suriname Naar Voorpagina

  


   
ONDERDELEN
BRIEVEN
 suriname  Inleiding
 suriname  1924 : 18/9 - 5/10
 suriname  1927 : 27 Februari
 suriname  1927 : 27 Maart
 suriname  1927 : 27 April
 suriname  1927 : II
 suriname  1927 : III
 suriname  1927 : IV
 suriname  1927 : V
 suriname  1927 : 27 April I
 suriname  1927 : 27 April II
 suriname  1927 : 27 April III
 suriname  1927 -Dec /1928
 suriname  1928 : 21 Aug. I
 suriname  1928 : 21 Aug. II
 suriname  1928 : 21 Aug. III
 suriname  1929 : Februari
 suriname  1929 : Juni
 suriname  1929 : 23 Juli
 suriname  1929 : 15 Augustus
 suriname  1929 : 27 Sept.
 suriname  1929 : 17 Okt.
 suriname  1930 : 11 Maart
 suriname  1930 : September
 suriname  1931 : 13 Januari
 suriname  1931 : 27 Januari
 suriname  1931 : 28 Januari
 suriname  1933 : Januari I
 suriname  1933 : Januari II
 suriname  1933 : Mrt. - Dec.
 suriname  1934 : Jan. - Sep.
 suriname  1935 - December
 suriname  1936
 suriname  1945 - 1947
 suriname  1948 deel I
 suriname  1948 deel II
 suriname  1949 deel I
 suriname  1949 deel II
 suriname  1950 deel I
 suriname  1950 deel II


 suriname  Foto's I
 suriname  Foto's II
 suriname  Foto's III
 suriname  Foto's IV
 suriname  Foto's IV
 suriname  Foto's V
 suriname  Foto's VI
 suriname  Foto's VII
 suriname  Foto's VIII
 suriname  Foto's IX
 suriname  Foto's X

ONDERWERPEN
Geschiedenis
 suriname  Immigratie Algemeen
 suriname  Javaanse immigratie
 suriname  Donko's tot Guides
 suriname  Brieven v. Wetten
 suriname  Suriname bevolkt
 suriname  Slavernij
 suriname  De 20 ste eeuw
 suriname  Indianen (oorspr.)
 suriname  Paramaribo
 suriname  Albina
 suriname  Mariënburg
 suriname  Oude kaarten
 suriname  Archieven-wijzer
 suriname  Post en postzegels
 suriname  Batavia
 suriname  Goslar
 suriname  Goud-zaken
 suriname  Geld-zaken
 suriname  Het Park
 suriname  Korps Politie
 suriname  Treinen
 suriname  Forten
 suriname  Westgrens
 suriname  Samenvattingen
     ( Engels )


AFDELINGEN
  suriname Algemeen
 suriname De Douane
  suriname Telefoonboek
  suriname Bevolking
  suriname Distrikten
  suriname Reis info
  suriname Cultureel erfgoed
  suriname Geschiedenis
  suriname Foto's
  suriname Natuur
  suriname Personen
  suriname Koken / recepten
  suriname Vragen over NIBA
  suriname Wat is ANDA

     
 SURINAME  surinameAFDELINGEN - suriname Geschiedenis - -

Brieven uit Suriname  van Frater Octavianus - (Johannes van Wetten)

 suriname . NU terug
 



J.M.J. V.       Paramaribo mei '48

Zaterdag 8 mei.

Gisteren zijn we uit Tilburg vertrokken,we, dat waren wij drieën, fr.Alfonso als begeleider, de zus van fr.Jacobus met naar man, fr. Engelbertus uit Suriname en nog twee fraters uit Curacao,die ons een plechtige uitvaart wilden bezorgen.Met de trein van 12.19 gingen we uit Tilburg weg, in Den Bosch stapten we over in een sneltrein voor A' dam.In Utrecht kregen we een ware invasie van neefjes en nichtjes van fr.Fulgentius plus nog een broer van hem, die zo juist de trein uit Den Haag had binnengebracht.Deze is namelijk treinmachinist. Een hele club dus waarmee we goed half drie aan het centraal station in A'dam aan kwamen.

Terwijl het jonge volkje tot pakjesdrager werd aangesteld trok de hele bent, naar een veerboot die ons naar de Surinamekade bracht. Van hieruit was het maar een gooi meer naar de loods van de K.N.S.M.

Nu begon de ellende.Om vier uur moesten we aan boord zijn, ofschoon de boot pas om 9 uur zou vertrekken zoals op een bord stond aangegeven. Passagiers en familieleden stonden allen samengetroept in een klein afgesloten gedeelte van de loods. Allen wilden natuurlijk zolang mogelijk van het samenzijn genieten. Tot ten laatste de passagiers werden uitgenodigd om in te schepen. Nu werd het handjes geven,zoenen,goeie reis wensen traantjes laten, enfin alles wat bij een langer afscheid bij hoort. Wat was ik blij dat er geen familie van mij bij was. Ik had al genoeg aan de tranen van de anderen.

Door een smalle pijp van houten hekken kwamen we langs een ris kantoortjes. De pas moest gecontroleerd worden, overvracht betaald, bewijs overgelegd dat de stamkaart van de distributie was ingeleverd, geld gecontroleerd, ( ik had nog een hele stuiver) bewijs in ontvangst nemen dat voor elk van ons honderd gulden verteergeld was gedeponeerd, ons reisbiljet in ontvangst genomen. Daarmee waren we de folterkamer gepasseerd. Maar hiermee waren we ook alle contact met de buitenwereld verloren.

Toen we daar zo los van alles stonden moest ik toch nog wel eens even iets terugslikken. Onder aan de trap moesten we nog even onze pas laten zien aan een militaire politieagent en ons reisbiljet aan een beambte van de K.N.S.M. Daarna konden we onze ark binnengaan. Daar we de boot al kenden en op ons biljet nummer 14 stond konden we zelf onze hut vinden.

Het hele geestelijk gezelschap bestond uit ons drieën, twee zusters van Tilburg voor Suriname bestemd en twee zusters Dominicanessen, die naar Aruba moeten. Voor het diner kwam de hofmeester bij me om over de plaats aan tafel te praten. Ik stelde voor het hele geestelijk gedoe maar aan één tafel te zetten, wat dan ook gebeurde. Ondertussen ging het laden rustig zijn gang. Half negen ging de eerste stoomfluit teken dat alle niet passagiers zich moes ten haasten de boot te verlaten.

Om even voor negen kwam de laatste stoot, de sleepboot werd voorgespannen, de kabels losgegooid en daar gingen we langzaam vooruit. Vlugge, kittige havenbootjes schoten ons voorbij ,Amsterdam lag in het volle avondlicht. Bij de Hembrug moesten we stoppen om een trein te laten passeren, daarna draaide de machtige brug voor ons open en we kwamen nu in het kanaal. Het werd koud boven en zo trok ik tegen elven maar te kooi.

Ik ben de eerste nacht dikwijls wakker geweest, maar toch schijn ik ook weer niet slecht geslapen te hebben want ik heb er niets van gemerkt, dat we de sluizen bij IJmuiden door gegaan zijn. Dit moet vannacht 12 uur geweest zijn.

Toen ik vanmorgen wakker werd was het al volop dag. De boot lag zo stil dat je nog niet eens merkte dat hij in beweging was. Toen ik boven kwam was van de hollandse kust geen striepke meer te zien. We hebben dus vannacht goed geplakt. We hebben met ons drieën één hut. Fr.Fulgentius slaapt tegen de binnenwand, fr. Jacobus ligt boven hem en heb mijn nestje tegen de buitenwand onder de patrijspoorten.

Het is erg kalm weer vandaag. De boot ligt zo mooi stil, dat je niet voelt dat je op zee bent. Vanmiddag omstreeks drie uur zagen we de engelse kust. Eerst heel vaag dan geleidelijk aan zag je de krijtrotsen uit zee oprijzen. Een uurtje later lagen we in de haven van Dover.

Dover is een geweldige oorlogshaven. Ze is door een hoge zwaar betonnen muur van de zee gescheiden. Het oorlogsgeweld heeft weinig schade kunnen doen aan deze kolossale muur, die tegelijk één groot fort is. Een flinke brede doorgang geeft toegang tot de haven. We liggen nu in de grote kom, met voor ons oplopende rotsen waartegen de huizen liggen gebouwd en boven op de koppen van de vaal witte rotsen een groene pruik van gras. Aan de wal mogen we niet, daar is de tijd te kort voor en we zouden het trouwens ook met een bootje moesten doen en dat is er geen te bekennen.


Zondag 9 Mei

Gisteren hebben we in de haven van Dover veel kou geleden. De eerste dag op zee was zo lekker geweest, dat we zonder overjas aan dek konden. Nu konden we de kou nog niet lijden met de jas aan. We hebben een stuk of drie mensen hier afgegeven en krijgen er vijf voor terug. Deze vijf zijn de enige Engelsen. Wel een wonder dat er maar zo weinig van die brabbelaars aan boord zijn. We hadden nu 101 grote mensen 42 kinderen als passagiers.

Nu wil je wel eens even vertellen, hoe wij onze dag doorbrengen. Om 6 uur staan we op. Eén gaat een bad nemen, de twee anderen scheren zich, daarna gaat nummer twee baden en dan nummer drie. Onderwijl zijn de matrozen boven ons hoofd bezig met het dek te schrobben, wat elke morgen gebeurd. Om een uur of zeven gaan we naar boven en doen daar onze morgenoefeningen.

Om half acht kun je terecht voor het ontbijt. Het is er goed. Tarwebrood, mik, kaas vlees, pap gebakken of gekookt ei, haring, sardientjes, gelei, marmelade honing. Twee keer in de week komt er krentenmik op tafel, op Woensdag en op Zondag. Elke dag vers brood, er is een eigen bakker aan boord. De krentenmik is ook werkelijk krentenmik. Je hoeft niet met de fiets van enen naar de andere krent te rijden. Om half elf komen ze een kop koffie, chocolade, bouillon fosco, limonade of iets dergelijks brengen.

Om half twaalf gaan we een wippertje (borreltje) nemen. Om twaalf uur is het lunch. Messen, lepels, vorken, servetring zijn allemaal van zwaar zilver. Na de lunch krijgen we nog een kop koffie en verdwijnen we naar beneden om een oogske te gaan verschieten. Om half vier thee met een koekje of een stukje cake, om zes uur weer een verschrikkertje (borreltje) zeven uur diner, weer een kop koffie en dan zien we de rest van de avond maar door te komen.

De tijd tussen het eten, lezen, schrijven, bidden of spelen we. De dag is eigenlijk te kort. 's Avonds om een uur of elf kruipen we te kooi en dan maffen tegen de klippen aan, een heel uur in 'n half.

De zee is vandaag een beetje woeliger geworden, maar het is niet zo heel erg. De eerste slachtoffers van de zeeziekte zijn gevallen, verschillende verschenen vanmorgen niet boven, anderen kwamen wel even met d'r neus boven maar verdwenen weer naar beneden. Een jongen plaatste zo maar opeens z'n pas genoten ontbijt over het dek.

Het schijnt dat de ziekte aanstekelijk werkt. Er komen er steeds meer die voor mirakel in hun dekstoel liggen. Een van de Dominicanessen zat vanmiddag nog smakelijk te lunchen tot dat ze ineens verdween met haar zakdoek voor de mond. Ze moest visjes gaan voeren.

De twee zusters van Tilburg voelen zich wel draaierig maar houden het roer nog recht. Wij drieën lopen en draven nog en roken of er geen kou aan de lucht is. We zitten nog steeds in de druk bevaren zee. Overal zie je schepen passeren, waaronder één nederlands, dat natuurlijk gegroet wordt.

Vandaag hebben we voor de derde keer al sloepenrol gehad. Je krijgt enkele stoten op de stoomfluit te horen en loopt dan zo vlug als je kunt naar benden om je zwemvest te halen, dan weer naar boven met dat ding om je lijf en neemt dan plaats op het dek waar jou redding boot is. Wij hebben nummer twee, wat je in de hut kunt lezen. Er zijn acht reddingsboten. Bij elke boot is een bepaald aantal personen ingedeeld. Aan het hoofd van elke groep staat een officier die ook controleert of het zwemvest op de goede manier is bevestigd.

De zee is wel mooi vandaag als je ze met gezonde ogen kunt aanzien. Van verre zie je de zware golven komen aanrollen, over elkaar tuimelen en dan in een diepe kuil neerplassen. Overal zie witte schuimkoppen over de vlakte. Het geheel lijkt veel op een zwaar omgeploegd veld. De boot klimt tegen de golven op om dan een ogenblik later weer neer te tuimelen in een diep dal. De meeuwen blijven ons nog steeds volgen en ook een paar zeezwaluwen vliegen rond het schip.


Woensdag 12 Mei

Ik heb de vulpen een paar dagen rust moeten geven. Het was te lastig om te schrijven. Zo mooi het begin van de reis zich liet aan zien zo beroerd zijn de twee laatste dagen geweest, veel wind, geen zon, hoge golven en een draaien stampend schip. Vanmorgen laat het zich wat mooier aanzien. De zee is nog ruw, maar de zon is er door en de barometer is wat gestegen. Dat geeft hoop op beter.

Overal zie je slaperige gezichten. De meesten hebben een slechte nacht gehad door zich schrap te zetten in hun bed om er niet uit te rollen. Ik heb mijn valies midden in mijn bed geplant en ben daar achter gaan liggen. Zo lag ik tenminste stil. Er zijn veel zee zieken. Wij drieën houden ons goed. Van de zusters zijn er twee ziek, een witte en een zwarte. Zuster Clynk houdt zich nog goed, is wel draaierig, maar verschijnt regelmatig aan tafel.

Het zeewater anders zo mooi groen of diepblauw is nu zwart en de hele ketel kookt met bruisende witte schuimkoppen. Toch hebben we een mooie vaart, tot nu toe 292 mijl per dag, d.i. 292 keer 1,85 k.m. of 540 k.m. of 22 1/2 k.m per uur. De meeuwen hebben ons verlaten. Buiten onze ark is er niets meer dan water, water, water en lucht, heel de aarde is overstroomt voor ons.

Vannacht werd ik aanhoudend wakker van de plof van neervallende dingen. Kinderen schrokken met een gil wakker, een heel stel potten en pannen kwam met een kletterend lawaai naar beneden in de keuken en begon daar over de vloer schaatsen te rijden.

Een van de witte zusters (Dominicanes) is zo ziek dat ze nooit meer over zee wil zegt ze. Toen ze aan boord kwam zag ze er zo blozend en gezond uit dat je zou zeggen dat ze heel de zee wel alleen aankon. Nu is het een beeld van ellende. De matrozen zijn al bezig de laadbomen te repareren, Morgen zullen we Madeira bereiken.


Donderdag 13 Mei.

In de vroege morgen al zien we het eerst eiland van de Madeiragroep opduiken uit de zee, eerst een donkere stip die langzaam groter en duidelijker wordt.

Een eigenaardig gevoel geeft dat als je na enkele dagen niets dan water gezien te hebben weer eens land ziet.

Het is alsof de passagiers het land geroken hebben, Ze zijn merkelijk vroeger wakker dan anders. Terwijl het eerste eiland al als een grote massieve steenklomp voor ons ligt duikt verderop het hoofdeiland op. De railing is vol passagiers gelopen die nieuwsgierig staan uit te zien. De meeste zieken zijn weer op de been, z'n wondere werking oefent het land uit op de gezondheid.

De zon is druk bezig om het zware zwarte wolkendek weg te dringen. Hier en daar lukt dat en giet ze dan ook een zee van licht uit over het water en kleurt het eiland purper met zwarte vlekken in de dalen. We varen nu dicht onder het eiland. Het is onvruchtbaar, niets dan kale rots, veel hei, een enkel boom, maar geen huizen, behalve op een vooruitspringende rots, hoog boven de kokende golven een vuurtoren. Ondertussen is het hoofdeiland steeds massiever komen aanschuiven.

Erg mooi laat het weer zich nog niet aanzien. Zware donkere regenwolken drijven over het eiland heen en blijven als dikke rook om de bergtopopen hangen. Maar ook hier doet de zon haar best en priemt ze hier en daar door het zwarte wolkendek heen Regenbogen vormen zich laag boven het water en breken weer af. Soms zagen we twee of drie tegelijk. Maar geen enkel keer brengen de kleurenbogen het tot een volmaakt einde. Ze verliezen zich telkens in de donkere wolken die boven hen hangen.

Een schitterend gezicht is dat het spelen van de natuur met water en wolken en licht. Donken vallen de rotsen van afstand tot afstand loodrecht in de zee en daartussen klimmen dalen en ravijnen de hoogte in. In een van die ravijnen ligt heel knusjes een dorpje, de huizen tegen de helling aangeplakt en in dat keteltje ligt het volle zonlicht, terwijl je hogerop pikzwarte slierten wolken ziet zweven of ze langs de helling omhoog willen kruipen.

Het eiland wordt almaar groter en steeds meer dorpjes kruipen de hoogte in. Je ziet grote statige huizen met kleinere afgewisseld zo maar tegen de rotsen aangeplakt en almaar meer licht giet de zon er over. Het ziet er naar uit dat zij de strijd gaat winnen. Hier en daar zie je een weg omhoog het gebergte in slingeren, en daar tussen alle mogelijke kleuren van planten en bloemen, naar boven, steeds lager wordend boven alles uit de kale naakte rotstoppen en waar nog altijd de wolken blijven hangen op en neerdeinend als rookslierten. Een prachtig gezicht is dat voor ons die het pannenkoekerige hollands landschap gewend zijn.

Om een uur of negen zien we na een lange vooruitspringende landtong gepasseerd te zijn de hoofdstad Funchal liggen, een sprookje van schoonheid rond de halvemaanvormige haven. Het is alsof honderden kinderen met een blokkendoos aan het spelen zijn geweest vanaf de waterkant tot hoog de bergen in en dat ze zo maar van hun spel zijn weggelopen zonder de blokken op te ruimen. Madeira wordt als een van de schoonste eilanden beschouwd. Ik geloof het graag want het is een juweel zoals het daar nu ligt te schitteren in de volle zon.

Een boot met politie en douane komt ons langszij. We krijgen in plaats van onze passen die we hebben moeten inleveren een klein kaartje met naam en nummer van de pas, een landingspermit. We gaan ook nog portugees geld halen bij de purser. Elk krijgt niet meer dan 50 escudo's. Een sleepboot trekt ons aan de steiger en omstreeks half elf liggen we vast, een formidabele pier in zee gebouwd.


Vrijdag 14 Mei

Zo gauw de boot stil lag kwamen er een heel stel lui aan boord met papiertjes waarop verschillende mooie tochtjes waren aangegeven. De druiven waren een beetje te zuur voor ons. De minste tocht was al 50 escudo's per persoon en we waren elk maar 50 escudo's rijk. Er stonden nog tochtjes op van 60, 80 en 90 escudo's. Die gingen zeker boven ons petje nog wel met mijn 120 escudo's die ik de hele vacantie zo zorgvuldig in mijn broekzak bewaard had weet je wel. We vonden er iets anders op.

Met de zusters op sleeptouw stapten we naar het hospitium, weeshuis en ziekenhuis tegelijk. Het staat onder de leiding van Franse zusters van St.Vincentius. Ook zijn er enkele paters Salesianen aan verbonden waaronder een Nederlander n.l. Pater Karregat een Volendammer. Deze is daar al twintig jaren. Daarom kennen de meesten van ons hem.

Van de kade af komen we onder een oud Portugees fort door, dat hoog op een rots ligt. De weg is dwars door de rots heen gekapt. Een beetje verder ligt nog de ruïne van een oud Moors fort. Nu krijgen we een mooie weg langs de haven, aan de enen kant een muurtje als afscheiding aan de andere loodrechte kale rots, waar bovenop huizen zijn geplant.

Door een paar steil oplopende paadjes komen we in een flinke brede straat met prachtige villa's, alle met een tuintje ervoor vol bloemen. De trottoirs zijn geplaveid met kleine keitjes van verschillende kleur, mooi in figuren gelegd. In deze deftige wijk ligt het hospitium, een imposant gebouw, met een mooie tuin ervoor. Het is al een paar honderd jaar oud en gesticht door een Portugese princes.

We worden allerhartelijkst door de moeder ontvangen, een francaise en in een grote eenvoudige spreekkamer gelaten. Aan de muur hingen een paar geschilderde portretten van portugese prinsessen. Een foto van koning Gustaaf van Zweden met eigen handige ondertekening. Je ziet dat er vóór ons ook wel voorname lui zijn geweest.

De Moeder zou ons naar het huis brengen waar pater Karregat met de andere paters verblijft, maar we ontmoeten hem al. Hij had de hollandse lucht al in de neus. We moesten weer terug, praten en een glaasje Madeira wijn drinken. Hij zou 's middags er eventjes op uit trekken om te zien of hij iets goedkoper terecht kon voor een tochtje.

Om half drie moesten we terug zijn. Op een drafje ging het nu naar de boot terug om de lunch niet te missen. Op de boot was nu een hele winkel, tafelkleden, mandjes, prentbriefkaarten, boodschappenmanden, vogelkooitjes, wijn, kanarievogeltjes, armbanden broches, sierspelden, van alles was er te koop. De Madeirezen zijn echt kunstzinnig aangelegd vooral op het gebeid van borduurwerk. Er waren echte kunststukken bij. Jammer dat onze beurzen zo smal waren. Er werd veel geruild. Schoenen, overjassen, winterjurken, enfin van alles wat een Europeaan in de tropen niet nodig heeft.

Na de lunch en een dutje, madeira wijn is koppig, stapten we weer op. Precies half drie waren we weer aan het hospitium. De pater stond al te wachten met twee auto's, voor 260 escudo's waren we klaar. Hij had twee van de op de biljetten aangegeven tochten weten te combineren, die officieel kwamen op 50 escudo's en 80 escudo's oftewel 130 escudo's per persoon. Met ons achten zou dat dus volgens Bartjes op 8 x 130 escudo's = 1040 escudo's gekomen zijn. Zij bemoeiing bezorgde ons dus een voordeel van 780 escudo's. We kwamen dus terecht voor het vierde part van de eigenlijke prijs.

De eerste tocht ging naar Pico dos Barcellos 1300 voet hoog. Langs klimmende en dalende wegen ging het door dorpjes en tuinen, langs loodrechte rotsen en diepe ravijnen met een vaartje tussen de 40 en 50 k.m. Boven op de Pico groeit hei, brem en dennenbomen. Beneden ons keek je in een heel diep dal. De omliggende rotsen waren geheel bebouwd met druivenwingerden, tarwe, gerst, aardappelen, bloemen een werkelijk weelde voor het oog.

De akkers liggen tegen de bergen aangeplakt en zijn door muurtjes van halvemanslengte van elkaar gescheiden. De muurtjes dienen om het wegspoelen van de teelaarde tegen te gaan. De grond ziet er uit als donker gekleurde turf en is heel vruchtbaar. De besproeiing vindt plaats door gemetselde smalle geulen, waardoor het water van de bergen wordt opgevangen en door sluisjes wordt opgehouden. We zagen op verschillende plaatsen vrouwen bezig bij de geultjes de was te doen. Er is te veel te zien om het ineens te kunnen verwerken.

Van de Pico dos Barcellos gingen we weer naar beneden en daar ginds heel ver wees de pater ons naar het volgende punt waar we moesten zijn. Als je dat zo ziet liggen denk je bij jezelf " hoe komen we daar in 's hemelsnaam op," maar we komen er op, langs een smalle weg die zigzag naar boven gaat.

Bij de gevaarlijkste punten waren muurtjes langs de weg gebouwd, want op veel plaatsen is de weg in de rots uit gekapt. En zo belanden we op de Cabo Girào de tweede hoogste kaap van de wereld. Ze steekt 1960 voet loodrecht uit de ze op. Om vallen te voorkomen is een muur gebouwd rond de kaap, vroeger durfde men niet naar benden te kijken dan allen plat op de buik liggend. Het gezicht naar benden is dan ook adembenemend.

Je had van hier een wijd uitzicht over zee en verder een heel diep dal weer helemaal beplant met hier en daar huisjes neergeplakt. Werkelijk sprookjesachtig is dat. Ik heb nu Trinidad en de Azoren gezien, ook mooie eilanden maar ze konden het bij de parel Madeira niet halen. En nu zagen we het nog niet eens op zijn mooist omdat overal nog regenwolken zwierden die het effect van de zon tegenhielden.

Het zou 's middags processie zijn ter ere van O.L. vrouwe van Fatima, waar de pater bij moest zijn, zodat we niet al te veel tijd hadden. In een stevig vaartje ging het naar beneden, zodat we half vijf weer aan de boot waren, twee uur geauto't voor nog geen 30 gulden met 8 man.

We nemen vlug afscheid van pater Karregat, bedanken hem nog eens hartelijk voor de hulp, waarna hij wegrijdt om op tijd bij de processie te zijn. Wij stappen weer op onze woonschuit. We zouden om 6 uur vertrekken, maar nu staat aangeplakt negen uur. Geen wonder als je ziet wat we hier ingenomen hebben. We hebben rollen ijzerdraad en nog eens rollen ijzerdraad gelost, vrachtauto's vol. Daarvoor in de plaats hebben we aardappelen gekregen, uien, wijn, maderameubels, 's morgens stond de hele haven vol kratten, huizenhoog opgestapeld. Nu zijn ze bijna allemaal in de buik van het schip verdwenen en als de laatste naar onder zijns alles propvol. De meubels worden buiten op de luiken opgestapeld.

Onderwijl komen onze passagiers nog steeds aanzetten. Verschillende lopen erg onzeker. Ze hebben teveel van de verraderlijke madeirawijn geproefd. Een engels kolonel kan met geen mogelijkheid zijn landingspermitt vinden. Van alles tovert hij uit zijn zakken tevoorschijn en zingt ondertussen een lollig engels deuntje. Ten laatste blijkt dat hij het in zijn hand heeft.

Ik raak in gesprek met twee grijze nonnetjes, die altijd op de schepen komen bedelen voor arme kinderen. Het zijn zusters Franciscanessen missionarissen van Maria. Het gesprek gaat in het frans. Ze vertellen mij dat een van hun zusters een hollandse was, zuster Adofina, Anna Dierkx uit Ossendrecht in 1900 in Tai-yuan-fu in China gemarteld en op 24 Nov. 1946 zalig verklaard. Ze gaf me ook een prentje van haar, Wel toevallig dat je hier ver van huis door vreemdelingen de lof moet horen verkondigen van een landgenote.

Het blijft nog steeds druk met kooplui die tot het laatste ogenblik nog willen proberen om waren aan de man te brengen. Ondertussen is het hun tijd geworden om het schip te verlaten. Het is al half negen door en in Funchal gaan de lichten aan. Een feeëriek gezicht is dat. De sleepboot schuift al voor. De loods klimt al naar boven. Klokslag negen uur gaan we los en langzaam glijden we de haven uit.

Heel de railing staat of zit vol met bewonderende mensen. Ze willen niets van de tovervaart missen. Van de huizen is niets meer te zien, maar de lichtjes geven de straten aan. Een gezicht om nooit te vergeten.


Zaterdag 15 Mei

Na Madeira hebben we erg kalme zee gehad. De zeezieken zijn allemaal weer opgekikkerd. De boot loopt lekker. Sinds Donderdagavond hebben we er alweer bijna 900 k.m. opzitten. Het weer is goed, lekker zonneschijn, geen erg sterke wind. De dames geven natuurlijk weer de toon aan en verschijnen in zomertenue. Wij houden ons aan de bemanning die nog steeds in het blauw loopt. De zee lijkt wel een pas geëgd stuk land, terwijl we voor Madeira meer een rauw geploegd wateroppervlak hadden. Gisteren begonnen de verschillende wedstrijden in de dekspelen.


Zondag 16 Mei

Eerste Pinksterdag. 'n Saaie Pinksterdag. Geen H.Mis, een dag zoals alle andere dagen. Teleurstelling bij de katholieken niet alleen, maar ook bij de protestanten. Al zit er bij verschillende misschien niet veel geloof in, toch verlangen ze op zo'n dag wel iets bijzonders. Hadden we een pater aan boord gehad, ik geloof wel dat ongeveer alle passagiers in de mis gekomen waren.

Vanmorgen waren de eerste vliegende vissen te zien. De naam is eigenlijk fout. Ze lijken op een haring, hebben grote lange borstvinnen en een lange staartvin. Ze komen aan de oppervlakte, slaan met hun borstvinnen met zo'n kracht op het water, dat ze een heel eind er bovenuit komen. Dan zweven ze als een zweefvlieger over het water heen, tippen weer met een borstvin op het water en krijgen hierdoor nieuwe kracht om weer verder te zweven. Verder zijn er portugese oorlogsscheepjes te zien. Dit zijn kwallen die zich opblazen en dan is het juist of het kleine scheepjes zijn met een zeiltje op.


Maandag 17 Mei

De tropische warmte doet zich al flink voelen. De officieren verschenen van morgen in het wit en wij dus ook. De passagiers die ons nog nooit zo gezien hadden vonden het mooi. Voor mij is het minder mooie er aan dat ik bijna niet meer in de boorden kan. Ik zit er ingesnoerd, wat natuurlijk nier erg gezellig is.

Er staat zo goed als geen wind, maar toch heeft de zee grote lange golven die dwars op het schip staan zodat het nog flink schommelt. We zijn echter zo gewend aan het wiegen, dat het niet meer hindert. Het is bij het lopen lastig. Je schuift soms ongemerkt naar de railing toe.


Dinsdag 18 Mei

Gisterenavond was het bonte avond, muziek, zang, lepeldans, pandverbeuren, hersengymnastiek en voordrachtjes. Zo wordt er van alles geparakkezeerd om de tijd te korten. We zitten nu in het meest dooie stuk van de Oceaan, drie dagen al niets gezien dan water en lucht. Enkele vliegende vissen is het enige leven dat je ziet.

Toch wordt je niet moe van naar de zee te kijken. Dat eeuwige wentelen van die onafzienbare watermassa heeft zijn eigen bekoorlijkheid. En stil is het helemaal niet. Behalve het voortdurend stampen van de machines hoor je altijd door het suizen en bruisen van het water langs de scheepswand.

De zonsondergang is in de tropen steeds mooi. Als een grote vurige schijf zie je ze aan de horizon wegzakken tot ze ineens als 't ware in het water onderduikt. Nog een tijdlang schieten vurige stralen omhoog. Onderwijl vormen de wolken de meest fantastische figuren tegen de horizon, reuzen, vlakten met kleine struiken, kastelen, allerhande dieren. Je kunt er van alles van maken. Lang duurt het evenwel niet, want na een kwartiertje is het donker.


Donderdag 20 mei

We beginnen Suriname al in de neus te krijgen. Aan het water is het al te zien dat we dichterbij komen. Van helder groen is het al grauw geworden. Dit komt door de modder die door de grote Amazonerivier, de grootste in de wereld, in de zee wordt gegooid. Driehonderd mijl buiten de kust is die modder al te zien.

Na Madeira hebben wen schitterende reis gehad, wel warm, maar de boot heeft gelopen, 315, 309, 307, 300 mijl. Veel te zien is er niet alleen hele scholen vliegende vissen en vandaag een hele troep vogels op meeuwen lijkend. Ze kwamen niet naar het schip, dus meeuwen waren het niet, want die blijven rond het schip.

Gisterenavond hadden we horseraces oftewel paardewedrennen. Dit gebeurd met houten paardjes. Elk paard heeft zijn nummer. Hier waren er zes. Die worden dan elk op hun lijn geplaatst. Er zijn dus zes banen. Langs de buitenkant worden de cijfers 1 tot 26 geplaatst. Aan een tafel zitten twee dames elk met een dobbelsteen. Ze gooien die tegelijk.Het enen nummer wijst het paard aan en het andere nummer hoeveel plaatsen dit vooruit mag. Je koopt kaartjes voor 50 cent per stuk en kunt dan wedden op elk paard je wilt.

Nu zijn er natuurlijk verschillende personen die op hetzelfde paard gewed hebben. Dan wordt dat geld onder die lui verdeeld. Neem bijvoorbeeld dat er aan de eerste race 120 personen hebben meegedaan. Dan is er voor 120 x 50 cent of 60 gulden in kas. Hiervan is 10% voor de reddingsfonds en blijft er nog 54 gulden te verdelen. Paard nummer 3 wint de race. Met 17 man heeft men daar op gewed. Dan krijgt elk die kaartje nummer drie kan vertonen 54 gulden gedeeld door 17 of drie gulden. Er zijn nog verschillende variaties in. Vooraal de Engelsen zijn gek op die races. Bij de laatste race won paard nummer 6. Elk der winnaars kreeg 6 gulden. Frater Fulgentius was bij de gelukkigen.


Vrijdag 21 Mei

Gisterenavond was het afscheidsdiner. Alle 1e klas passagiers zaten bij elkaar gepropt in de eetsalon. Anders waren er telkens twee groepen. Met weglating van het kleinere grut konden we allemaal in een hok.

Van half 8 tot ruim half 10 hebben we geboemeld, witte en rooie wijn gedronken, er werd gespeecht. Het was gezellig. Na het diner was het prijsuitdeling voor de winnaars en winnaressen van de spelen. Het zwakke geslacht ging met de meeste strijken.

Daarna was er bal op het versierde dekt half vier in de morgen was er muziek en dans. En daar tussendoor werden de kelen gesmeerd. Er waren heel wat katterige gezichten vanmorgen. In zijn 'Navolging van Christus" zegt Thomas à Kempis , dat een vrolijke avond een droevige morgen baart. Het was diverse snuiten en snuitjes aan te zien dat ze de vorige avond sterker spul dan schotelwater hadden gehad.

Het is echt tropisch warm geworden. Van louter niets doen transpireer je al dat het zweet langs, je weet wel, afloopt. Morgen zijn we in Paramaribo.


Zaterdag 22 Mei

Op een groot bord staat aangegeven dat we vanmiddag vermoedelijk 6 uur in Paramaribo zullen zijn. Overal blijde gezichten, de lui voor Suriname blij dat ze bijna thuis zijn die voor Curacao dat ze hun voeten weer eens na een goede week van de planken vloer kunnen zetten.

Koffers worden gepakt, inhoud opgeschreven op een daartoe ontvangen formulier. De middagdut schiet er bij sommigen over. Ze willen het eerst Suriname zien. En ja. omstreeks 2 uur zien we het eerste streepje. Het is merkwaardig hoe sterk het water hier reageert, met een scherpe streep wordt het ineens van grauwgroen tot vuilgrijs.

Om half vier zijn we bij het lichtschip en komt de loods aan boord. Met een klein vinnig motorbootje komt hij aanzetten. Terwijl dat dingetje ligt te dansen langs onze reus neemt de loods een sprong op de touwladder die uitgegooid is en na hem komt de postbode met een zak post.

Met halve kracht stomen we de rivier op. De nieuwelingen kijken hun ogen uit. De binnenvaart langs verschillende plantages is werkelijk mooi. We kennen het al en weten dat we nog heel wat keren de rivier zullen zien eer de tijd weer eens komt dat we zeegat uit kunnen.

Het is er druk in de haven. Twee bauxietschepen varen uit, andere liggen nog op stroom. Aan de kade ligt de oorlogsboot de Van Kinsbergen. De Jantjes zwaaien uit alle macht. Half zes zijn we bij de steiger van de K.N.S.M. Aan wal is het een zee van zakdoeken, er wordt welkom geroepen. Onze fraters en ook zusters zijn er.

Om 6 uur leggen we vast. Nu kwam nog het wachten op een dokter en de politie. Toen die er waren moesten we de revue passeren voor de politie en kregen we onze passen. Dan de loopplank af naar de douane. Drie commiezen sprongen al direct op, welkom frater, goed vacantie gehad en meteen zetten ze maar een streep op het valies. Gezien, niets gevraagd. Het duurde nog een hele tijd eer onze bagage bij elkaar was. Maar toen we tenlaatste alles bij elkaar hadden, kwamen diezelfde lui er gauw een streep erop zetten. Klaar waren we weer voor zoveel jaren.






De brieven, foto's en anderszins maken deel uit van het familiearchief, dat wij proberen te beheren en inzichtelijk te maken voor de familie en eventueel ander belangstellenden. In dit verband willen wij u laten meelezen uit de reisverhalen van Heeroom als een bijdrage aan de belevingsgeschiedenis van Suriname.

Jacqueline en Louis Barten-Schakenraad.

© a.barten 2005








suriname . NU  naar boven



Ontwerp © Webteam Suriname - Afdeling Suriname - Zwartenhovenbrugstraat - Paramaribo -
Last update: