenlands te blijven, in aan of op enig vervoermiddel, dat kennelijk al dan niet rechtsreeks, naar het buitenland zal vertrekken;

e.   het tot vertrek gereed maken van een kennelijk ten uitvoer bestemd vervoermiddel.

16.   C.i.f. waarde:

De waarde van ingevoerde en in te voeren goederen of uitgevoerde en uit te voeren goederen gevormd door de prijs bedongen door de eerste hand in het land van oorsprong, te vermeerderen met de kosten van het transport der goederen van de plaats van vertrek tot aan de haven van aankomst, benevens de normale kosten verbonden aan verzekering der goederen.

§ 4. VERGUNNINGEN


Artikel 5


1.   Voor zover op grond van bij of krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften voor het aangaan van overeenkomsten en het verrichten van handelingen een vergunning is vereist, is voor zover niet anders bepaald, de Deviezencommissie tot het verlenen van de vergunning bevoegd.

2.   Indien bepaalde overeenkomsten en handelingen, waarvoor op grond van bij krachtens deze landsverordening een vergunning is vereist, herhaaldelijk plegen te worden aangegaan of te worden verricht kan de Deviezencommissie een algemene vergunning verlenen tot het aangaan van zodanige overeenkomsten of het verrichten van zodanige handelingen.

3.   Een vergunning kan onder voorwaarden worden verleend.

4.   Aan de vergunning kunnen verplichtingen worden verbonden.

5.   De Deviezencommissie kan, indien bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, achteraf voor het aangaan van een overeenkomst of het verrichten van een handeling vergunning verlenen. Deze vergunning wordt geacht te zijn verleend op het tijdstip van het aangaan van de overeenkomst of het verrichten van de handeling, met dien verstande, dat reeds ingetreden strafbaarheid niet wordt opgeheven.

6.   Het is verboden in verband met een aanvrage tot het verlenen van een vergunning een onjuiste opgave te doen of een ter zake dienend feit te verzwijgen.

Artikel 6




§ 5. VOORSCHRIFTEN VAN BURGELIJK PROCESRECHT.


Artikel 7


1.   Wordt de aanspraak op een prestatie, waarvoor op grond van of bij krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften een vergunning is vereist, in rechte gelden gemaakt, dan mag een veroordeling tot het verrichten van de prestatie allen worden uitgesproken, wanneer te voren de vergunning is verleend. Het bepaalde in den vorige zin is van overeenkomstige toepassing op executoriale maatregelen. Deze bepaling moet ambtshalve worden toegepast.

2.   Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op scheidsrechterlijke beslissingen.

Artikel 8


Voor zover waarden, als bedoeld in artikel 3, onder 5 tot en met 11, slechts met vergunning kunnen worden verkregen, is zulks eveneens van toepassing op verkrijging bij wege van executie. Voor zover over waarden slechts met vergunning kan worden beschikt, is zulks eveneens van toepassing op beschikkingen bij wege van executie.

§ 6. VERPLICHTING TOT HET VERSTREKKEN VAN INLICHTINGEN.


Artikel 9


1.   Een ieder is verplicht aan de Deviezencommissie de inlichtingen te verschaffen en de bescheiden over te leggen, waarvan de verstrekking of overlegging door de Deviezencommissie voor de uitvoering van haar taak noodzakelijk wordt geacht. Degene, die tot het geven van inlichtingen is gehouden, is verplicht op verzoek van de Deviezencommissie in persoon te verschijnen.

2.   De Deviezencommissie is bevoegd een of heer van harentwege aangewezen deskundigen ter verkrijgen van de nodige gegevens een onderzoek te doen stellen. Ieder, van wien voor een zodanige onderzoek medewerking wordt verlangd, is verplicht deze te verlenen.

3.   De kosten van het onderzoek door deskundigen, bedoeld in het voorgaande lid, kunnen ten laste worden gebracht van degene, die het onderzoek heeft nodig gemaakt.

§ 7. UITSLUITING VAN SCHADEVERGOEDING


Artikel 10


Voor zover niet andes bepaald, wordt wegens maatregelen genomen op grond van bij of krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften, geen schadevergoeding toegekend.

HOOFDSTUK 11


VERBODSBEPALINGEN


Artikel 11


1.   Het is verboden, anders dan krachtens een vergunning te beschikken over:

a.   Goud;

b.   Edele metalen;

c.   Buitenlandse betaalmiddelen;

d.   Buitenlandse geldswaardige papieren;

e.   Buitenlandse vorderingen;

f.   Buitenlandse effecten;

g.   Niet in verhandelbaar papier belichaamde aandelen in buitenlandse rechtspersonen, vennootschappen en gemeenschappen;

h.   In het buitenland berustende goederen of rechten van ingezetenen op zodanige goederen;

i.   In het buitenland gelegen onroerende goederen of rechten van ingezetenden op zodanige goederen;

j.   Andere buitenlandse onlichamelijke zaken.

2.   Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing op het beschikken over waarden, genoemd onder a tot en met e ten gunste van de Deviezencommissie.

3.   Onder beschikken over goud of edele metalen wordt begrepen het verrichten van een handeling, waardoor de eigen aard van goud of edele metalen, naar de in deze landsverordening gegeven begripsomschrijvingen, geheel of gedeeltelijk verloren gaat.

4.   Onder beschikken over waarden, genoemd onder c, d, en f, wordt begrepen het vernietigen daarvan.

5.   Termijnzaken in waarden, genoemd in het eerste lid onder a tot en met f zijn; anders dan krachtens een vergunning, verboden.

Artikel 12


Het is verboden, anders dan krachtens een vergunning te beschikken over:

a.   binnenlandse betaalmiddelen, indien de eigenaar een niet ingezetene is;

b.   binnenlandse geldswaardige papieren, afgegeven door een niet-ingezetene;

c.   binnenlandse vorderingen van een niet-ingezetene;

d.   binnenlandse effecten, indien de eigenaar een niet-ingezetene is;

e.   niet in verhandelbaar papier belichaamde aandelen in binnenlandse rechtspersonen, vennootschappen en gemeenschappen, indien de deelgerechtigde een niet-ingezetene is; f.   in het binnenland gelegen onroerende goederen van niet-ingezetenen of rechten van niet-ingezetenen op in het binnenland gelegen onroerende goederen;

g.   andere binnenlandse onlichamelijke zaken, indien de gerechtigde een niet-ingezetene is.

Artikel 13


Het is verboden, anders dan krachtens een vergunning, ten gunste van een niet-ingezetene:

1.   te beschikken over:

a.   binnenlandse betaalmiddelen.

b.   Binnenlandse geldswaardige papieren;

c.   Binnenlandse vorderingen;

d.   Binnelandse effecten;

e.   Niet in verhandelbaar papier belichaamde aandelen in binnenlandse rechtspersonen, vernnootschappen en gemeenschappen;

f.   In het binnenland berustende, doch niet in het vrije verkeer ingevoerde goederen of rechten van ingezetenen op zodanige goederen;

g.   In het binnenland gelegen onroerende goederen of rechten van ingezetenen op die goederen;

h.   Andere binnenlandse onlichamelijke zaken.

2.   In het binnenland betaling te verrichten.

Artikel 14


1.   het is van ingezetenen, anders dan krachtens een vergunning, verboden door bezwarende titel te verkrijgen:

a.   Goud

b.   Edele metalen;

c.   Buitenlandse betaalmiddelen;

d.   Buitenlandse geldswaardige papieren;

e.   Buitenlandse vorderingen;

f.   Buitenlandse effecten;

g.   Niet in verhandelbaar papier belichaamde aandelen in buitenlandse rechtspersonen, vennootschappen en gemeenschappen;

h.   In het buitenland berustende goederen of rechten op zodanige goederen;

i.   In het buitenland gelegen onroerende goederen of rechten op zodanige goederen;

j.   Andere buitenlandse onlichamelijke zaken.

2.   het is, anders dan krachtens een vergunning, verboden in het binnenland te ontvangen;

a.   Goud;

b.   Edele metalen;

c.   Buitenlandse betaalmiddelen;

d.   Buitenlandse geldswaardige papieren;

e.   Buitenlandse effecten;

Artikel 15


1.   het is verboden buitenlandse betaalmiddelen, zomede in een buitenlandse geldsoort uitgedrukte geldswaardige papieren en vorderingen, te verkrijgen of te vervreemden tegen andere koersen dan door de Gouverneur bij besluit vastgesteld.

2.   De Gouverneur kan in bepaalde gevallen of groepen van gevallen vergunning verlenen tot het bezigen van afwijkende koersen.

3.   Het bepaalde in het eerste en tweede lid is eveneens van toepassing op het omzetten van in een bepaalde geldsoort luidende betalingsverplichtingen tussen ingezetenen in een andere geldsoort.

Artikel 16


1.   het is aan ingezetenen, anders dan krachtens een vergunning verboden:

a.   aan een niet-ingezetene, zomede aan een ingezetenen ten gunste van een niet-ingezetenen crediet te verlenen;

b.   aval te geven of borgtocht of andere zekerheid te stellen voor een schuld van een niet-ingezetene of voor een schuld van een ingezetene jegens een niet-ingezetene;

c.   een beding ten behoeve van een derde, niet-ingezetene aan te gaan.

2.   het verbod als bedoeld in het eerste lid onder a, geldt niet ten aanzien van het verlenen van gebruikelijk betalingscrediet, noch voor het geven van voorschot wegens vrachten, havenkosten en soortgelijke prestaties.

Artikel 17


Anders dan krachtens een vergunning zijn verboden de invoer en de uitvoer van:

a. Goud;

b. Edele metalen;

c. Voorwerpen van goud of edele metalen in gebroken staat als mede geheel of gedeeltelijk uit goud of edele metalen vervaardigde voorwerpen of halffabrikaten, welke in den regel niet uit deze metalen worden vervaardigd;

d. Ruwe en bewerkte diamanten, kunstschatten en postzegels;

e. Betaalmiddelen met inbegrip van niet meer gangbare betaalmiddelen;

f. Geldswaardige papieren;

g. Documenten, waarin vorderingen zijn belichaamd;

h. Effecten;

Zomede de uitvoer van: verhuisboedels, sieraden en andere goederen van personen, die het binnenland metterwoon verlaten.

Artikel 18


1.   De invoer en de uitvoer van goederen, anders dan onder overlegging van een door de Deviezencommissie voorgeschreven door of namens dan aangever getekende verklaring aan de ambtenaren der belastingen zijn verboden.

Deze ambtenaren kunnen den invoer en den uitvoer beletten van goederen, ten aanzien waarvan niet is voldaan aan bij of krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften.

Artikel 19


1.   Het aangaan van verbintenissen nopens het ontvangen van goederen uit het buitenland anders dan voor zover krachtens een vergunning betaling van die goederen is toegestaan, is verboden.

2.   Bij het sluiten van een overeenkomst tot koop van goederen uit het buitenland dient de koopprijs te worden vastgesteld in overeenstemming met de ter plaatse van levering geldenden marktprijs en in de door Deviezencommissie aangegeven of goedgekeurde muntsoort.

3.   Het opmaken van de afrekening naar het buitenland, betreffende de waarde of de opbrengst van uit het buitenland herkomstige in Suriname verbruikte onderscheidenlijke verkochte goederen, aan den invoer waarvan geen koopovereenkomst ten grondslag heeft gelegen, dient te geschieden met inachtneming van de door de Deviezencommissie te geven aanwijzingen.

Artikel 20


1.   bij het sluiten van een overeenkomst tot verkoop naar het buitenland van zich binnen Suriname bevindende goederen of tot verkoop van zich buiten Suriname bevindende uit het gebied herkomstige nog niet verkochte goederen, dan wel, tot verkoop binnen Suriname van goederen van of voor rekening van een niet-ingezetene, dient:

a. de verkoopprijs te worden vastgesteld in overeenstemming met de ter plaatse van levering geldende marktwaarde en in de dor de Deviezencommissie aangegeven muntsoort;

b. de betaling van den gehelen verkoopprijs binnen den gebruikelijke krediettermijn te worden bedongen.

2.   de Deviezencommissie is bevoegd:

a. het bedingen van bepaalde krediettermijn dan wel van contante betaling voor te schrijven;

b. toe te staan, dat de in lid 1 onder b bedoelde krediettermijn in bijzondere gevallen wordt verlengd;

c. verdere voorwaarden ten aanzien van de betaling te stellen.

Artikel 21


1.   ieder, die goederen uitvoert, is verplicht deze binnen een termijn van ten hoogste zes maanden te gelde te maken, met inachtneming van het in artikel 20 bepaalde.

2.   Van de in dit artikel genoemde verplichting kan door de Deviezencommissie algemene of bijzondere ontheffing worden verleend.

Artikel 22


Voor zover de Deviezencommissie een bepaalde geldsoort en bepaalde geldsoorten heeft aangewezen voor betalingen wegens leveringen van roerende en onroerende goederen, het afstaan van en het verrichten van diensten of groepen handelingen, is aan ingezetenen het overeenkomen van betaling in een andere geldsoort dan de aangewezen geldsoort of geldsoorten anders dan krachtens een vergunning verboden.

Artikel 23


Het is aan een ingezetenen verboden mede te werken aan een overeenkomst of een handeling, waarvan hij weet of redelijkerwijs behoort te weten, dat voor het aangaan of verrichten er van op grond van bij of krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften vergunning is vereist, tenzij hij zich te voren heeft overtuigd dat de vereiste vergunning is verkregen.

Artikel 24


Het is aan een ingezetene, aan wie de Deviezencommissie schriftelijk heeft medegedeeld, dat hem voor bepaalde overeenkomsten of handelingen of voor bepaalde groepen van overeenkomsten of handelingen geen vergunning kan worden verleend of dat een hem verleende vergunning voor bepaalde groepen van overeenkomsten of handelingen is ingetrokken, verboden voor deze overeenkomsten of handelingen of groepen van overeenkomsten of handelingen verplichtingen aan te gaan, waarvan slechts met vergunning kan worden voldaan.

HOOFDSTUK III


VERPLICHTINGEN, VOORTVLOEIENDE UIT HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN.


Artikel 25


Een ingezetene, die diensen verricht ten behoeve of voor rekening van een niet-ingezetene, is verplicht daarvoor betaling te bedingen binnen den gebruikelijken termijnen en in de door Deviezencommissie aangegeven muntsoort.

Artikel 26


Het afstaan van rechten, waarover niet gehandeld wordt in andere artikelen van deze landsverordening, door een ingezetene aan, ten behoeve of voor rekening van een niet-ingezetene, anders dan krachtens een door de Deviezencommissie verleende algemene of bijzondere vergunning is verboden.

Artikel 27


Een ingezetene, die rechten afstaat aan, ten behoeve of voor rekening van een niet-ingezetene, is verplicht daarvor betaling te bedingen binnen den gebruikelijken termijn en in de door de Deviezencommissie aangegeven muntsoort.

HOOFDSTUK IV


VERPLICHITING TOT AANGIFTE EIGENDOMSOVERDRACHT EN BEWAARGEVING.

Artikel 28


1.   ingezetenen zijn verplicht binnen een door de Deviezencommissie vast te stellen termijn en op een door haar aan te geven wijze bij de Surinaamse bank aangifte te doen van bepaalde in artikel 11 genoemde hun op het tijdstip van inwerkingtreding van deze landsverordening in eigendom toebehorende of nadien door hem verkregen vermogensbestanddelen of bepaalde groepen daarvan, alsmede van de artikel 11 genoemde, vermogensbestanddelen of bepaalde groepen daarvan, welke door hen voor rekening van derde werden gehouden.

2.   Gelijke aangifte plicht hebben zij ten aanzien van binnenlandse vorderingen van niet-ingezetenen of ten aanzien van bepaalde groepen van zodanige vorderingen.

3.   De wettelijke of door den rechter benoemde vertegenwoordiger van de eigenaar, zomede degene, die het beschikkingsrecht heeft over aan te geven waarden, waarvan de eigenaar niet tot aangifte bekwaam of bevoegd is dan wel in de onmogelijkheid verkeert zulks te doen, zijn tot aangifte verplicht. Gelijke verplichting rust op de ingezetenen, die op de aan te geven waarden enig recht kunnen doen gelden of enige macht daarover kunnen uitoefenen, voor zover niet door de in den vorige zin genoemde personen aangifte is gedaan.

Artikel 29


1.   Ingezetenen zijn verplicht de navolgende waarden, welke hun op het tijdstip van inwerkingtreding van deze landsverordening in eigendom toebehoren of nadien anders dan op grond van een vergunning door hen zijn verkregen, binnen een door de Deviezencommissie vast te stellen termijn en op de door haar aan te geven wijze rechtstreeks of door tussenkomst van een deviezenbank aan de Surinaamse bank aan te beiden en op verlangen in eigendom van de Deviezencommissie over te dragen:

a. Goud,

b. Edele metalen,

c. Buitenlandse betaalmiddelen,

d. Buitenlandse geldwaardige papieren,

e. Buitenlandse vorderingen,

f. Buitenlandse effecten,

2.   Indien de Deviezencommissie van haar bevoegdheid, omschreven in het vorige lid, gebruik maakt, geldt een gelijke verplichting ook:

a. Ten aanzien van waarden, welke op grond van een vergunning worden verkregen met dien verstande, dat de aanbieding daarvan dient te geschieden binnen drie dagen na afloop van den geldigheidsduur van de vergunning, voor zover de verkrijger de waarden op dat moment nog bezit;

b. Ten aanzien van waarden, welke toebehoren aan personen, die ingezetenen worden, met dien verstande, dat de aanbieding daarvan binnen tien dagen na dat tijdstip dient te geschieden.

3.   De wettelijke of door den rechter benoemde vertegenwoordiger van den eigenaar, zomede degene, die het beschikkingsrecht heeft over aan te bieden waarden, waarvan de eigenaar niet tot aanbieding of eigendomsoverdracht bekwaam of bevoegd is, dan wel in de onmogelijkheid verkeert zulks te doen, zijn tot aanbieding en eigendomsoverdracht verplicht.

4.   De ingezetene, die op aan te bieden waarden enig recht kan doen gelden of enige macht daarover kan uitoefenen, is verplicht ter stond de medewerking te verlenen, nodig voor de aanbieding en eigendomsoverdracht.

5.   De Deviezencommissie bepaalt tegen welke vergoeding de aflevering zal geschieden.

6.   De Deviezencommissie is rechtsgeldig gekweten, indien zij te goeder trouw betaalt aan degene, die de waarden feitelijk ten verkoop aanbiedt of aan diens bijzonderlijk tot het ontvangen van de betaling schriftelijk gemachtigde, de goede trouw wordt steeds verondersteld.

7.   De Deviezencommissie is bevoegd degene, die de waarden aanbiedt, te verplichten tot voorafgaande inning, vervreemding of enige andere tegeldemaking der aangeboden waarde, in welk geval de opbrengst voor de oorspronkelijke waarde in de plaats treedt.

HOOFDSTUK V
WIJZE VAN AANHOUDING VAN WAARDEN.


Artikel 30


De gouverneur kan, ter voorkoming van overtreding van bij of krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften, regelen stellen met betrekking tot de wijze van aanhouding van waarden of groepen van waarden, die krachtens deze landsverordening behoren te worden aangemeld.

HOOFDSTUK VI


VAN DE OPVORDERING EN DEN VERKOOP VAN OPGEVORDERDE ZAKEN.


Artikel 31


1.   De Deviezencommissie is bevoegd lichamelijke of onlichamelijke zaken, verkregen door middel van overtreding van bij of krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften of waarmede, dan wel ten aanzien waarvan, zodanige feit is gepleegd of welke voorwerp daarvan hebben uitgemaakt van de overtreder, ongeacht of deze een natuurlijk persoon of een rechtspersoon is, ten gunste van het Deviezenfonds op te vorderen.

2.   Uiterlijk binnen twee maanden na opvordering bepaalt de Deviezencommissie een vergoeding die voor het opgevorderde uitgekeerd kan worden. Deze vergoeding welke nimmer meer kan bedragen dan de netto-inkoopprijs kan echter alleen dan aan den rechthebbende worden uitgekeerd indien is komen vast te staan, dat de overtreder niet zal terechtstaan en indien bij het aangaan ener transactie als bedoeld in artikel 41 door den Procureur-generaal niet als voorwaarde is gesteld afgifte der zaken of van tegenwaarde daarvan indien de overtreder zal terechtstaan wordt bovenbedoelde vergoeding afgegeven aan den met de strafvervolging beslasten ambtenaar en door dezen aan den rechter overgegeven.

3. Indien de overtreder niet meer de beschikking heeft over de opgevorderde zaken kan de Deviezencommissie de tegenwaarde opvorderen. Deze tegenwaarde zal, indien de zaken verkocht zijn, gelijk zijn aan de netto-opbrengst daarvan; indien echter de opbrengst ligt beneden de c.i.f. waarde der zaken, zal de tegenwaarde gelijk zijn aan de c.i.f. waarde daarvan.

4.   De Deviezencommissie kan bepalen, dat voor de betaling van zaken opgevorderd volgens dit artikel, of verbeurd verklaard volgens artikel 36, geen deviezenvergunning wordt verstrekt.

Artikel 32


1.   De opvorderingen geschieden bij aangetekende brief met bericht van ontvangst.

2.   Bij iedere opvordering wordt medegedeeld, dat indien aan de opvordering niet binnen een aangegeven termijn is voldaan, de overtreder tot voldoening door invordering van een dwangsom zal worden gedwongen.

3.   Het bedrag van de dwangsom wordt vastgesteld door de Deviezencommissie overeenkomstig door de Gouverneur te stellen regelen.

4.   Het bedrag van de dwangsom zal na verloop van de in lid 2. Van dit artikel gesteld termijn worden ingevorderd bij dwangbevel medebrengend het recht om de goederen van de overtreder zonder vonnis aan te tasten.

5.   Het dwangbevel wordt door de Directeur van Economische zaken G.B. 1947 no. 187, in naam der Koningin uitgevaardigd en door de kantonrechter in het Eerste Kanton executoir verklaard.

6.   De betekening en ten uitvoerlegging geschieden door de deurwaarder op de bij het Surinaamse Wetboek van Burgerlijke Rechtsverordening ten aanzien van vonnissen en authentieke akten voorgeschreven wijze.

7.   De kosten van vervolging worden berekend volgens het alhier geldende tarief voor burgerlijke zaken. Het recht tot invordering bij dwangbevel strekt zich uit tot deze kosten.

HOOFSTUK VII


NIETIGHEID VAN RECHTSHANDELINGEN.


Artikel 33


Rechtshandelingen, verricht in strijd met bij of krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften, zijn van rechtswege nietig.

HOOFDSTUK VIII


STRAFBEPALINGEN


Artikel 34


1.   Opzettelijke overtreding van bij of krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of met geldboete. De geldboete bedraagt ten hoogste tienduizend gulden of, indien de waarde der lichamelijke en onlichamelijke zaken, welke door middel van het strafbare feit zijn verkregen of waarmede het feit is gepleegd of welke het voorwerp daarvan hebben uitgemaakt, hoger is dan vijf en twintig duizend gulden, ten hoogste het viervoud dezer waarde.

2.   In geval van veroordeling tot gevangenisstraf kan de rechter tevens geldboete opleggen.

3.   De rechter kan de openbaarmaking van zijn uitspraak gelasten.

4.   De feiten, strafbaar gesteld in het eerste lid, worden beschouwd als misdrijven.

5.   Het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid is ook van toepassing op feiten in het buitenland begaan.

Artikel 35


1.   Niet-opzettelijke overtreding van bij of krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of met geldboete. De geldboete bedraagt ten hoogste vijfduizend gulden of indien de waarde der lichamelijke of onlichamelijke zaken, welke door middel van het strafbare feit zijn verkregen of waarmede het feit is gepleegd, of welke het voorwerp daarvan hebben uitgemaakt, hoger is dan vijf en twintig duizend gulden, ten hoogste het tweevoud dezer waarde.

2.   In geval van veroordeling tot hechtenis kan de rechter tevens geldboete opleggen.

3.   De rechter kan de openbaarmaking van zijn uitspraken gelasten.

4.   Hij, die niet, niet tijdig of niet ten volle voldoet aan verplichtingen, verbonden aan een vergunning, verleend op grond van bij of krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften, of handelt in strijd met zodanige verplichtingen, wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden.

5.   De feiten, strafbaar gesteld in het eerste en vierde lid, worden beschouwd als overtredingen.

6.   Het bepaalde in het eerste tot en met vijfde lid is ook van toepassing op feiten in het buitenland begaan.

Artikel 36


Lichamelijke en onlichamelijke zaken, verkregen door middel van een feit, strafbaar gesteld in artikel 34 of in artikel 35, of waarmede zodanige feit is gepleegd of welke het voorwerp daarvan hebben uitgemaakt, alsmede de voor die zaken in de plaats tredende tegenwaarden, kunnen worden verbeurd verklaard, ongeacht of zij den veroordeelde al dan niet toebehoren.

Artikel 37


1.   Indien de dader onbekend is of, alvorens de vervolging aan vangt is overleden, kan de verbeurdverklaring, op vordering van het openbaar Ministerie, bij rechterlijke beschikking worden uitgesproken.

2.   De beschikking wordt door de griffier openbaar gemaakt in het Gouvernementsadvertentieblad en in een of meer door ten rechter aan te wijzen nieuwsbladen.

3.   De beschikking wordt van kracht, tenzij een belanghebbende binnen twee maanden na de openbaarmaking een bezwaarschrift ter griffie inlevert en gedurende het verdere onderzoek niet blijkt, dat een strafbaar feit ten opzichte van de betrokken raken heeft plaats gehad.

4.   De Procureur-generaal wordt gehoor. De Deviezencommissie en de belanghebbende worden gehoord, althans behoorlijk opgeroepen. De rechter geeft een met redenen omklede beschikking.

5.   Van de beschikkingen, krachtens het eerste lid genomen, staat de Procureur-generaal gedurende veertien dagen beroep open op het Hof van Justitie. Hetzelfde geldt ten aanzien van de beschikkingen, krachtens het derde lid op een bezwaarschrift genomen, met dien verstande dat het beroep wordt ingesteld door de Procureur-generaal al dan niet na verzoek van de belanghebbende.

Artikel 38


Indien een der feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 34 en 35, wordt begaan door of vanwege een rechtspersoon, wordt de strafvervolging ingesteld en de straf uitgesproken tegen hem, die tot het plegen van het feit opdracht gaf of die de feitelijke leiding had bij het verboden handelen of het nalaten.

Artikel 39


De eigenaren en leiders van een onderneming zijn verplicht het toezicht te houden, de bevelen te geven, de maatregelen te nemen en de middelen te verschaffen, welke redelijkerwijs van het kunnen worden geëist ter voorkoming van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 34 en 35.

Artikel 40


1.   Allen, die uit hoofde van hun ambt of beroep betrokken zijn bij de uitvoering van bij of krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen zij in hun hoedanigheid vernemen, voor zover zij niet uit hoofde van ambt of beroep tot mededeling daarvan zijn gehouden.

2.   Deze verplichting geldt mede voor deskundigen, die in verband met uitvoering van bij of krachtens deze landsverordening gegeven voorschriften, worden geraadpleegd of met enige werkzaamheid worden belast.

3.   Hij, die opzettelijk, de verplichting tot geheimhouding schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden.

4.   Hij, aan wiens schuld schending van de verplichting tot geheimhouding is te wijten, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

5.   De feiten, strafbaar gesteld in het derde en vierde lid, worden beschouwd als misdrijven.

6.   Indien een dezer misdrijven is gepleegd tegen een bepaalde natuurlijke persoon, heeft vervolging slechts plaats op diens klachte; indien het is gepleegd tegen een rechtspersoon, slechts op klachte van een van de leden van het bestaan.

Artikel 41


1.   Het openbaar Ministerie bezit de bevoegdheid ter zake van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 34 en 35, voorwaarden te stellen, bij vrijwillige voldoening waarvan het recht tot strafvordering vervalt.

2.   De wettelijke voorschriften, de deze geldende met betrekking tot overtredingen, vinden bij misdrijven overeenkomstige toepassing.

3.   Indien het recht tot strafvordering ingevolge dit artikel vervalt, wordt de Deviezencommissie met den afloop van de zaak en de gestelde voorwaarden in kennis gesteld.

Artikel 42


1.   Bij vervolging van een feit strafbaar gesteld in artikelen 34 en 35, wordt de Deviezencommissie door het openbaar Ministerie van den dag der terechtzitting in kennis gesteld. De Deviezencommissie wordt door den rechter in de gelegenheid gesteld om, nadat het openbaar Ministerie zijn vordering heeft gedaan, de zaak ter terecht geen gebruik te zullen maken.

2.   Een afschrift van het vonnis wordt zo spoedig mogelijk na de uitspraak door den griffier aan de Deviezencommissie toegezonden.

Artikel 43


1.   Met het opsporen van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 34 en 35 zomede van andere strafbare feiten, welke daarmede in rechtstreeks verband staan, zijn, behalve zij die in het algemeen belast zijn met het opsporen van strafbare feiten, mede belast de ambtenaren bij den actieve dienst der belastingen, alsmede zij die daartoe door den Gouverneur zijn of worden aangewezen.

2.   De opsporingsambtenaren kunnen te allen tijde inzage vorderen van alle boeken en bescheiden, waarvan zij voor de goede vervulling van hun taak inzage nodig oordelen.

3.   Zij zijn te allen tijde bevoegd om in beslag te nemen zomede ter inbeslagneming de uitlevering te vorderen van alle voorwerpen welke tot ontdekking der waarheid kunnen dienen of welker verbeurdverklaring, vernietiging, of onbruikbaarmaking kan worden bevolen.

4.   Zij hebben te allen tijden toegang tot alle plaatsen, daaronder begrepen lokalen, erven en woningen, waarvan zij op grond van bepaalde feiten of omstandigheden vermoeden, dat zich aldaar voorwerpen bevinden, leidende tot opsporing van de in artikelen 34 en 35 strafbaar gestelde feiten. Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich dien desnoods met behulp van den sterken arm.

5.   In woningen treden zij tegen den wil van den bewoner niet binnen dan:

a. vergezeld van den betrokken districtscommissaris of wel:

b. voorzien van een algemenen of bijzondere schriftelijke last van den Procureur-generaal bij het Hof van Justitie dan wel van den betrokken districtscommissaris.

6.   Van het binnen treden wordt binnen twee maal vier en twintig uur proces-verbaal opgemaakt. Daarin wordt mede van het tijdstip, van het binnentreden en van het daarmede beoogde doel melding gemaakt. De opsporingsambtenaren zijn bevoegd zich van bepaalde door hen aangewezen personen te doen vergezellen. In dat geval wordt hiervan in het proces-verbaal melding gemaakt.

7.   Voor een weigering om te voldoen aan een in dit artikel opgelegde verplichting kan niemand zich met vrucht beroepen op de omstandigheid, dat hij uit enigerlei hoofde tot geheimhouding is verplicht, zelfs niet indien deze verplichting hem bij een wettelijke bepaling is opgelegd.

8.   De bloed- en aanverwanten in de rechte lijn, dien in de zijlijn tot den derden graad ingesloten, alsmede de echtgenoot en de vroegere echtgenoot van den persoon te wiens aanzien de gegevens zijn verlangd, kunnen zich van het verstrekken van gegevens verschonen.

Artikel 44


1.   De opsporingsambtenaren of de rechter-commissaris, die waarden heeft in beslag genomen, waarvan krachtens deze landsverordening de aanbieding aan de Deviezencommissie of aan een aangewezen instelling is voorgeschreven, is bevoegd tot deze aanbieding over te gaan, zomede de waarden op verlangen in eigendom over te dragen.

2.   Ten aanzien van de ontvangen koopsom zijn de bepalingen aan het Surinaamse Wetboek van strafvordering betreffende in beslag genomen voorwerpen van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK IX


AANVULLENDE EN UITVOERINGSVOORSCHRIFTEN


Artikel 45


De Gouverneur kan algemene of bijzondere voorschriften geven, die naar zijn oordeel noodzakelijk zijn voor de uitvoering en het toezicht op een naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde.

Artikel 46


1.   Algemene voorschriften, algemene vergunningen en algemene ontheffingen, gegeven of verleend krachtens deze landsverordening worden bekend gemaakt in het Gouvernementsadvertentieblad.

2.   De Deviezencommissie kan den Directeur van Economische Zaken machtigen tot afgifte van algemene en bijzondere vergunningen.

HOOFDSTUK X


VRIJSTELLING VAN ZEGELRECHT


Artikel 47


Alle stukken opgemaakt in verband met de toepassing en naleving van de bij of krachtens deze landsverordening gestelde bepalingen zijn vrij van zegel.

HOOFDSTUK XI


OVERGANGS - EN SLOT BEPALINGEN


Artikel 48


Een vergunning, verleend op grond van bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften, heft de verplichtingen en werkingen, welke met betrekking tot onder deze landsverordening en de vermogensbestanddelen uit anderen hoofde zijn opgelegd, op.

Artikel 49


Met ingang van den dag van inwerkingtreding van deze landsverordening vervalt de Deviezenmaatregel 1941 (G.B. no. 11), met dien verstande dat het in art. 51 daarvan genoemde.

a. besluit van 10 mei 1940 (G.B. no 37) houdende vaststelling van den Deviezennoodmaatregel Suriname en

b. de maatregelen van:

1. 15 mei 1940 (G.B. no 46) houdende aanvulling van den Deviezennoodmaatregel Suriname (G.B. 1940 no. 37)

2. 29 juni 1940 (G.B. no. 108), regelende de verplichting tot aanmelding van Deviezen en

3. 13 juli 1940 (G.B. no 116), houdende nadere aanvulling van de Deviezennoodmaatregel Suriname (G.B. 1940 no 37), vervallen blijven.

De op grond van den Deviezenmaatregel 1941 verleende vergunningen en ontheffingen blijven van kracht tot uiterlijk 6 maanden na het inwerkingtreden van deze landsverordening maar kunnen zo nodig door de Deviezencommissie nader worden verlengd.

Artikel 50


De opsporing en vervolging van feiten strafbaar gesteld bij krachtens de Deviezenmaatregel 1941 (G.B. no 11), begaan voor de trekking van dien maatregel geschieden overeenkomstig de desbetreffende bepalingen uit Hoofdstuk VIII van deze landsverordening.

Het op deze feiten toepasselijke materiele strafrecht blijft ongewijzigd.

Artikel 51


Deze landsverordening kan worden aangehaald als "Deviezenregeling 1947" en treedt in werking met ingang van den dag, volgende op dien van hare afkondiging.

Gegeven te Paramaribo, den 8 sten september 1947

J.C. Brons


    





suriname . NU  naar boven



Ontwerp © Webteam ANDA Suriname - Afdeling Nederland - Telefoon   06 1998 7075
Last update: