De St. Rosakerk

← Terug

De Rosakerk in Paramaribo ontleent de naam aan de Peruaanse heilige Rosa van Lima. Het ontstaan en gebruik van deze kerk kent een uitgebreide historie.
Santa Rosa van Lima (1586-1617) werd geboren onder de naam Isabel Flores de Olivia in een arm gezin. Ze trad op 20-jarige leeftijd onder de naam Rosa in bij de dominicanessen, waar ze een zeer ascetisch leven leidde waarbij ze zich inzette voor wezen, ouderen en zieken. In 1617 is ze gestorven na een lange lijdensweg die eindigde in verlamming. Rosa zou in 1671 -het jaar van haar heiligverklaring- de stad Sittard van de zwarte pest hebben bevrijd en is de beschermheilige van de stad.

 

In Suriname werden de Katholieken actief na de Vrede van Amiens in 1802. Een van de eerste Katholieke geestelijken was Jacobus Grooff (1800-1852). Hij vertrok in 1825 naar Suriname en had als bijzonder aandachtspunt de bestrijding van lepra. Grooff was hiernaast ook verantwoordelijk voor de eerste Katholieke kerk in Paramaribo. Hij interesseerde Petrus Norbertus ‘Peerke’ Donders (1809-1887) om in 1842 naar Suriname te gaan om te werken onder leprapatiënten te Batavia. Peerke werkte er tot zijn overlijden aan een nierontsteking in 1887.

De markante katholieke kerken die in de 19e eeuw werden neergezet in Suriname kenden als bouwmeester de in Venlo geboren Franciscus Joseph Leonard Harmes (1835-1894). Hij behoorde tot de Redemptoristen die vanaf 1866 in Suriname actief waren en richtte in 1869 de “missietimmerloods” op. Zijn belangrijkste bouwwerk was in 1882-1886 de bouw van de Petrus een Pauluskathedraal. Eerder zette hij al kerken neer in de districten en zorgde hij in 1870 ook voor de verbouwing van de in 1860 aangekochte Rosakerk aan de Saramaccastraat 2, waar nadien onder andere monseigneur Wulfingh (1839-1906) actief was, die zorgdroeg voor de realisatie van de nieuwe leprozerie Gerardus Majella in Paramaribo.

Begin 20ste eeuw zorgde Monseigneur Jacobus Cornelius Meeuwissen (1847–1916) voor de bouw van de kerken langs de Lawa-spoorlijn en voor de bouw van een Katholieke kerk voor de Brits-Indiërs in Paramaribo. Ook was hij verantwoordelijk voor de bouw van de nieuwe huidige Rosakerk aan de Prinsenstraat 10, in 1911. Het oude kerkgebouw werd verkocht aan de heer Pitti. Het was in de periode dat vanuit de katholieke kerk via de etnische lijnen werd geëvangeliseerd. Zo was Henri François Rikken (1863-1908) belast met de missie onder de Chinese immigranten en Willem Ahlbrinck (1885-1966) actief onder de inheemsen en Javanen.

De Rosakerk kent als bijzondere groep gebruikers de begin 20ste eeuw naar Suriname gekomen Libanezen. Zij zijn van huis uit Maronieten, vernoemd naar de christenmonnik Maron die in Syrie in het jaar 410 overleed. In de 8e eeuw trokken zijn volgelingen, de Maronietische gemeenschap, naar het gebergte in Libanon. In de 12e eeuw sloten ze zich aan bij de kerk van Rome. De Maronitische kerk kent ongeveer 3,5 miljoen gelovigen, waarvan bijna 1 miljoen in Libanon.

 

  Auteur: Nico Eigenhuis