Sneki-Koti

← Terug
 
Sneki-Koti (ook wel afgekort snekkoti)
 
In de jaren dertig van de 20ste eeuw zou de Surinaamse autoriteit Herman Daniel Benjamins trachtten om de werkzaamheid van het fenomeen ‘sneki-koti’ als afweer tegen slangenbeten voor altijd te weerleggen. Als er echter een medicijn is dat zeker nooit helpt is het de dooddoener “einde discussie”.
 
 
De medische betekenis van een slang is terug te zien in de esculaap, een slang om een stok die te zien is op auto’s van artsen en bij apotheken. Het betreft een oud symbool dat wordt geassocieerd met de Griekse halfgod Asclepius, die zich bezig hield met astrologie en met medicijnen en genezing en les kreeg in de geneeskunde van de centaur Cheiron. Een soortgelijk symbool, de Nehushtan, komt in de Hebreeuwse Bijbel voor. Het betrof een koperen slang die Mozes op een paal bevestigde.
 
 
Het fenomeen ‘sneki-koti’ is taalkundig ontleend aan het Mande, een West-Afrikaanse taal. Het begrip wordt gebruikt als aanduiding voor de stellige overtuiging dat door het bereiden van een slang een jarenlang werkend afweermiddel tegen slangenbeten kan worden verkregen.
 
Herman Daniel Benjamins noemde de Sneki-Koti in 1930 in een artikel in de West-Indische gids een Afrikaans bijgeloof en refereerde hierbij aan de inzichten die Dr. W.F.R. Essed had verkregen ten aanzien van het fenomeen treef bij lepra. Hij zou hierna voor zijn zienswijze bijval krijgen van onder andere L. Lichtveld. Het fenomeen zou in 1943 wederom worden belicht door L..C. van Panhuys.
 
 
De mening van Benjamins en de zijnen werd niet op voorhand door eenieder gedeeld. Zo zou C.A. Spong reageren in een artikel ‘’Sneki koti is geen kwakzalverij”. Kennelijk was het collectief geheugen in die tijd niet zo sterk. Reeds in 1828 ontdekte Constantin Hering (1800-1880) in Suriname de geneeskundige kracht van het gif van de Makka-sneki (Bushmaster). Hij vertrok hierna in 1833 naar Amerika waar hij van 1845-1869 werkte aan de Philadelphia College of Homeopathy.
 
Kapitein Stedman laat een aboma, na deze verwond te hebben, de huid afstropen