Li-Fo-Sjoe

← Terug

Zoals zoveel van de Chinese contractanten zag Fo Sjoe Li na aankomst in Suriname zijn naam verbasterd tot een nieuwe familienaam: Li-Fo-Sjoe. Het maakte hem direct tot de stamvader van deze familie. De familie is vooral bekend van de vele hooggekwalificeerde medici, maar er was ook een Li-fo-sjoe die een andere route koos.

 

Li Fo Sjoe zou niet het enige lid van de familie zijn die naar Suriname afreisde. Aan hem gerelateerde families zijn Lie A Ling en Lie Kwie Sjoe. Li Fo Sjoe trouwde in Suriname met Betje Hermina Tilburg (1869-1939), dochter van Rudolf Tilburg en Carolina Charlotte Ondaan met wie hij meerdere kinderen zou krijgen.

 

Zijn in 1895 geboren zoon Lucien Maurits Li-Fo-Sjoe zou niet als vele van de Li-Fo-Sjoe’s in de handel of medische hoek actief worden. Hij zou letterlijk en figuurlijk zijn eigen weg varen. Hij volgde in het Nederlandse Rotterdam een opleiding en slaagde er in 1923 voor zijn machinisten-examen.

 

In 1926 trad hij als machinist in dienst bij de Koloniale vaartuigen. Hierna trad Lucien Maurits in 1927 in het huwelijk met Maria Wilhelmina Rolfast, met wie hij meerdere kinderen zou krijgen. In 1931 zou Lucien Maurits een terugstelling krijgen tot machinist derde klasse, waarna hij 1932 in een benoeming tot machinist derde klasse kreeg bij het verkeer te water.

 

Vlak nadat in 1940 de oorlog uitbrak werden door de dienst Koloniale voertuigen de ss Oranje en de Koningin Wilhelmina verkocht aan een Maatschappij in Venezuela. Een mogelijke aanleiding voor die deal was de aanwezigheid van olie in dat land, die van groot belang was voor de geallieerde strijd. Net als zijn collega Vas zou Lucien Maurits hierna overgaan in dienst der Venezolaanse Maatschappij.
Hoe het verder ging met Lucien Maurits is niet in de krantenberichten te vinden, maar het werk van zeelieden was tijdens de tweede wereldoorlog bepaald niet zonder gevaar. Op de lijst met Surinaamse gevallenen tijdens WOII staan zo’n 30 zeelieden vermeld.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis