Sibibusi

Sibibusi
Het is inmiddels bekend dat veel van de plantages in Suriname in het bezit kwamen van voormalige militairen. Dat is ook het geval bij plantage Nieuw Libanon waarvan de Baron van Nesselrode Hugenpoth eigenaar werd, die bij het corps Zwarte Jagers bekend stond onder de bijnaam Sibibusi.

Na het afsluiten van de vredesovereenkomsten met een aantal groepen marrons was het medio 18e eeuw bepaald nog niet vredig in Suriname. Allereerst was er nog de strijd met Boni, die eindigde na diens dood in 1793, en nadien was er in 1805 de groep ‘Lebimusu’ die na infiltratie in het corps Zwarte Jagers bij het Cordonpad in opstand kwamen.

De gang van zaken zorgde er voor dat evenals in de periode van de inzet van de Zwitsere militair Fourgeoud, in de periode 1773-1778 er gezocht werd naar een sterke man om de marrons te bestrijden. Die werd gevonden in de Baron van Nesselrode Hugenpoth. Als ‘Overste’ van Nesselrode Hugenpoth werd hij in 1812 aan het hoofd van een sterk korps naar Boven Suriname gezonden, om in de bossen achter de houtgrond Florentia weglopers op te sporen. In zijn troepen had hij ook leden van het corps Zwarte jagers, ook wel bekend als de Redi Musu, die voor hun deelname aan het corps de vrijheid in het vooruitzicht was gesteld.

Het gebied dat ze bestreken lag tussen het Boven Suriname gebied en de Marechalkreek waar weglopers-dorpen gevonden moesten worden. Hugenpoth zou in zijn benadering kiezen voor een klassieke aanpak; alvorens ten strijde te trekken liet hij de avond voor zijn zoektochten op de horens blazen, hetgeen door de Marrons ter plaatse direct werd opgepikt als signaal om hun vluchtersdorpen acuut te verlaten. De zwarte jagers troffen nadien alleen nog verlatene dorpen, en zouden hun Overste voorzien van de bijnaam ‘de Bosveger’, naar de fikse tropenbuien waarom het land bekend staat, de Sibibusi.

Zijn werkwijze stond niet in de weg dat tot 1821 Baron van Nesselrode Hugenpoth benoemd was tot landdrost in Nickerie, een functie vergelijkbaar met die van de later ingestelde districtscommissaris. In 1827 werd hij de eigenaar van plantage Nieuw Libanon aan de Wanicakreek. De naam lijkt te verwijzen naar de wens binnen de familie Hugenpoth er de populaire pinusboom Cedrus Libani te telen, het huidige nationale symbool van Libanon.

meer